Digitalisering

Nederlands als doel en middel van digitalisering

In Nederland en Vlaanderen worden grote inspanningen geleverd om cultureel erfgoed te digitaliseren en digitaal ter beschikking te stellen. Het Nederlands speelt hierbij een belangrijke rol. Niet alleen omdat veel cultureel erfgoed Nederlandstalig is, maar ook omdat het ontsluiten van cultureel erfgoed vaak in het Nederlands gebeurt. Samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen ligt daarom voor de hand.

In Taalunieverband investeren Nederland en Vlaanderen al samen in diverse bronnen en basismaterialen voor het Nederlands. Vroeger waren die per definitie van papier, vandaag de dag zijn die steeds vaker digitaal. Taalkundige bronnen en basismaterialen kunnen bij het Instituut voor de Nederlandse Taal worden opgevraagd, letterkundige werken kunnen worden geraadpleegd via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

Omdat het Nederlands niet alleen doel maar vaak ook middel van digitalisering is, wordt in Taalunieverband tevens bekeken hoe Nederland en Vlaanderen ook voor andere erfgoedprojecten nauwer met elkaar kunnen samenwerken. Zo kan van elkaar worden geleerd en kan met minder middelen meer worden gerealiseerd.

In 2012 heeft de Taalunie hierover een werkbijeenkomst georganiseerd in Antwerpen en in 2013 heeft de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren hierover een advies uitgebracht aan het Comité van Ministers. In navolging van dit Raadsadvies heeft het Comité van Ministers een Commissie Digitaal Erfgoed ingesteld, met als opdracht antwoorden te formuleren op de volgende drie vragen:

  1. welke lessen kunnen worden geleerd uit grote digitaliseringsprojecten die worden of zijn uitgevoerd;
  2. wat zijn succesfactoren voor Nederlands-Vlaamse samenwerking in internationale data-infrastructuren;
  3. wat zijn voorwaarden voor instellingen om hun collecties en collectiegegevens als open data vrij te kunnen geven, zodat wat gedigitaliseerd wordt, optimaal bruikbaar en herbruikbaar is?

In 2014 en 2015 heeft de Commissie Digitaal Erfgoed de eerste twee vragen beantwoord aan de hand van de rapporten Lessen voor de toekomst uit Vlaamse en Nederlandse digitaalerfgoedprojecten en Succesfactoren voor Nederlands-Vlaamse samenwerking rond digitaal erfgoed. Op dit moment buigt de commissie zich nog over de derde en laatste vraag over open data. Naar verwachting zal de commissie haar werkzaamheden in 2017 kunnen afronden.

6 juni 2017