10 jaar De Inktaap

Tekst: 
Martijn Nicolaas

Tien jaar De Inktaap werd op 5 april 2011 gevierd met een literair en educatief programma in deSingel in Antwerpen, samen met verschillende winnaars van De Inktaap. Leraren en leerlingen vertelden over De Inktaap in het literatuuronderwijs, TV Klasse vertoonde zijn film over De Inktaap en Bernard Dewulf en Robert Vuijsje spraken over hun ervaringen bij het winnen van deze jongerenprijs.

Tomas Lieske, de eerste winnaar van De Inktaap in 2002 voor zijn roman Franklin, sprak het volgende slotwoord uit:

"Vanaf het voorjaar 2001 tot het einde van 2002 woonde ik in de Rue de l'ancienne comedie in Parijs en ik schreef daar de roman Gran Cafe Boulevard. Ik woonde in Parijs om me te kunnen concentreren op alle verhaallijnen, om niet afgeleid te worden, hoe gek dat ook klinkt midden in Parijs, maar bij mij werkt dat nu eenmaal zo, en om zeven dagen per week van 's morgens 8 tot 's avonds 11 te proberen de mooiste zin uit de Nederlandse letteren te fabriceren en op papier te krijgen. Mijn vrouw had mijn Parijse nummer, mijn toenmalige redacteur Anthony Mertens had mijn Parijse nummer en de uitgeverij Querido had mijn Parijse nummer.

Op een dag in december 2001 werd ik in Parijs opgebeld door George van Elburg, toen nog publiciteitsmedewerker bij Querido of ik in Brugge naar de uitreiking van de Inktaap wilde komen. Nee dus; ik was bezig. Een paar weken later belde hij opnieuw. Hij drong voorzichtig aan. Misschien was het belangrijk. Iets met scholen. George, smeekte ik, laat mij werken. Weer een tijd later belde Anthony Mertens op. Dat deed hij wel vaker, om mij aan te moedigen, om te vragen hoe het ging. Dit keer vertelde hij kort wat die Inktaap inhield en hij zei gewoon dat ik op die zondag, 3 maart 2002, natuurlijk naar Brugge moest gaan. Hij kwam ook en ze hadden, in een laatste poging om mij over te halen, laten doorschemeren dat ik die prijs zou winnen. Dus niks isolement, gewoon met de trein naar Brugge en 's avonds kon ik weer in Parijs zijn. En Anthony Mertens iets weigeren, dat kon ik nu eenmaal niet. Maar wat was ik achteraf blij dat ik gegaan ben. Voor al die leraren en leraressen en voor al die scholieren die die dag naar Brugge kwamen.

De trein van Brussel-Zuid naar Brugge zat stampvol jeugd en ik prees mij gelukkig dat ik eersteklas zat. Voetbal, denk je dan. Of padvinders, verkenners, scouting. In Brugge allemaal dezelfde kant op. In dichte drommen naar het nog niet afgebouwde, maar wel door de koning ingezegende Concertgebouw. Tot ze me aanspraken, die 16, 17, 18-jarigen om me heen. 'Misschien is hij nog incognito; we zullen het hem eens vragen; u bent favoriet op onze school.' En al die mensen, honderden leken het mij en achteraf klopte dat aantal, bleken voor de literatuur te komen, voor de Inktaap, voor mij, dacht ik op dat moment. Even een gevoel van Herman Brood; een paar stappen als Michael Jackson. Achteraf begreep ik hoe verkeerd het was geweest als ik niet was komen opdagen. Niet belangrijk was de maaltijd in De Bottelier die mij daarna werd aangeboden. Ook niet belangrijk was het olieverfschilderij waar de prijs uit bestond en dat in zwart en knalroze in een bepaalde stand en bij een bepaalde lichtval een hand toonde die een aap vasthield. Belangrijk was het gevoel dat mij bekroop toen ik met het schilderij in mijn hand, de stampvolle zaal nog even moest toespreken en toen ik vervolgens de stomste toespraak in mijn leven brabbelde. Ineens wist ik niet meer hoe ik leerlingen moest toespreken. Ineens stond ik daar tegenover mensen die mij duidelijk gemaakt hadden dat ze mijn boek zo mooi vonden en ik stond met mijn mond vol tanden.

