Verantwoording werkwijze 2006

Net als in de voorgaande updates (1997 tot 2005) is ook nu de werkwijze gevolgd die Hoogeveen en Bonset hebben gehanteerd bij de inventarisatie van onderzoek in het voortgezet/secundair onderwijs uitgevoerd tussen 1969 en 1997.

Eerst is een literatuuronderzoek uitgevoerd in verschillende Nederlandse, Surinaamse en Vlaamse bronnen zoals onderwijskundige en didactische tijdschriften (bijvoorbeeld Levende Talen Magazine, Vonk en Pedagogische Studiën), verslagbundels van conferenties en andere uitgaven van onderzoek (jaargang 2006). Het gaat nadrukkelijk om externe publicaties. Ook buitenlandse bronnen (meestal tijdschriften) waarin Nederlandse, Surinaamse en Vlaamse onderzoekers gepubliceerd hebben over Nederlands/Vlaams/Surinaams onderzoek zijn geraadpleegd.

Bovendien is er in de digitale catalogus PiCarta gezocht op alle auteurs die in 1997 tot en met 2006 gepubliceerd hebben over empirisch onderzoek naar het taalonderwijs Nederlands.

Ten slotte zijn Vlaamse en Surinaamse deskundigen benaderd met de vraag om publicaties te noemen die in aanmerking zouden kunnen komen voor opname in de inventarisatie.

Voor de selectie van onderzoek dat in aanmerking kwam voor de inventarisatie, zijn dezelfde vier criteria gehanteerd die Hoogeveen en Bonset hanteerden:

  1. Een eerste beperking: empirisch onderzoek onderzoek waarbij er waarnemingen in de werkelijkheid worden verricht (bijvoorbeeld casestudies, enquêtes en experimenteel onderzoek) en waarbij er informatie over de praktijk van het taalvak Nederlands verkregen is via observatie of bevraging van betrokkenen in de praktijk (bijvoorbeeld docenten, leerlingen en ouders).

    Literatuuronderzoek, theoretische of beschouwende publicaties en praktische lessuggesties zijn niet opgenomen in de inventarisatie. Analyses en beoordelingen van onderwijsleermateriaal zijn wel opgenomen als er sprake was van een speciaal voor de beoordeling ontwikkeld instrument dat verantwoord wordt en er sprake was van beoordeling door deskundigen: vakdidactici, onderzoekers of leraren. Meta-analyses gericht op het taalonderwijs Nederlands zijn wel opgenomen wanneer ze zijn uitgevoerd door Nederlandse, Surinaamse of Vlaamse onderzoekers. In die meta-analyses konden zich wel buitenlandse studies bevinden.
     
  2. Een tweede criterium was het tijdvak
    Er is alleen onderzoek geïnventariseerd waarover extern gepubliceerd is vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006.
     
  3. Ten derde is onderzoek geïnventariseerd dat is uitgevoerd naar het onderwijs Nederlands als eerste en tweede taal
    Het onderzoek moest dus duidelijk in dienst staan van het taalonderwijs Nederlands. Fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld op het gebied van de taalbeheersing en linguïstiek, is niet opgenomen.
     
  4. Het laatste criterium betreft de definitie van voortgezet/secundair onderwijs
    Onderzoek moest gericht zijn op leerlingen van twaalf tot achttien jaar om in aanmerking te komen voor inventarisatie. Leerlingen mogen behoren tot alle onderwijstypen: vbo, mavo, vmbo, havo en vwo (Nederland), aso, tso en bso (Vlaanderen) en mulo, havo, vwo (Suriname). Onderzoek naar taalonderwijs voor basisschoolleerlingen of volwassenen (bijvoorbeeld hogeschool) is niet opgenomen, tenzij dit onderzoek ook betrekking had op twaalf- tot achttienjarigen.

Zomer 2007

De auteur:
Martine Braaksma (Instituut voor de Lerarenopleiding, Universiteit van Amsterdam)

7 maart 2013