Veelgestelde vragen over het Nederlands

Taaladviezen

De vragen die hieronder staan zijn algemene vragen over het Nederlands. Mocht u een vraag hebben over taalgebruik, spelling, woordkeuze, grammatica, etc. dan kunt u ook onze ruim 1000 taaladviezen raadplegen om te zien of daar het antwoord tussen staat.

Taalbeleid van een overheid  is het geheel van maatregelen dat ze neemt om  het gebruik van een taal of meer talen te beïnvloeden, om het onderwijs in die taal te bevorderen, om de taal vast te leggen en eventueel normen voor te schrijven en om de rechten van bepaalde groepen op het behoud en het gebruik van hun eigen taal te waarborgen. Maatregelen zijn bijvoorbeeld wetten, subsidies of bewustwordingscampagnes.

De Taalunie is de beleidsorganisatie met als doel levendig en aantrekkelijk houden van het Nederlands, zowel binnen als buiten het taalgebied. Door mondialisering en digitalisering is de positie van een middelgrote taal als het Nederlands niet meer vanzelfsprekend. Vooral de invloed van het Engels op de talige cultuur is groot. Daardoor bestaat het risico dat het Nederlands aan belang inboet in cruciale maatschappelijke domeinen als wetenschap, economie, innovatie en onderwijs.

Om te zorgen dat het Nederlands een volwaardige taal blijft die in alle maatschappelijke domeinen wordt gebruikt, is een integraal taalbeleid vereist. De overheid heeft daarin een belangrijke taak. De Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid hebben hun verantwoordelijkheid voor het Nederlands toevertrouwd aan de Nederlandse Taalunie. Met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten. Eén grensoverschrijdende organisatie die het hele taalgebied verbindt.

Bekijk hier het filmpje over de Taalunie.

De wereld is een dorp geworden en in ons dorp is de hele wereld aanwezig. Dat brengt andere talen met zich mee en maakt van meertaligheid een realiteit, ook binnen Nederland en Vlaanderen zelf. Dat roept vragen op over de positie van het Nederlands. Net zoals de Taalunie ervan uitgaat dat het Nederlands kansen schept, ziet ze meertaligheid als een verrijking, met het Nederlands als onze eigen waardevolle bijdrage daaraan. Meer nog, de Taalunie is ervan overtuigd dat het Nederlands het best gedijt in een wereld van meertaligheid.

Voor het Nederlands is het belangrijk dat het in alle maatschappelijke domeinen een positie weet te behouden. Die domeinen kunnen gerust met andere talen worden gedeeld, maar voorkomen moet worden dat het Nederlands door die andere talen wordt verdrongen. Die bedreiging bestaat eigenlijk alleen maar als het Nederlands één-op-één in concurrentie met één andere taal wordt geplaatst, zoals het Engels, en niet als het Nederlands als (eerste) taal tussen vele andere talen blijft fungeren.

Omdat de aanwezigheid van meerdere talen geen bedreiging hoeft te vormen voor het Nederlands zelf en vooral van meerwaarde kan zijn voor de samenlevingen, benadert de Taalunie meertaligheid bewust positief. Tegelijkertijd blijft ze natuurlijk ook waken over de positie van het Nederlands zelf. Dat doet ze onder meer door het gebruik van het Nederlands en andere talen in diverse domeinen in kaart te laten brengen en op te laten volgen via de Staat van het Nederlands, een onderzoeksproject in samenwerking met het Meertens Instituut in Nederland en de Universiteit Gent in Vlaanderen. Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen onderbouwde uitspraken worden gedaan en kan het maatschappelijk debat worden aangegaan. Dat laatste doet de Taalunie elk jaar met een Talendebat op de Europese Dag van de Talen in Brussel en tijdens het DRONGO talenfestival in Utrecht.

De Taalunie stelt de officiële spelling van het Nederlands voor de hele taalgemeenschap vast en maakt die bekend via Woordenlijst.org, maar het wettelijk voorschrijven ervan voor overheid en onderwijs gebeurt door de afzonderlijke overheden van Nederland, Vlaanderen en Suriname via hun eigen wet- en regelgeving. De Taalunie laat ook de normen van de standaardtaal beschrijven en ter beschikking stellen via Taaladvies.net, maar deze worden niet wettelijk voorgeschreven. Het gaat om gerichte adviezen aan mensen die zich bewust aan de normen van de standaardtaal willen houden, bijvoorbeeld om de taal zorgvuldig te gebruiken.

Meer informatie over spelling: http://taalunieversum.org/inhoud/meer-over-spelling.

