3.1.3. Suppletie voor docent-moedertaalsprekers

De Taalunie vult lokale salarissen aan van moedertaalsprekers die doceren aan afdelingen Nederlands van universiteiten in landen binnen Europa waar de levensstandaard en de financieel-economische situatie sterk afwijken van die in Noordwest-Europa.

Het gaat om landen waar het minimumloon 30% of minder bedraagt van het wettelijk minimumloon in Nederland en België (ca. € 1.500,-). Zo kan een afdeling Nederlands voor een bepaalde periode een goed gekwalificeerde moedertaalspreker als docent aantrekken.

Voor wie?

Biedt uw afdeling het Nederlands als hoofdvak en/of als vast onderdeel van een MA-studie aan? Dan kunt u financiering aanvragen voor een docent-moedertaalspreker die officieel is aangesteld. De docent dient een officieel bewijs van aanstelling te kunnen voorleggen.

Waarom?

Lokale stafleden vormen de ruggengraat voor de buitenlandse neerlandistiek. Het kan echter nuttig zijn dat moedertaalsprekers/docenten in aanvulling op de reeds aanwezige expertise een afdeling Nederlands tijdelijk versterken.

Hoe lang?

De Taalunie kent deze aanvulling toe voor telkens 1 kalenderjaar. De docent-moedertaalspreker kan deze aanvulling maximaal 3 jaar achtereen ontvangen, ook als hij of zij in dienst zou treden bij een andere universiteit. Daarna kan de afdeling Nederlands financiering aanvragen voor een andere docent.

Hoeveel?

De Taalunie maakt onderscheid tussen universiteiten in landen binnen de Europese Unie en universiteiten in andere Europese landen. De reden hiervoor is dat er binnen de EU afspraken bestaan over sociale bescherming van werknemers, zodat docenten/moedertaalsprekers een bepaalde mate van rechtsbescherming hebben.
Een docent aan een universiteit binnen de EU ontvangt als aanvulling
€ 7.750 per jaar. Een docent aan een universiteit in een ander Europees land ontvangt als aanvulling € 8.250 per jaar. Bij deeltijdaanstellingen wordt de hoogte van het bedrag naar rato aangepast.

Belastingen

Deze financiering wordt formeel toegekend aan de afdeling Nederlands en deze kan derhalve niet beschouwd worden als loon. De werkelijke ontvanger van de financiering (de docent) heeft geen arbeidsrelatie met de Taalunie. De belastingtechnische situatie verschilt per ontvanger. Wij adviseren elke ontvanger om de belastingtechnische consequenties voor zijn of haar situatie zelf te onderzoeken.

Hoe financiering aanvragen?

Het hoofd van de afdeling vraagt de financiering voor het volgende kalenderjaar aan vóór 1 december door het <volgende formulier> in te vullen.
Bij de aanvraag ontvangen wij graag een curriculum vitae van de moedertaalspreker en een bewijs van aanstelling. Graag sturen naar aanvraagfinanciering@taalunie.org.

Vragen?

Heeft u nog vragen? Stuur dan een e-mail naar aanvraagfinanciering@taalunie.org.

7 september 2017