Veelgestelde vragen over het Nederlands

Taaladviezen

De vragen die hieronder staan zijn algemene vragen over het Nederlands. Mocht u een vraag hebben over taalgebruik, spelling, woordkeuze, grammatica, etc. dan kunt u ook onze ruim 1000 taaladviezen raadplegen om te zien of daar het antwoord tussen staat.

Taalbeleid van een overheid  is het geheel van maatregelen dat ze neemt om  het gebruik van een taal of meer talen te beïnvloeden, om het onderwijs in die taal te bevorderen, om de taal vast te leggen en eventueel normen voor te schrijven en om de rechten van bepaalde groepen op het behoud en het gebruik van hun eigen taal te waarborgen. Maatregelen zijn bijvoorbeeld wetten, subsidies of bewustwordingscampagnes. 

De Nederlandse Taalunie is een organisatie waarin de Nederlandse, de Vlaamse en de Surinaamse overheid gezamenlijk beleid voeren over de Nederlandse taal. De organisatie is in 1980 opgericht met een Nederlands-Vlaams “Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie". Suriname heeft zich in 2004 aangesloten. De Taalunie werkt ook samen met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. De Taalunie wordt bestuurd door ministers van de deelnemende landen en gecontroleerd door een commissie van parlementsleden. Er is een adviesraad van deskundigen en een bureau dat het beleid voorbereidt en uitvoert. Dat bureau heet ‘ algemeen secretariaat’ en is gevestigd in Den Haag

(lees meer over de structuur van de Taalunie)

De Taalunie heeft in 1995 enkele spellingregels veranderd. Dat gebeurde omdat die regels voor veel onduidelijkheid zorgden. De belangrijkste ingreep was het afschaffen van dubbele schrijfwijzen voor bastaardwoorden, dat zijn woorden met een vreemde oorsprong, zoals actie (aktie) en consequent (konsekwent). In 2005 kwamen daar nog voorschriften bij voor woorden waar veel mensen problemen mee hadden, zoals afkortingen en hun afgeleiden (sms'en) en woorden met of zonder hoofdletters (de middeleeuwen, middeleeuws, middeleeuwer). Nu zijn alle grijze zones in de spelling opgehelderd.

Om de tien jaar werkt de Taalunie de officiële Woordenlijst van de Nederlandse Taal bij. Voor nieuwe woorden wordt dan de spelling vastgelegd. De regels worden niet meer veranderd. De eerst volgende keer is in 2015 Bezoek de officiële woordenlijst hier.

Nee, de Taalunie beslist niet wat goede en wat foute woorden zijn. Er bestaat niet zoiets als 'officiële' of 'erkende' woorden, en dus ook niet zoiets als 'verboden' woorden. Dat kan ook niet, omdat er voortdurend woorden bijkomen en andere woorden verdwijnen. Vaak zijn woorden in de ene omstandigheid goed bruikbaar, maar niet in een andere omstandigheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor dialectwoorden, voor spreek- of straattaal, voor vaktaal of verouderde woorden. Woorden die in alle omstandigheden bruikbaar zijn, behoren tot de standaardtaal. Een goed woordenboek geeft uitleg bij de gebruiksmogelijkheden van elk woord.

Lees meer over woorden en woordenboeken.  

Taal is van de mensen die de taal gebruiken. Zij geven vorm aan hun taal door telkens weer nieuwe manieren te ontwikkelen als ze iets nieuws willen zeggen. Daardoor verandert de taal heel langzaam. Je kunt bijvoorbeeld goed de verschillen zien tussen het Nederlands van vandaag en dat van honderd, tweehonderd of driehonderd jaar geleden. Er komen woorden en uitdrukkingen bij, en er gaan er ook veel verloren. Ook de manier om zinnen te maken verandert. Dat is bij alle talen zo en er is niemand die beslist wat er mag veranderen en wat moet blijven.

(Lees meer over het Nederlands: http://taalunieversum.org/taal/vragen/ )

 

Een taal heeft vele vormen of variëteiten, bijvoorbeeld dialecten, jongerentaal, taal van ambtenaren en advocaten, kleutertaal. Standaardnederlands is de variëteit van het Nederlands die gebruikt wordt voor de algemene communicatie in het onderwijs, in de media en door de overheid. Dialecten zijn ook variëteiten van het Nederlands, maar ze zijn vooral bruikbaar in de omgang met mensen binnen een vertrouwde omgeving. In Vlaanderen wordt veel tussentaal gesproken. Dat is een informele taal, die niet geschreven wordt, maar die met lichte plaatselijke variatie in het hele gebied gangbaar is. Standaardnederlands is het Nederlands dat het best is beschreven in woordenboeken, spraakkunsten en uitspraakwoordenboeken. Het is overigens niet overal hetzelfde. Sommige woorden en uitdrukkingen hoor je wel in Nederland, maar niet in België of Suriname. Of andersom. Ook de uitspraak is verschillend in die drie landen. We spreken van Surinaams-Nederlands, Belgisch-Nederland en Nederlands-Nederlands.

Lees meer over standaardtaal.  

