Evenementen

Colloquium over het universitair taalvaardigheidonderwijs in Nederland en Vlaanderen

De Sectie Taalvaardigheid van de Opleiding Engelse Taal en Cultuur van de Universiteit Leiden organiseert op 8 en 9 juni 2012 een colloquium over de rol van het universitair taalvaardigheidonderwijs in Nederland en Vlaanderen. Dit colloquium beoogt betrokkenen bij het universitair talenonderwijs samen te brengen om van gedachten te wisselen over de rol van taalvaardigheidonderwijs binnen de universiteit.

Thematiek

De bijdragen van de deelnemers zullen zich richten op de vraag: "Wat zijn de grenzen van het universitair taalvaardigheidonderwijs?". Voorbeelden van specifieke vragen die beantwoord kunnen worden zijn:

  • Is taalvaardigheid een ondersteunend vak of een discipline op zich?
  • Moet taalvaardigheidonderwijs in de latere studiejaren grenzen aan, of gelijk zijn aan, taalkunde?
  • Is universitair talenonderwijs intrinsiek anders dan niet-universitair talenonderwijs?
  • Zijn er typisch universitaire lesmethoden of onderwijstools voor taalvaardigheid?
  • Moet gestimuleerd worden dat taalvaardigheiddocenten onderzoeksinteresses ontwikkelen?
  • Dient taalvaardigheidonderwijs analytisch te zijn of wordt slechts een vaardigheid aangeleerd?
  • Hoe staat het met het overleg en de samenwerking met HBO's, middelbare scholen en met bedrijven en instellingen?

Over deze en soortgelijke onderwerpen kan worden gepresenteerd, en de presentatoren kunnen daarbij al dan niet een specifieke vreemde taal of een bepaalde onderwijsinstelling als uitgangspunt nemen.


Doelgroep

Het colloquium richt zich op de volgende groepen:

  • Docenten Taalvaardigheid binnen universitaire opleidingen waar vreemde talen worden gedoceerd
  • Onderzoekers op het gebied van taalverwerving en didactiek
  • Vakdidactici en beleidsmakers op universiteiten
  • Studenten, scriptanten en afgestudeerden van opleidingen waar vreemde talen worden gedoceerd
  • Docenten en andere medewerkers op universitaire talencentra
  • Overige geïnteresseerden
Wij hopen op een zo breed mogelijke groep deelnemers, waaronder betrokkenen bij talen die als schoolvak worden aangeboden (Frans en Duits, bijvoorbeeld), zogenaamde 'nultalen' - die vanaf de basis worden gedoceerd (zoals het geval is voor Deens en Noors) - en natuurlijk niet-westerse talen (zoals Chinees en Russisch). Daarnaast worden onderzoekers aangespoord een bijdrage te leveren in de vorm van relevant onderzoek, bijvoorbeeld onderzoek dat inzicht geeft in het niveau en de behoeftes van studenten en de verschillende doceermethodes. Beleidsmakers zijn ook uitgenodigd om relevante thema's te presenteren in een lezing. Ten slotte worden studenten uitgenodigd die bezig zijn met een scriptie waarbij taalvaardigheid een belangrijk thema is, of die zo'n scriptie hebben afgerond, om te illustreren wat taalvaardigheid als scriptieonderwerp behelst en wat we van dat soort onderzoek kunnen leren.


Achtergrond

Enkele van de bekende vraagstukken die spelen rondom taalvaardigheidonderwijs lijken de laatste jaren steeds actueler te worden. Een constant thema is het verband met de wetenschap. Universitair taalvaardigheidonderwijs pleegt een analytisch karakter te hebben maar de link met het academische is vaak lastig te leggen omdat de eindtermen vaardigheden zijn. Hierdoor heeft de docent Taalvaardigheid vaak een andere positie dan bijvoorbeeld de docent Literatuur, Taalkunde, Cultuur of Filologie op dezelfde opleiding.

Moet de docent Taalvaardigheid zich beperken tot praktische taalvaardigheid of daarnaast academische vaardigheden doceren als wel kennis verspreiden over taalverwerving, didactiek, en bijvoorbeeld cultuur? Het universitair taalvaardigheidonderwijs sluit vaak aan op de lessen op de middelbare school, met de methoden en eindtermen die we van het secundair onderwijs kennen. Een universitair student is bovengemiddeld intelligent maar is niet noodzakelijkerwijs beter in het verwerven van een vreemde taal dan een niet-universitaire student. Vanuit dat opzicht is er geen reden om aan deze slimme studenten ander onderwijs te bieden dan op de middelbare school als het doel gelijk is aan het doel op deze scholen: praktisch toepasbare kennis van de taal. Aan de andere kant behoort genoemde student zich academisch te kunnen uitdrukken in de vreemde taal. Dat zou weer betekenen dat docenten Taalvaardigheid deze student academische vaardigheden dienen te doceren. Treden docenten Taalvaardigheid buiten hun eigen vakgebied (en in het gebied van, bijvoorbeeld, de taalkundige) als ze theoretisch onderwijs geven tussen de vaardigheden door?

Een ander thema is het onderscheid met andere disciplines binnen opleidingen. De verschillen  tussen Taalvaardigheid en de meer theoretische disciplines beïnvloeden de aard van de secties Taalvaardigheid, de uitstraling die ze hebben naar studenten en de positie binnen opleidingen. Zo wordt het vak Taalvaardigheid relatief vaak gegeven door docenten Taalkunde en door studenten in de laatste fase van hun studie. De ene taalvaardigheiddocent beperkt zich tot colleges in de eerste twee jaren van de studie en doceert vanaf de zijlijn van de opleiding een vaardigheid, terwijl de andere tot in de Masterfase colleges verzorgt en volop meedoet met scriptiebegeleiding en publiceren.

Een bijzondere positie wordt ingenomen door de talencentra, die onderwijs op maat verzorgen aan universitair studenten en die vaak samenwerken met bedrijven en instellingen en met opleidingen Taal en Cultuur. In deze samenwerkingsverbanden vinden interessante ontwikkelingen plaats.

De positie van docenten Taalvaardigheid lijkt momenteel in ontwikkeling te zijn. Zo verwachten universiteiten vaak van deze docenten dat ze aansluiting vinden bij onderzoek, als onderdeel van een breder universitair beleid waarin promoties worden gestimuleerd. Deze ontwikkeling roept andermaal de vraag op wat de rol van de docent Taalvaardigheid is in een academische omgeving.


Abstracts

De voertaal tussen de lezingen door is Nederlands, maar zowel Engelstalige als Nederlandstalige lezingen of posters zijn welkom. Abstracts (250 woorden) kunnen tot en met 15 maart 2012 gestuurd worden naar VSTS@hum.leidenuniv.nl. Vóór 1 april 2012 zal de acceptatiecommissie de abstracts beoordelen. Wij verzoeken u om aan te geven of u een lezing wilt geven, poster wilt presenteren of beide mogelijkheden omarmt. Lezingen duren 20 minuten, gevolgd door 10 minuten voor vragen. Voor informatie over de inhoud van het colloquium kunt u zich richten tot Dick Smakman: d.smakman@hum.leidenuniv.nl


Registratiekosten

De registratiekosten bedragen 25 euro (15 euro voor studenten).
De kosten voor het diner op de vrijdagavond bedragen 25 euro.
U kunt het inschrijfgeld overmaken (rekeninginformatie volgt) of het bedrag in cash op de eerste dag van het colloquium betalen.


Hotel accomodatie

Enkele hotels in (het centrum van) Leiden:

- Golden Tulip
- Tulip Inn
- Hotel De Doelen
- Hotel Nieuw Minerva

Hier vindt u nog meer hotels in Leiden en omstreken.

Wat?Colloquium over het universitair taalvaardigheidonderwijs in Nederland en Vlaanderen
Van school tot scriptie
Waar?Leiden, Nederland
Wanneer?08/06/2012 tot 09/06/2012