Buurlanden

wereldbol

Rondom het Nederlandse taalgebied wordt Nederlands onderwezen op scholen voor primair, secundair, beroeps- en volwassenenonderwijs. Het gaat om de Duitse deelstaten Nedersaksen en Noord-Rijnland-Westfalen, de departementen Nord en Pas-de-Calais in Noord-Frankrijk
                       en de Franstalige gemeenschap in België.
 

De belangstelling voor het Nederlands is groot. We spreken in de buurlanden over ongeveer 400.000 leerders van het Nederlands verspreid over alle onderwijsvormen. Er zijn er ruim 350.000 leerders in Wallonië, 6.000 in Noord-Frankrijk en 30.000 in Duitsland.

In deze gebieden is veel behoefte aan ondersteuning bij het onderwijs Nederlands.
De Taalunie biedt deze ondersteuning in nauwe samenwerking met de verschillende regionale overheden door middel van:

  • na- en bijscholing voor leraren;
  • ontwikkeling van leermiddelen;
  • het toegankelijk maken van leermiddelen via bibliotheken of websites;
  • het stimuleren en ondersteunen van netwerken tussen docenten;
  • promotie van het onderwijs Nederlands;

Samenwerking

De samenwerking met de 'aangrenzende taalgebieden' verschilt per regio. Elke regio heeft immers zijn eigen geschiedenis, omstandigheden en wensen. De samenwerkingsverbanden bestaan uit vertegenwoordigers van de regionale overheden en de Taalunie. De positie van het Nederlands in de grensstreken wordt door deze samenwerking verstevigd.

Naast de ondersteuning aan de regio's afzonderlijk biedt de Taalunie ook een aantal voorzieningen centraal aan, zoals na- en bijscholingscursussen en studiedagen voor docenten, en zorgt ze ervoor dat informatie en ervaringen kunnen worden uitgewisseld bijvoorbeeld op conferenties.

Scholingen

Scholingen vormen een belangrijk instrument bij de ondersteuning en professionalisering van de Nederlandse Taalunie. De Taalunie organiseert op basis van de wensen en behoeften in het NVT-veld op locatie in het buitenland of in het Nederlandse taalgebied scholingen met de meest uiteenlopende thema's. Enkele voorbeelden daarvan zijn:

  • Stimuleren van spreekvaardigheid in de lessen;
  • Interactief lesgeven;
  • Liedjes in de klas;
  • Video in de klas;
  • Zelf materiaal maken;
  • Didactische werkvormen;
  • Verteltechnieken bij vroege taalverwerving;
  • Het maken van Webquests voor het NVT.

Verder levert de Taalunie veelal een financiële maar vaak ook inhoudelijke bijdrage aan scholingen die door derden worden verzorgd. Enkele voorbeelden:

  • De jaarlijkse werkbijeenkomst voor docenten NVT aan Duitse volksuniversiteiten (initiatief van de Nederlandse Ambassade in Berlijn);
  • De omscholing van zaakvak- en vreemde taal docenten tot docenten NVT in Nedersaksen (Kultusministerium);
  • Tandemleren (Franstalige Gemeenschap België);
  • Een jaarlijks concours voor leerlingen van het secundair onderwijs naar aanleiding van Nederlandstalige boeken of films (APNES, vereniging docenten Nederlands in Noord-Frankrijk);
  • Nascholingen voor leerkrachten van het primair onderwijs in Nord-Pas de Calais (Inspection Académique du Nord);
  • Docentenworkshops voor docenten van gymnasia en beroepsopleidingen in Duitsland (Fachvereinigung Niederländisch);
  • Journalistieke schrijfwedstrijd "Mediareporter" voor leerlingen uit de Frans- en Duitstalige grensgebieden (Talenacademie);
  • Theatervoorstellingen voor anderstaligen (bijv. Fast Forward);

Cursussen voor docenten

Professionalisering van docenten en leerkrachten Nederlands buiten het taalgebied is van groot belang. Niet alleen voor de kwaliteit, maar ook voor de status en de zelfstandigheid van de neerlandistiek en het onderwijs Nederlands in het buitenland is het noodzakelijk om docenten regelmatig de gelegenheid te geven tot nascholing. De docenten zijn vaak ver buiten het Nederlandse taalgebied werkzaam en daardoor niet altijd in staat hun vakkennis en contacten met vakgenoten bij te houden. Voor deze docenten organiseert de Taalunie docentennascholingen.
Zie verder bij docentencursussen.

Overige didactische ondersteuning

De Taalunie richt zich op alle taalgebruikers van het Nederlands als vreemde taal: docenten, leerders, lerarenopleiders, scholingsinstituten, materiaalontwikkelaars, inspecties etc. Daarnaast biedt de Taalunie inhoudelijke en financiële ondersteuning aan allerlei activiteiten en projecten.
Meer over didactische ondersteuning.

Financieringen

Bij de Taalunie kan door docenten, studenten en instellingen ook financiële ondersteuning worden aangevraagd. Deze financieringen voor het niet-universitaire onderwijs buiten het taalgebied kunnen worden aangevraagd voor de meest uiteenlopende activiteiten en projecten. Daarbij kan men denken aan: specifieke docentenworkshops, leer- en lesmateriaalontwikkeling, werkconferenties, colloquia, gastsprekers etc. Bij de toekenning van subsidies wordt uitgegaan van het principe van cofinanciering. De meeste projectaanvragen en subsidieverzoeken voor het niet-universitair onderwijs Nederlands komen van de aangrenzende taalgebieden: Nedersaksen, Noord-Rijnland-Westfalen, Franstalig België en Nord-Pas de Calais. De richtlijnen voor het indienen van projectaanvragen en subsidieverzoeken vindt u hieronder.

Financieringen voor de Buurlanden
http://taalunieversum.org/inhoud/financieringsmogelijkheden/steun-aan-buurlanden-nederlands-als-vreemde-taal.
Overige financieringen voor instellingen buiten het Nederlandse taalgebied
http://taalunieversum.org/inhoud/financieringsmogelijkheden.

Nuttige Links

Handige links voor studenten en docenten NVT. Kijk op deze pagina.

Contact

Heeft u nog vragen? Kijk dan op de volgende pagina of stuur een mail naar aanvraagfinanciering@taalunie.org .

Filmpje grensoverschrijdend onderwijs

Hier vindt u een mooi voorbeeld van hoe leerlingen in de grensgebieden bij elkaar betrokken zijn.
Duitsers en Nederlanders hebben veel interesse voor elkaars taal

(tv-reportage van RTV Noord 17 oktober 2012). Bron video: You Tube.

29 april 2016