 

Alles wat de Taalunie doet, is uiteindelijk bedoeld voor de gebruiker van het Nederlands, of dat Nederlands nu zijn moedertaal is of niet. De Taalunie legt bijvoorbeeld de spelling vast en zorgt ervoor dat er goede woordenboeken, spraakkunsten en taaladviesboeken kunnen verschijnen, op papier en op internet. Door de Taalunie kan veel Nederlandstalig literair werk via internet worden geraadpleegd. Ze doet dat niet allemaal zelf, maar zorgt er vooral voor dat andere organisaties dat kunnen doen. Dat zijn meestal literaire of wetenschappelijke instellingen of onderwijsinstellingen.

De Taalunie subsidieert ook over de hele wereld universiteiten waar Nederlands wordt gestudeerd.

De Taalunie beschikt over een website met veel informatie over taal en taalbeleid, en een jongerenwebsite over het Nederlands.

Lees meer over wat de Taalunie doet.

De Taalunie doet voor het Nederlands alles waar de deelnemende landen samen belang bij hebben en wat ze samen beter kunnen doen. Dat gaat bijvoorbeeld over:

  • Taal (spelling, taaladvies, woordenboeken en Nederlands in computertoepassingen)
  • Onderwijs ( documentatie en hulp voor studenten en docenten )
  • Literatuur (informatie over literatuur, literatuur op internet, opleiden van literaire vertalers)
  • Nederlands in het buitenland (steun aan universiteiten waar je Nederlands kunt leren, advies en bijscholing voor docenten en studenten)

(lees meer over wat de Taalunie doet: http://taalunieversum.org/taalunie/werkterreinen/ )

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Dit is een historisch en wetenschappelijk woordenboek. Het beschrijft ruwweg de woordenschat van het Nederlands van het jaar 1500 tot 1921. Van elk woord dat in een geschreven bron werd aangetroffen, geeft het de grammaticale kenmerken, de oudste vindplaats, de oorspronkelijke betekenis, de betekenissen die zich daaruit hebben ontwikkeld, het gebruik in spreekwoorden en uitdrukkingen, en de afleidingen en samenstellingen die ermee gemaakt worden. Dat alles met volledige bronvermelding en gebaseerd op een eigen materiaalverzameling, een bibliotheek met bijna tienduizend boeken. Het gehele woordenboek zit in veertig dikke banden. Het telt 91.610 kolommen op 45.805 bladzijden. Er worden 350.000 tot 400.000 woorden besproken. De citaten waarmee de betekenissen worden geïllustreerd, lopen op tot 1,6 miljoen. Er staan waarschijnlijk 50 miljoen woorden in het boek. Dat zijn allemaal wereldrecords.
De redactie heeft aan het woordenboek gewerkt van 1862 tot 1998.

Dat hangt af van het criterium bij de telling. Als we het hebben over woorden die duidelijk herkenbaar zijn als vreemd, komen we volgens Guido Geerts slechts tot 10%. Maar Nicoline van der Sijs, die alle woorden van vreemde oorsprong in een moderne krant onderzocht, vond 30% leenwoorden. Bij de dertig meest frequente woorden in de krant was geen enkel leenwoord, in de tophonderd kwamen er vijftien voor.

Onze spelling werd rond 1860 ontworpen door Matthias de Vries en Lammert te Winkel, de eerste redacteuren van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Ze werd in België officieel ingevoerd in 1864, en in Nederland sinds 1883 gebruikt voor officiële teksten. Deze spelling werd in 1934 alleen voor Nederland vereenvoudigd voor het onderwijs. De vereenvoudiging noemen we de spelling-Marchant. In 1946 (België) en 1947 (Nederland) kwam de eerste aanpassing voor het algemene gebruik. Toen werd onder meer de -sch op het eind van woorden als mensch afgeschaft, en werden de lange klinkers ee en oo in open lettergrepen als e of o geschreven. In 1954 werd het Groene Boekje uitgegeven als uitwerking van deze spelling. Dit boekje bevatte voor bastaardwoorden een 'voorkeurspelling' en een alternatieve 'toegelaten spelling'.

De volgende spellingwijziging was die van 1995. Toen werd de voorkeurspelling afgeschaft en kwamen er nieuwe regels voor de tussenklank -e(n)- in samenstellingen. De ministers van de Nederlandse Taalunie besloten bovendien dat er om de tien jaar een herziene uitgave van de Woordenlijst zou komen om de continuïteit en bruikbaarheid van de bestaande officiële spelling te waarborgen.

In 2005 verscheen de tweede, herziene editie van de Woordenlijst van 1995. De officiële voorschriften uit 1995-1996 bleven van kracht. Er is wel één belangrijk verschil tussen de Woordenlijst van 1995 en de herziene editie van 2005. Bij de regels voor de tussenklank -e(n)- in samenstellingen kwam in 2005 de uitzondering voor samenstellingen met een dierennaam als eerste deel en een plantkundige aanduiding als tweede woord te vervallen. Paardebloem werd dus paardenbloem.

