Samenvatting van 'Laaggeletterd in de Lage Landen' (met het keurmerk Makkelijk Lezen)

Veel mensen hebben moeite met lezen en schrijven. In Nederland is dat 10% van de volwassenen, in Vlaanderen 16%. Het boek ‘Laaggeletterd in de Lage Landen – Hoge prioriteit’ gaat hierover. De schrijvers van het boek praten over laaggeletterdheid in Nederland en Vlaanderen. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven noemen zij laaggeletterd.

 

De schrijvers laten zien waarom laaggeletterdheid een probleem is. En zij vertellen wat er moet gebeuren om dit probleem kleiner te maken.

Waarom is laaggeletterdheid een probleem?

Vroeger konden veel mensen niet goed lezen en schrijven en vaak was dat geen probleem. Nu wel. Hoe komt dat?

De schrijvers geven twee redenen:

  1. Er zijn nog nooit zulke hoge eisen gesteld aan lezen en schrijven als tegenwoordig. Tot het eind van de 19e eeuw hoefde je haast niet te schrijven. En lezen was voldoende als je een bekende tekst hardop kon voorlezen. Pas in de jaren 20 van de 20e eeuw moest je ook begrijpen wat je las. Hardop lezen alleen was niet meer voldoende. En vanaf de jaren 70 van de 20e eeuw is begrijpen wat er staat niet genoeg, maar moet je kunnen omgaan met informatie. Je moet een krant lezen, brieven en folders lezen, de ondertiteling van de televisie. Je moet een brief kunnen schrijven en formulieren invullen. En je moet goed kunnen lezen om instructies op te volgen. Denk maar aan pinnen en de kaartjesautomaat op het station.
  2. Deze hoge eisen worden nu aan iedereen gesteld. Vroeger was het vooral in de hoge kringen en in bepaalde beroepen belangrijk om te kunnen lezen en schrijven. Nu geldt dat voor iedereen. Je moet goed kunnen lezen en schrijven omdat je nu eenmaal in deze tijd en in deze maatschappij leeft. Iedereen heeft te maken met brieven van de gemeente, polissen van de verzekering en afschriften van de giro of bank. En natuurlijk wil iedereen gebruik maken van internet en sms’en.

Lezen en schrijven is nu belangrijk in alle beroepen. Werknemers moeten bijvoorbeeld e-mails lezen, dagstaten invullen of bestellingen opschrijven.

Hoe kan dit probleem kleiner worden?

  • De schrijvers vinden dat er meer aan laaggeletterdheid moet worden gedaan. Zij zeggen dat jonge mensen, ouders met schoolgaande kinderen en mensen zonder werk hierbij voorrang moeten krijgen
  • De schrijvers willen dat er meer mogelijkheden komen om cursussen te volgen. Cursussen moeten niet alleen op scholen voor volwassenen worden gegeven, maar ook op andere plaatsen zoals op het werk, in gezondheidscentra, bij peuterspeelzalen en basisscholen.
  • Zij vinden ook dat inspanningen beloond moeten worden. Mensen, die een lees- en schrijfcursus volgen, moeten een beloning krijgen. Maar ook bedrijven en organisaties, als zij cursussen geven voor hun medewerkers.
  • Als laatste zeggen de schrijvers dat de schriftelijke taal veel makkelijker kan. Mensen die teksten schrijven, moeten zó schrijven dat de tekst leesbaar wordt voor iedereen.

Het boek is uitgegeven door: De Nederlandse Taalunie (Den Haag, 2004).

De schrijvers zijn: Ella Bohnenn, Christine Ceulemans, Carry van de Guchte, Jeanne Kurvers, Tine van Tendeloo.