Dankwoord Geert Joris Vertaalduivel

Toespraak Geert Joris, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, op 5 maart 2013 in de Balie Amsterdam. Bij gelegenheid van de overhandiging van de Vertaalduivel 2013, toegekend aan de Nederlandse Taalunie door de Werkgroep Literair Vertalers van de VvL

Geachte jury, dames en heren vertalers, geacht publiek,

“Een dapper man kijkt de duivel in ’t gezicht en zegt hem dat hij een duivel is”. Dat zei James A Garfield, die maar een paar maanden president van de Verenigde Staten was, maar in die korte periode wel wijze dingen gezegd heeft. Ik kijk deze vertaalduivel niet alleen onverschrokken in de ogen, ik neem hem zelfs met plezier en liefde in ontvangst.

Want … ik was nog geen dag in dienst van de Taalunie - op 7 januari om precies te zijn - toen ik hoorde dat u, geachte jury, deze instelling de Vertaalduivel had toegekend. Er lag al een brief van u over. Ik las: Het leek ons een goed idee om dit jaar het duiveltje uit te reiken aan de Taalunie, die zich natuurlijk zeer verdienstelijk maakt op de meest uiteenlopende gebieden, waar wij als vertalers dan ook oprecht dankbaar voor zijn, maar die ons ook de nodige hoofdbrekens bezorgt (Einde citaat) En ik dacht: het kan toch niet waar zijn dat de Taalunie de literair vertalers tegen zich in het harnas jaagt? Ik ken literair vertalers als een weinig agressieve beroepsgroep die niet gauw naar de wapens grijpt. En ik ken de Taalunie inmiddels ook al redelijk. De Taalunie houdt van literaire vertalers. Dat meen ik toch te kunnen opmaken uit de diverse documenten. Een kleine bloemlezing:

  • van goede literaire vertalers hebben we er nooit genoeg;
  • mede dankzij literaire vertalingen zijn wij in staat culturele drempels te nemen;
  • een vertaler is een culturele bemiddelaar;
  • vertalingen naar het Nederlands vormen voor veel mensen de toegangspoort tot de wereld;
  • enzovoort.

Deze citaten staan natuurlijk in een context van wat de Taalunie doet of van plan is te doen om het literaire vertalen te bevorderen. Ik zou daarover breed uitpakken als we vandaag de Vertaalengel hadden gekregen. Maar die Vertaalengel komt natuurlijk alleszins toe aan Kees Holierhoek die ik hierbij oprecht bedank voor alles wat hij bij Lira doet in het belang van de vertalers.

De Vertaalduivel dus, voor de Taalunie. U zei net dat die is bedoeld is om de Taalunie uit te nodigen de komende vijftig jaar van de spelling af te blijven. U schreef in uw persbericht: ‘literair vertalers willen af van die snel opeenvolgende spellingwijzigingen’.

Nu wil ik toch iets rechtzetten.

Ten eerste, de spelling van het Nederlands is niet makkelijk en niet iedereen vind alles even mooi of even logisch. Ik maak even een zijsprongetje. Ergens in het midden van de vorige eeuw kwam de behoefte aan een verkeersreglement omdat het aantal auto’s toenam. Engeland had al zo’n regelement en dat werd overgenomen op het Europese vasteland. Met uitzondering van het links rijden maar met het behoud van de voorrang van rechts. Daar is in gespecialiseerde milieus decennialang over geëmmerd, over die voorrang van rechts die eigenlijk een voorrang van links had moeten zijn. Af en toe duikt het zelfs nog op. En natuurlijk gaan we die regel niet meer veranderen. Dat zou wat geven. Als er iets wordt bijgesteld dan is dat omdat er bijvoorbeeld een nieuw voertuig is uitgevonden of omdat het daarmee veiliger wordt. Net als verkeersreglement is ook de spelling een geheel van afspraken waar de ene zich beter in thuis voelt dan de andere. Maar we hebben ze gewoonweg nodig, die regels. En af en toe zijn er aanpassingen nodig.

Maar zoals ik al zei, ik wil even iets rechtzetten waar het gaat om die snel opeenvolgende spellingwijzigingen. Ik durf te beweren dat er voor mensen van rond de 80 jaar, tijdens hun leven vaak iets is veranderd, maar niet voor wat betreft de spelling. Er is een wijziging geweest in 1954, en een in 1995. En tien jaar nadien, in 2005,  zijn daar  wat kleine aanpassingen bijgekomen, detailkwesties dus. En in alle gevallen gaat het om vereenvoudiging van de regels.

Maar bon, hoe gaat het nu verder met de spelling? U weet: de spelling ligt officieel vast in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Die kunt u raadplegen op onze website en die lijst wordt ook gepubliceerd in het bekende Groene Boekje. Het Comité van Ministers van de Taalunie heeft besloten elke tien jaar opnieuw zo’n lijst te publiceren. Die ministers, dat zijn de bewindslieden van onderwijs en van cultuur van Nederland en Vlaanderen. Voor Nederland dus Jet Bussemaker en Sander Dekker. Die Ministers zullen dus elke tien jaar een nieuwe editie van de woordenlijst uitbrengen. Dat was in 2005 zo en dat gebeurt weer in 2015 en dan in 2025.