Dankzij Anthony ben ik in het bezit gekomen van een stapel juryrapporten. Dat was pas inspirerende lectuur. Ik heb mij wekenlang gelaafd aan deze papieren en als ik bij het schrijven van Gran Cafe Boulevard in de put zat en niet wist hoe ik verder moest gaan, dan greep ik naar de juryrapporten om het enthousiasme te proeven dat eruit sprak. 'Franklin laat zien dat je van een cutleven toch iets moois kan maken', schreef een meisje en misschien omdat ze voelde dat ze het voor zo'n officieel rapport toch deftig moest uitdrukken, schreef ze kutleven wel met een C.

Ik ben zelf twintig jaar leraar geweest. Het viel niet altijd mee de leerlingen aan het lezen te krijgen, uit te leggen waarom het van belang is een boek te lezen, waar dat voor nodig is. En eigenlijk hadden die leerlingen gelijk. Lezen is nergens voor nodig; literatuur heeft geen nut. Althans geen praktisch nut. Op scholen en universiteiten wordt dat weggepoetst met het verplicht stellen van een leeslijst, het geven van punten voor honderd gelezen bladzijden en met de uitspraak dat er geen eindexamen gehaald kan worden zonder het lezen van zoveel boeken. En soms hoor je redeneringen als: lezen is goed voor het ontwikkelen van een karakter, lezen helpt je bij de grote vragen in het leven, door lezen krijg je mensenkennis. Allemaal zeer vragelijk. Je kunt ook zeggen: allemaal larie. Van lezen leer je niet hoe je een ei moet bakken, niet hoe je een dak moet construeren, niet hoe je die mooie meid kan veroveren, niet hoe je je leven weer op de rails kan krijgen na een scheiding. Maar lezen kan je wel een gevoel geven van 'ja, zo moet het.' Dat heet kunstzinnige vreugde. Dat heet plezier in iets dat verdomd goed gemaakt is en omdat het goed gemaakt is. Dat heet de samenleving om ons heen en in de tijd waarin wij leven - met al zijn blunders en stommiteiten en opstanden en liegende ministers en presidenten en weer een oorlog - zo herscheppen en zo herconstrueren dat er plotseling een besef doorbreekt van 'ja, zo kan het ook'; 'zo zijn de regels in elk geval niet zinloos'; 'zo heb ik, hoe vaag ook, het idee dat er iets keurig op zijn plaats valt'; 'zo krijg ik enig vermoeden van een doel en van een antwoord op de vraag waarom in godsnaam'. Niet dat de literaire werelden rechtvaardiger of menselijker of moreel hoogstaander zijn. Er zijn genoeg voorbeelden van schurken die overwinnen en van rechtvaardige zielepieten die het niet redden. Maar de opbouw is beter en vooral bij aandachtig lezen en herlezen valt bij goede boeken te genieten van het feit dat ze artistiek volmaakt in elkaar steken en van het feit dat de mensheid ook in staat is iets moois te maken.

Dit enthousiasme, deze bereidheid te herlezen, hierover na te willen denken, te willen lezen met de ziel en met de zintuigen tot de rilling over de rug loopt, vond ik terug in de juryrapporten. Er wordt niet alleen gelezen voor de punten; er wordt gelezen om de vervoering, om het vastspijkeren aan de stoel, om het fronsen van de wenkbrauwen, om het alles om je heen vergeten, om het niet meer horen van de telefoon.

Zo lees ik het uit de rapporten. Het is de grote verdienste van deze organisatie."

22 mei 2014