Voor de Taalunie staat de taaleenheid centraal, maar met ruimte voor elkaars eigenheden. Nederlanders en Vlamingen (Belgen) delen samen het Standaardnederlands en ze delen het samen met Surinamers, Arubanen, Curaçaoënaars, Sint-Maartenaren en alle anderstaligen die het zich eigen hebben gemaakt. Ondanks hun onmiskenbare onderlinge verschillen in uitspraak, woordenschat en zinsbouw, blijken zij elkaar prima te verstaan. De officiële spelling van het Nederlands, die in Taalunieverband wordt vastgesteld, houdt de taal in geschreven vorm mee samen en dat biedt nog een extra garantie op de toekomst.

Dit alles wil niet zeggen dat Nederlanders, Vlamingen (Belgen) en de anderen zich in hun gebruik van het Standaardnederlands ook op één en hetzelfde referentiegebied richten. De Vlamingen hebben zich voor hun standaardtaal lange tijd in sterke mate op de noordelijke norm gericht, maar niet alle recente evoluties uit het noorden worden ook nu nog door de Vlamingen (Belgen) overgenomen. Denk aan uitspraak, woordgebruik en zinswendingen. Omgekeerd hebben ook de Vlamingen (Belgen) zo hun eigen standaardtaalkenmerken die in Nederland wel bekend zijn, maar niet worden overgenomen.

Het Nederlands is een polycentrische taal, een taal met meerdere kernen, maar dat staat taaleenheid niet in de weg, net zomin als dat bijvoorbeeld voor het Engels, het Duits of het Frans het geval is. Het is goed dat Nederlanders en Vlamingen zich bewust zijn van hun onderlinge verschillen, dat is voor hun standaardtaal niet anders dan voor hun andere culturele eigenschappen. De Taalunie wijst dan ook via Taaladvies.net op onderlinge verschillen in de standaardtaal.

Onder standaardtaal / Standaardnederlands verstaan we: de taal die algemeen bruikbaar is in het openbare leven, bijvoorbeeld in bestuur, rechtspraak, onderwijs, media en bedrijfsleven. Tot de standaardtaal behoren alle woorden, constructies, uitdrukkingen en uitspraakvormen die men in principe zonder problemen kan gebruiken in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving.

Lees meer over standaardtaal en geografische variatie

Het al dan niet actief hulp verlenen aan vluchtelingen bij het leren van Nederlands, is een keuze die de betrokken overheden zelf maken. Nederland en Vlaanderen (België) gaan hier enigszins anders mee om. De Taalunie brengt hun verschillende aanpakken in kaart en bij elkaar om die onderling uit te kunnen wisselen en van elkaar te kunnen leren. 

Op vraag van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren voert het Algemeen Secretariaat op dit moment een veldverkenning uit naar het onderwerp “Taal en vluchtelingen”. Daarbij wordt het onthaal van vluchtelingen in Nederland en Vlaanderen (België) in kaart gebracht en met elkaar vergeleken. Concreet wordt bekeken welke instanties en partijen bij dit onthaal betrokken zijn en welke rol zij op zich nemen in het leren van Nederlands, welke voorzieningen en materialen er voor vluchtelingen voorhanden zijn om Nederlands te leren en welke rol professionelen en vrijwilligers in dit leerproces vertolken. Tot slot zal ook aandacht worden besteed aan het perspectief van de vluchtelingen zelf, met name aan hun (talige) verwachtingen ten aanzien van het land waarin ze terecht zijn gekomen.

De Taalunie heeft drie hoofdtaken:

