18 november 2006
Nederland / Vlaanderen
Het is een opvallend verschijnsel dat de Nederlander, eenmaal in Vlaanderen, niet karig is met zijn lof (en dat was op de HSN-conferentie niet anders). In de vele interviews met kunstenaars blijkt men steeds weer te constateren dat het er in Vlaanderen allemaal beschaafder aan toe gaat. Onlangs nog was Thomas Rosenboom te gast bij Klara naar aanleiding van het verschijnen van zijn verhalenbundel, Hoog aan de wind.

Hij constateerde dat je in Vlaanderen niet zo hard hoefde te vechten, dat mensen op straat voor elkaar uit de weg gaan en niet hinderen, dat mensen minder hard spreken. De stille, Vlaamse stemmen vallen op tegenover de luide, Nederlandse stemmen. Nederlanders praten vaak heel hard en hebben er ook geen benul van dat anderen daar last van hebben. Aldus Rosenboom, voeg ik er maar snel aan toe!
Ondertussen lazen we ook een interview met David van Reybroeck (Vrij Nederland, 28 oktober 2006). Van Reybroeck getuigt over zijn verblijf in Nederland als "writer in residence" (ja, dat moet in het Engels). Het is in feite een terugkeer naar Nederland, want hij werkte aan een proefschrift in Leiden in 2000. Jaren later getuigt hij over Nederland:
"Toen ik hier de eerste keer woonde, leek jullie land een welvarend, sociaal-democratisch gidsland. Inmiddels heeft de staat stelselmatig zijn belangrijkste taken afgestoten. De Nederlandse overheid lijkt minder politieke of morele keuzes te maken in het belang van een gemeenschap en steeds meer te denken in termen van efficiëntie. Het is alsof Nederland zichzelf steeds weer moet uitvinden. Die volstrekte bouwwoede, dat verlangen om het land nog nét een beetje beter in te richten. Als ik vanuit Brussel naar Amsterdam rijd, ken ik de afrit Leiden niet meer terug. Allemaal bedrijfsterreinen. Het ziekenhuis, waar ik mijn verstandskiezen ben kwijgeraakt aan een ruwe kaakchirurg: onherkenbaar. Het Nederlandse landschap wordt niet beheerd, maar kapotgemaakt. En waarom? Het aantal inwoners is inmiddels to zeker niet verdubbeld?"
Het mag dan aanmatigend klinken, bekent Van Reybroeck, maar het is goed bedoeld, want hij toont belangstelling:
"De meeste Vlamingen houden zich totaal niet meer bezig met Nederland. Vlaanderen had ooit een minderwaardigheidscomplex, maar het is nu zo hip en welvarend, dat het Nederland hooghartig de rug heeft toegekeerd."
Tja, het zijn van die abstracte redeneringen die je waarschijnlijk niet onmiddellijk herkent op straat. Maar ik laat Van Reybroeck toch nog even aan het woord, want anders denkt u dat hij (dus wij, want hij is een Vlaming en zo abstraheren wij) Vlaanderen zomaar boven Nederland stelt. Er zijn ook klachten over Vlaanderen. Hij heeft het over de groeiende Vlaamse wil om de onafhankelijkheid uit te roepen:
"Het klink als een idioot project. Het is ook een idioot project. Maar het is akelig om te zien hoeveel politici en zakenmensen meegaan in dat nieuwe discours. Ik word daar razend van; een land runnen is iets anders dan een bedrijf leiden. Wallonië is het armste gewest van België en natuurlijk zouden we goedkoper af zijn als we ons daar geen zorgen meer over zouden maken. Maar de natiestaat kan en mag niet alleen ingericht worden met de principes van de markt. Heel andere criteria zijn daarin van belang, zoals het solidariteitsbeginsel en de vormgeving van de maatschappelijke orde. Dat blijft nogal achterwege in het debat over de Vlaamse onafhankelijkheid."
Dat is natuurlijk niets nieuws onder de zon. De Vlaming wil al langer los van België en sommige Vlamingen wilden zelfs bij Nederland horen.
Voor een jongere generatie (Van Reybroeck is van 1971) is dat nooit een brandende kwestie geweest. Ze hebben immers de Franse overheersing en de daarbij horende hang naar Vlaamse ontvoogding niet aan den lijve ondervonden. En toch worden ze geconfronteerd met een heropleving van de wil tot onafhankelijkheid. Van Reybroeck vat dat dilemma als volgt samen:
"Mijn generatie moet nu gaan aantonen dat het mogelijk is om je betrokken te voelen bij de toekomst van Vlaanderen in België, zonder je te branden aan fascistoïde romantiek. Maar ook zonder de ideologische smetvrees van de postmoderne generatie."
Welk soort nationalisme wil deze generatie dan omarmen? Zowaar een nationalisme dat min of meer trots is op België als een schaalmodel voor Europa. Van Reybroeck werkt met zielsverwanten aan een boek over België:
"Met veel goodwill en behoorlijk wat geld is er een nationale constructie bedacht, waarbinnen verscheidenheid en meertaligheid kunnen blijven bestaan. Europa kan onze ervaring goed gebruiken. Er zijn slechtere voorbeelden. In de hele Belgische kwestie, is nooit een dode gevallen. België is een vreedzame Balkan."
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties