Verantwoording werkwijze 2003

De werkwijze van Hoogeveen en Bonset (1998, p. 12-15) is gevolgd. Eerst is een literatuuronderzoek uitgevoerd in verschillende Nederlandse en Vlaamse bronnen zoals onderwijskundige en didactische tijdschriften (bijvoorbeeld Moer, Vonk en Pedagogische Studiën), proefschriften, verslagbundels van conferenties en andere uitgaven van onderzoek.

Het gaat nadrukkelijk om externe publicaties. Ook buitenlandse bronnen (meestal tijdschriften) waarin Nederlandse en Vlaamse onderzoekers gepubliceerd hebben over Nederlands/Vlaams onderzoek zijn geraadpleegd. Bovendien is er in digitale catalogi (Pica, ISI) gezocht op auteurs die in 1997 tot en met 2002 gepubliceerd hebben over empirisch onderzoek naar het schoolvak Nederlands.

Voor de selectie van onderzoek dat in aanmerking kwam voor de inventarisatie, zijn dezelfde vier criteria gehanteerd die Hoogeveen en Bonset hanteerden:

  1. Een eerste beperking is empirisch onderzoek, onderzoek waarbij er waarnemingen in de werkelijkheid worden verricht (bijvoorbeeld casestudies, enquêtes en experimenteel onderzoek) en waarbij er informatie over de praktijk van het schoolvak Nederlands verkregen is via observatie of bevraging van betrokkenen in de praktijk (bijvoorbeeld docenten, leerlingen en ouders).
    Literatuuronderzoek, theoretische of beschouwende publicaties en praktische lessuggesties zijn niet opgenomen in de inventarisatie. Analyses en beoordelingen van onderwijsleermateriaal zijn wel opgenomen als er sprake was van een speciaal voor de beoordeling ontwikkeld instrument dat verantwoord wordt en er sprake was van beoordeling door deskundigen: vakdidactici, onderzoekers of leraren.

  2. Een tweede criterium was het tijdvak.
    Er is alleen onderzoek geïnventariseerd waarover extern gepubliceerd is vanaf 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003.

  3. Ten derde is onderzoek geïnventariseerd dat is uitgevoerd naar het onderwijs Nederlands als eerste en tweede taal.
    Het onderzoek moest dus duidelijk in dienst staan van het schoolvak Nederlands. Fundamenteel onderzoek op bijvoorbeeld het gebied van de taalbeheersing en linguïstiek, is niet opgenomen. Daarnaast was een voorwaarde dat het onderwijs door docenten Nederlands gegeven moest worden tijdens uren die op het rooster als onderwijs Nederlands aangemerkt werden.

  4. Het laatste criterium betreft de definitie van voortgezet onderwijs (in Vlaanderen secundair onderwijs).
    De inventarisatie is gericht op leerlingen van twaalf tot achttien jaar in alle onderwijstypen: vbo, mavo, vmbo, havo en vwo (Nederland) en aso, tso en bso (Vlaanderen). Onderzoek naar taalonderwijs voor basisschoolleerlingen of volwassenen (bijvoorbeeld hogeschool) is niet opgenomen, tenzij dit onderzoek ook betrekking had op twaalf- tot achttienjarigen.

De auteur:
Martine Braaksma (Instituut voor de Lerarenopleiding, Universiteit van Amsterdam)

7 maart 2013