  • Taalbeleid De Taalunie verbindt verschillende organisaties met een hart voor het Nederlands. Bijvoorbeeld rondom onderwerpen als taalachterstand, literatuur, taal op de werkvloer en welzijn en participatie. De Taalunie verzamelt kennis, zoekt naar gedeelde belangen en inzichten en adviseert op basis daarvan beleidsmakers. Zo zorgt zij voor samenhang in het taalbeleid.
  • Taalinfrastructuur Spelling, woordenschat en grammatica zijn de basis van onze taal. De Taalunie is de autoriteit op deze gebieden en geeft taalgebruikers advies. Dat doet zij steeds meer online. Ook geeft zij taaladvies op maat aan diverse doelgroepen en sectoren, om te zorgen dat deze in het Nederlands blijven communiceren. Daarnaast stimuleert zij innovatieve bedrijven om nieuwe producten en toepassingen, zoals navigatiesystemen, spraakbesturing en automatisch voorlezen ook voor het Nederlands op de markt te brengen.
  • Taalgebruik De Taalunie fungeert als een denktank voor het onderwijs Nederlands. Ook maakt zij zich internationaal hard voor het gebruik van onze taal. Zij ondersteunt bijvoorbeeld docenten Nederlands in het buitenland, stimuleert mensen in andere landen om Nederlands te studeren en denkt mee over talige (culturele) activiteiten die het taalgebied internationaal op de kaart zetten.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Dit is een historisch en wetenschappelijk woordenboek. Het beschrijft ruwweg de woordenschat van het Nederlands van het jaar 1500 tot 1921. Van elk woord dat in een geschreven bron werd aangetroffen, geeft het de grammaticale kenmerken, de oudste vindplaats, de oorspronkelijke betekenis, de betekenissen die zich daaruit hebben ontwikkeld, het gebruik in spreekwoorden en uitdrukkingen, en de afleidingen en samenstellingen die ermee gemaakt worden. Dat alles met volledige bronvermelding en gebaseerd op een eigen materiaalverzameling, een bibliotheek met bijna tienduizend boeken. Het gehele woordenboek zit in veertig dikke banden. Het telt 91.610 kolommen op 45.805 bladzijden. Er worden 350.000 tot 400.000 woorden besproken. De citaten waarmee de betekenissen worden geïllustreerd, lopen op tot 1,6 miljoen. Er staan waarschijnlijk 50 miljoen woorden in het boek. Dat zijn allemaal wereldrecords.
De redactie heeft aan het woordenboek gewerkt van 1862 tot 1998.

Dat hangt af van het criterium bij de telling. Als we het hebben over woorden die duidelijk herkenbaar zijn als vreemd, komen we volgens Guido Geerts slechts tot 10%. Maar Nicoline van der Sijs, die alle woorden van vreemde oorsprong in een moderne krant onderzocht, vond 30% leenwoorden. Bij de dertig meest frequente woorden in de krant was geen enkel leenwoord, in de tophonderd kwamen er vijftien voor.

Onze spelling werd rond 1860 ontworpen door Matthias de Vries en Lammert te Winkel, de eerste redacteuren van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Ze werd in België officieel ingevoerd in 1864, en in Nederland sinds 1883 gebruikt voor officiële teksten. Deze spelling werd in 1934 alleen voor Nederland vereenvoudigd voor het onderwijs. De vereenvoudiging noemen we de spelling-Marchant. In 1946 (België) en 1947 (Nederland) kwam de eerste aanpassing voor het algemene gebruik. Toen werd onder meer de -sch op het eind van woorden als mensch afgeschaft, en werden de lange klinkers ee en oo in open lettergrepen als e of o geschreven. In 1954 werd het Groene Boekje uitgegeven als uitwerking van deze spelling. Dit boekje bevatte voor bastaardwoorden een 'voorkeurspelling' en een alternatieve 'toegelaten spelling'.

De volgende spellingwijziging was die van 1995. Toen werd de voorkeurspelling afgeschaft en kwamen er nieuwe regels voor de tussenklank -e(n)- in samenstellingen. De ministers van de Nederlandse Taalunie besloten bovendien dat er om de tien jaar een herziene uitgave van de Woordenlijst zou komen om de continuïteit en bruikbaarheid van de bestaande officiële spelling te waarborgen.

In 2005 verscheen de tweede, herziene editie van de Woordenlijst van 1995. De officiële voorschriften uit 1995-1996 bleven van kracht. Er is wel één belangrijk verschil tussen de Woordenlijst van 1995 en de herziene editie van 2005. Bij de regels voor de tussenklank -e(n)- in samenstellingen kwam in 2005 de uitzondering voor samenstellingen met een dierennaam als eerste deel en een plantkundige aanduiding als tweede woord te vervallen. Paardebloem werd dus paardenbloem.

De schattingen lopen sterk uiteen. Piet van Sterkenburg, directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden, schat het aantal Nederlandse woorden 'voorzichtig' op meer dan 1 miljoen. De voormalige hoofdredacteur van Van Dale schreef in het voorwoord tot de tiende druk dat er volgens hem 2 tot 5 miljoen woorden ooit gebruikt zijn in het Nederlands. De Taaldatabank, een computer waarin alle woorden en woordvormen - lezen: lees, leest, las, lazen... - worden opgeslagen die in nieuwe teksten worden aangetroffen, bevat al meer dan 60 miljoen woorden.
Als je alle mogelijke woorden in rekening neemt, moet je zeggen dat het aantal Nederlandse woorden onbeperkt is, want je kunt met de bestaande grondwoorden steeds nieuwe samenstellingen en afleidingen maken. Het grootste deel van de nieuwe woorden in een woordenboek zijn dan ook samenstellingen met elementen die er al in voorkwamen.

