Verantwoording werkwijze 2004-2009

Voor de actualisering van de HTNO-databank met onderzoek naar het onderwijs Nederlands in het basisonderwijs uit de periode 2004-2009 werd in eerste instantie de werkwijze gevolgd die Hoogeveen en Bonset (1998) hanteerden bij de inventarisatie van onderzoek uit de periode 1969-1997.

  1. Ten eerste werd een literatuurstudie gedaan in verschillende Vlaamse, Nederlandse en Surinaamse onderwijskundige en didactische tijdschriften: o.m. Basisschoolmanagement, Didaktief, JSW, Klasse, Leesgoed, Levende Talen Magazine, Levende Talen Tijdschrift, Nederlands in Suriname, Pedagogische Studiën, Plein Primair, School & Begeleiding, Vonk, etc.
     
  2. Ten tweede werden verslagbundels van nationale en internationale conferenties over het onderwijs Nederlands (o.m. Het Schoolvak Nederlands, ANELA, etc.) en andere uitgaven van onderzoek uit de periode 2004-2009 gescreend.
     
  3. Ten derde werden de publicatielijsten van expertisecentra zoals CED-groep, Cinop, Cito, CTO, ITTA, SCO Kohnstamm, SLO, Stichting Lezen Nederland, Stichting Lezen Vlaanderen grondig nagekeken.
     
  4. Ten vierde is in de digitale catalogus PiCarta gezocht op de namen van alle auteurs die in de periode 1969 tot en met 2009 gepubliceerd hebben over empirisch onderzoek naar het taalonderwijs Nederlands in het basisonderwijs.

Gezien de huidige evolutie binnen het wetenschappelijk onderzoek waarbij onderzoekers in toenemende mate onderzoeksresultaten publiceren in internationale (vaak Engelstalige) boeken en tijdschriften, zijn bij deze actualiseringsronde, in tegenstelling tot eerder actualiseringen, ook systematisch internationale didactische en onderwijskundige publicaties (meestal tijdschriften) gescreend. Hiervoor werd gebruikgemaakt van de digitale catalogi Aleph, Elin, ISI Web of Knowledge, ISI Web of Science en Libis.

De inventaris werd ten slotte voorgelegd aan Vlaamse en Nederlandse deskundigen op het gebied van onderzoek naar het onderwijs Nederlands in het basisonderwijs. Hen werd gevraagd om de inventaris aan te vullen met interessante publicaties die volgens hen ontbreken maar wel in aanmerking komen voor opname in de inventaris.

Het onderzoek werd geselecteerd op basis van vier criteria:

  1. het onderzoek is gebaseerd op empirische gegevens. Concreet gaat het dus om onderzoeken op basis van gegevens over de praktijk van het onderwijs Nederlands in het basisonderwijs die werden verzameld door observatie of bevraging van actoren die betrokken zijn bij het onderwijs (o.m. leraren, leerlingen, ouders, directie, inspectie...). Literatuuronderzoek, beschouwende publicaties, aanzetten tot theorievorming en praktische lessuggesties werden niet opgenomen in de inventarisatie. Analyses en beoordelingen van onderwijsleermateriaal zijn wel opgenomen op voorwaarde dat het om een speciaal voor de beoordeling ontwikkeld instrument gaat dat verantwoord wordt en wanneer er sprake was van beoordeling door deskundigen: vakdidactici, onderzoekers of leraren.
     
  2. het onderzoek is gepubliceerd in de periode tussen 1 januari 2004 en 31 december 2009. Onderzoeken uit een eerdere periode of onderzoeken die niet werden gepubliceerd, kwamen niet in aanmerking.
     
  3. het onderzoek staat duidelijk in dienst van het schoolvak Nederlands. Fundamenteel onderzoek op bijvoorbeeld het gebied van de taalbeheersing en taalkunde, is niet opgenomen.
     
  4. Het laatste criterium betreft de definitie van het basisonderwijs. In deze inventaris is het concept 'basisonderwijs' opgevat in de breedst mogelijke zin. Ook onderzoek naar het onderwijs Nederlands in het kleuteronderwijs en in de voor- en vroegschoolse educatie is opgenomen. Concreet gaat het dus over onderzoek dat gericht is op leerlingen van 6 maanden tot twaalf jaar.

mei 2010
Steven Vanhooren (Nederlandse Taalunie)

7 maart 2013