De schattingen lopen sterk uiteen. Piet van Sterkenburg, directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden, schat het aantal Nederlandse woorden 'voorzichtig' op meer dan 1 miljoen. De voormalige hoofdredacteur van Van Dale schreef in het voorwoord tot de tiende druk dat er volgens hem 2 tot 5 miljoen woorden ooit gebruikt zijn in het Nederlands. De Taaldatabank, een computer waarin alle woorden en woordvormen - lezen: lees, leest, las, lazen... - worden opgeslagen die in nieuwe teksten worden aangetroffen, bevat al meer dan 60 miljoen woorden.
Als je alle mogelijke woorden in rekening neemt, moet je zeggen dat het aantal Nederlandse woorden onbeperkt is, want je kunt met de bestaande grondwoorden steeds nieuwe samenstellingen en afleidingen maken. Het grootste deel van de nieuwe woorden in een woordenboek zijn dan ook samenstellingen met elementen die er al in voorkwamen.

Deskundigen gaan uit van 28 dialecten, die ze grofweg indelen in vijf groepen: het Hollands, het West-Vlaams en Zeeuws, het Oost-Vlaams en Brabants, het Limburgs, het Saksisch. Daarbij komt het Fries, maar dat wordt als een aparte taal beschouwd.
Deze indeling is gebaseerd op verschillen en overeenkomsten in uitspraak, vormleer, zinsbouw en woordenschat. Maar ze blijft arbitrair. Je kunt ook stellen dat iedere gemeente haar eigen dialect heeft. Dialectsprekers horen het vaak meteen aan iemands taal wanneer die uit een dorp vijf kilometer verderop komt.

Het Nederlands is een officiële taal in Nederland en België, maar ook in Aruba, de Nederlandse Antillen en Suriname. Maar het percentage Nederlandssprekenden in die overzeese gebieden is klein. Op Aruba spreekt ongeveer 5% van de bevolking Nederlands als moedertaal. In Suriname is het Surinaams-Nederlands wel de voertaal, maar voor velen is het de tweede taal naast het Sranan.
In een klein gebied in het noorden van Frankrijk, Frans-Vlaanderen, spreken vooral oudere personen Nederlands.

Het Nederlands was officiële taal tijdens de Spaanse en Oostenrijkse periode (1585-1794) en tijdens de Nederlandse periode (1815-1830). Na de onafhankelijkheid van België was er taalvrijheid. De eerste redevoering in het Nederlands werd in het Belgische parlement pas uitgesproken in 1888, door de Antwerpse advocaat Edward Coremans. Sinds de Gelijkheidswet van 1898 is het Nederlands in België een officiële taal met gelijke rechten. Het lager en middelbaar onderwijs in Vlaanderen werd eentalig Nederlands in 1932. Aan de universiteit van Gent werden alle colleges voor het eerst in het Nederlands gegeven in het academiejaar 1930-1931.

Ongeveer 15 miljoen Nederlanders en 6 miljoen Vlamingen en 400.000 Surinamers. Elders in de wereld is het aantal verwaarloosbaar klein. Daarmee komt het Nederlands op de achtste plaats in de rangorde van de talen van de Europese Unie, als je die opstelt op basis van het aantal moedertaalsprekers. Het Nederlands is dus groter dan bijvoorbeeld het Zweeds. Op wereldschaal komen we ver achter het Chinees (1 miljard moedertaalsprekers), het Engels (350 miljoen), het Spaans (250 miljoen), het Hindi (200 miljoen) en het Arabisch (150 miljoen). Toch is het Nederlands van de ongeveer 6.500 talen die in de wereld gesproken worden, de 37ste.

De eerste Nederlandssprekenden wisten zelf niet dat ze een nieuwe taal hadden uitgevonden. Talen evolueren voortdurend en je kunt achteraf pas zeggen welke veranderingen zo ingrijpend waren dat er een nieuwe taal is ontstaan.
Rond het jaar 600 vond de zogenaamde Hoogduitse klankverschuiving plaats. In het oosten verschoof de p aan het begin van een woord naar een pf (pferd). In het westen gebeurde dat niet. Toen begon het Oudnederlands zich af te scheiden van de andere Germaanse talen. De wezenlijke kenmerken van het Nederlands liggen sinds het jaar 800 vast. Vanaf de dertiende eeuw wordt het Middelnederlands gebruikt in officiële documenten, maar dit was nog lang geen eenheidstaal. Die is pas ontstaan vanaf de zestiende eeuw. Belangrijk daarin was de publicatie van de Statenbijbel in 1637.

Ja, Nederlands en Vlaams zijn dezelfde taal. Wat niet wegneemt dat er verschillen bestaan tussen het Nederlands zoals dat in Nederland en het Nederlands zoals dat in Vlaanderen wordt gesproken, vooral in uitspraak en woordenschat. Maar verschillende taalvariëteiten en verschillen in taalgebruik bestaan er ook binnen het Nederlands van Nederland en binnen het Nederlands van Vlaanderen.

Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw werken Nederland en België of Vlaanderen meer en meer samen op het gebied van het Nederlands. In 1980 sloten Nederland en België het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie. Dit verdrag beoogt de 'integratie van Nederland en de Vlaamse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin'.

2 mei 2013