Deskundigen gaan uit van 28 dialecten, die ze grofweg indelen in vijf groepen: het Hollands, het West-Vlaams en Zeeuws, het Oost-Vlaams en Brabants, het Limburgs, het Saksisch. Daarbij komt het Fries, maar dat wordt als een aparte taal beschouwd.
Deze indeling is gebaseerd op verschillen en overeenkomsten in uitspraak, vormleer, zinsbouw en woordenschat. Maar ze blijft arbitrair. Je kunt ook stellen dat iedere gemeente haar eigen dialect heeft. Dialectsprekers horen het vaak meteen aan iemands taal wanneer die uit een dorp vijf kilometer verderop komt.

Het Nederlands is een officiële taal in Nederland en België, maar ook in Aruba, de Nederlandse Antillen en Suriname. Maar het percentage Nederlandssprekenden in die overzeese gebieden is klein. Op Aruba spreekt ongeveer 5% van de bevolking Nederlands als moedertaal. In Suriname is het Surinaams-Nederlands wel de voertaal, maar voor velen is het de tweede taal naast het Sranan.
In een klein gebied in het noorden van Frankrijk, Frans-Vlaanderen, spreken vooral oudere personen Nederlands.

Het Nederlands was officiële taal tijdens de Spaanse en Oostenrijkse periode (1585-1794) en tijdens de Nederlandse periode (1815-1830). Na de onafhankelijkheid van België was er taalvrijheid. De eerste redevoering in het Nederlands werd in het Belgische parlement pas uitgesproken in 1888, door de Antwerpse advocaat Edward Coremans. Sinds de Gelijkheidswet van 1898 is het Nederlands in België een officiële taal met gelijke rechten. Het lager en middelbaar onderwijs in Vlaanderen werd eentalig Nederlands in 1932. Aan de universiteit van Gent werden alle colleges voor het eerst in het Nederlands gegeven in het academiejaar 1930-1931.

Ongeveer 15 miljoen Nederlanders en 6 miljoen Vlamingen en 400.000 Surinamers. Elders in de wereld is het aantal verwaarloosbaar klein. Daarmee komt het Nederlands op de achtste plaats in de rangorde van de talen van de Europese Unie, als je die opstelt op basis van het aantal moedertaalsprekers. Het Nederlands is dus groter dan bijvoorbeeld het Zweeds. Op wereldschaal komen we ver achter het Chinees (1 miljard moedertaalsprekers), het Engels (350 miljoen), het Spaans (250 miljoen), het Hindi (200 miljoen) en het Arabisch (150 miljoen). Toch is het Nederlands van de ongeveer 6.500 talen die in de wereld gesproken worden, de 37ste.

De eerste Nederlandssprekenden wisten zelf niet dat ze een nieuwe taal hadden uitgevonden. Talen evolueren voortdurend en je kunt achteraf pas zeggen welke veranderingen zo ingrijpend waren dat er een nieuwe taal is ontstaan.
Rond het jaar 600 vond de zogenaamde Hoogduitse klankverschuiving plaats. In het oosten verschoof de p aan het begin van een woord naar een pf (pferd). In het westen gebeurde dat niet. Toen begon het Oudnederlands zich af te scheiden van de andere Germaanse talen. De wezenlijke kenmerken van het Nederlands liggen sinds het jaar 800 vast. Vanaf de dertiende eeuw wordt het Middelnederlands gebruikt in officiële documenten, maar dit was nog lang geen eenheidstaal. Die is pas ontstaan vanaf de zestiende eeuw. Belangrijk daarin was de publicatie van de Statenbijbel in 1637.

Ja, Nederlands en Vlaams zijn dezelfde taal. Wat niet wegneemt dat er verschillen bestaan tussen het Nederlands zoals dat in Nederland en het Nederlands zoals dat in Vlaanderen wordt gesproken, vooral in uitspraak en woordenschat. Maar verschillende taalvariëteiten en verschillen in taalgebruik bestaan er ook binnen het Nederlands van Nederland en binnen het Nederlands van Vlaanderen.

Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw werken Nederland en België of Vlaanderen meer en meer samen op het gebied van het Nederlands. In 1980 sloten Nederland en België het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie. Dit verdrag beoogt de 'integratie van Nederland en de Vlaamse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin'.

2 mei 2013