Over het ERK

Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - cover

Het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK) biedt een instrument om het niveau waarop iemand zijn talen beheerst te beschrijven. Het wordt in toenemende mate gebruikt in zowel het vreemdetalenonderwijs als in het onderwijs Nederlands aan anderstaligen.

In 2001 publiceerde de Raad van Europa het Common European Framework of Reference for Languages (CEFR of CEF). Doel van het CEFR was om taalniveaus voor moderne vreemde talen in Europa beter te kunnen vergelijken. Het initatief kadert in het Europese beleid om meertaligheid in Europa te bevorderen.

Om het CEFR toegankelijk te maken voor het onderwijs Nederlands, publiceerde de Nederlandse Taalunie in 2006 de vertaling: Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: Leren, Onderwijzen, Beoordelen (ERK).

Het Europees Referentiekader wordt in heel Europa gebruikt in het vreemdetalenonderwijs. In Nederland en Vlaanderen zijn de eindtermen voor vreemde talen in het secundair onderwijs gekoppeld aan het ERK. Verschillende Europese culturele instellingen en taalaanbieders hebben hun cursussen en examens gekoppeld aan het ERK. Voor Nederlands geldt dit onder meer voor het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal en voor het Staatsexamen NT2.

5 vaardigheden, 6 niveaus

Het ERK onderscheidt 5 vaardigheden (lezen, luisteren, schrijven, spreken, gesprekken voeren) en 6 niveaus van taalbeheersing, van beginner tot bijna moedertaalspreker. De niveaus gaan uit van zogenaamde can-do-statements, waarin wordt beschreven wat iemand kan in de betreffende taal. De niveaus heten van laag naar hoog: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Niveau A is van toepassing op basisgebruikers van de taal. Zij kunnen zich in talig opzicht nog niet zelfstandig redden. Wie op B-niveau functioneert, wordt een onafhankelijke taalgebruiker genoemd. Zij kunnen zich wel zelfstandig redden in de nieuwe taal. Wie de taal op C-niveau beheerst, is een vaardige gebruiker. Zij spreken de taal met groot gemak.

Let wel: Hoewel de indeling in niveaustappen binnen het ERK misschien een trapsgewijze ontwikkeling suggereert, is de ontwikkeling van taalvaardigheid een continu proces. Taalvaardigheid ontwikkelt zich geleidelijk, en niet iedereen die een nieuwe taal leert heeft daarbij dezelfde sterke en zwakke punten. Waar de ene cursist in het begin van het leerproces erg aarzelend zal spreken, omdat hij of zij zoekt naar de juiste opbouw van de zin, is de andere cursist ook in het A-gebied al een vlotte spreker, die echter nog erg veel grammaticale fouten maken. Beide leerders kunnen hetzelfde niveau hebben, maar ze gaan anders met de nieuwe taal om. 

8 mei 2015