Voordat u nu begint te roepen, ‘ho’, laat ze alsjeblieft daarmee ophouden, zal ik u uit uw nood halen. Luister goed: Er komen geen nieuwe spellingregels!

Het Comité van Ministers heeft dat in 2007 al besloten en dat ook naar buiten gebracht. Kennelijk is de boodschap niet aangekomen of misschien geloofde u uw oren niet of misschien kunt u er geen genoeg van krijgen om de ministers of mij te horen zeggen: Er komen géén nieuwe spellingregels!

Het Comité vindt namelijk dat met de laatste, relatief bescheiden aanpassingen in de Woordenlijst, de spelling van het Nederlands nagenoeg volledig beschreven is. Of om het in hun bewoordingen te zeggen: “Het regelsysteem van de Nederlandse spelling is met de editie van 2005 voltooid”.

Maar misschien vertrouwt u het nog niet. Wat als er geen nieuwe regels komen, waarom dan wél een nieuwe editie van de Woordenlijst in 2015? Omdat er steeds nieuwe woorden onze taal binnenkomen, vaak ook uit andere talen En als de spelling ervan tot twijfel kan leiden, dan komt zo’n woord in de Woordenlijst. Denkt u maar aan woorden als salduzwet, hoodie, bunga-bunga, phablet, Rubikakkoord, frietchinees. Woorden die geen enkele vertaler zou willen missen, toch? Ze gaan gespeld worden volgens de bestaande regels. En misschien ten overvloede: woorden die nu al in de Woordenlijst, of in Van Dale staan zullen niet van spelling veranderen.

Wij van de Taalunie zullen de komende 50 jaar dus alleen regels laten veranderen als een evidente, brede maatschappelijke wens ons daartoe aanzet. Kortom als U het wil.

Die vertaalduivel was dus niet nodig geweest. Dat ik die tóch met liefde en plezier in ontvangst neem, is omdat ik het graag, heel graag nog een keer wil zeggen en omdat ik de literaire vertalers gerust wil stellen. Sterker nog ik wil u graag een hart onder de riem steken

Dus een laatste keer: dames en heren vertalers, leden van de jury: wees gerust, de spelling blijft zoals die nu is. De woorden en de regels blijven hetzelfde. Dus daar kunnen we nu over ophouden. Maar nu we dankzij deze duivel toch met elkaar in gesprek zijn, wil ik nog wel even iets anders zeggen.

Sommigen onder u kennen mij uit mijn vorig leven in het Huis van het Boek, als directeur van Boek.be. Dat is de branchevereniging van het boekenvak in Vlaanderen. Daarin zit behalve de boekhandels- en uitgeversvereniging ook de Vlaamse Auteursvereniging, de VAV.

Toen die VAV in 2006 werd opgericht heb ik ervoor gepleit dat de auteurs óók in dat huis zouden komen. Aan de basis van de productie van ieder nieuw boek staat immers een schrijver. Logisch dat ook hun belangen meetellen.

In de VAV zitten ook illustratoren en vertalers. En daar geldt dat óók voor. Vorig jaar, toen ik nog niet bij de Taalunie zat, ben ik mee in de bres gesprongen voor de positie van de vertalers in het uitgeefproces. Die is vaak op zijn zachts gezegd zwak, zeker in deze crisistijd. Er zijn uitgevers die zonder blikken of blozen, uit winstbejag, voor een goedkope vertaling kiezen en dat is vaak niet de beste. Je zou ze een vertáálduivel geven! Maar zo’n duivel aan dé uitgevers geven, dat gaat natuurlijk niet en aan één uitgever zou onverstandig zijn. We moeten er dus iets anders aan doen.

Tussen de Taalunie en de literaire vertalers zijn er goeie contacten. Dat heb ik al wel gemerkt. Vooral rond het Expertisecentrum Literair Vertalen van de Taalunie en het nieuwe master programma. En mét deze duivel op mijn schouder - of  eigenlijk wel dánk zij deze duivel - zeg ik in alle oprechtheid: ik vind dat we elkaar nóg beter moeten zien te vinden. We hebben elkaar nodig. Dat zei ik al in het begin van deze toespraak.

Eerder dus dan de vertaalduivel op te vatten als een terechtwijzing, beschouw ik hem als een aansporing om samen met u de strijd aan te gaan voor waar het echt om gaat als het over de toekomst van literair vertalen gaat:

Dat zijn: goede vertalingen, respect voor de vertaler en een behoorlijke vergoeding.

Daarvoor is alle ruimte nu de bekommernis om de spelling van u is afgevallen.

Laten we daar straks samen een duvel op drinken.

einde  

14 maart 2013