Staat van het Nederlands

De positie van het Nederlands voor het eerst in kaart gebracht

 

Wat is de Staat van het Nederlands?

Welke talen gebruiken inwoners van Nederland en Vlaanderen in welke maatschappelijke situaties? Wanneer kiezen ze voor Nederlands en wanneer voor Engels,  Frans, Fries, Chinees, Tamazight, Turks of nog een andere taal? In onze superdiverse en internationaal georiënteerde samenlevingen liggen de antwoorden op deze vragen misschien minder voor de hand dan vroeger.

Daarom stelde de Taalunie in 2016  een onderzoek in naar de ‘Staat van het Nederlands’ (StaatNed) om het gebruik van Nederlands en andere talen in diverse maatschappelijke situaties in kaart te brengen en op te volgen. Dankzij het onderzoek is het voor het eerst mogelijk om op basis van feiten en gegevens uitspraken te doen en het debat te voeren over de positie van het Nederlands.

StaatNed is een initiatief van de Taalunie waarvoor wordt samengewerkt met het Meertens Instituut in Nederland en de Universiteit Gent in Vlaanderen. De eerste resultaten zijn in mei 2017 verschenen en bepaalde delen van het onderzoek zullen tweejaarlijks worden herhaald.

Van onderzoek naar beleid

Binnen StaatNed worden mensen bevraagd en feitelijke gegevens verzameld om taalkeuzes in diverse maatschappelijke situaties in beeld te krijgen. Hiervoor is een StaatNed-panel ingesteld, met meer dan 6.000 respondenten uit Nederland en Vlaanderen, en zijn herhaalbare data bij elkaar gebracht.

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de Taalunie onderbouwde uitspraken doen over de positie van het Nederlands en waar nodig nieuw beleid ontwikkelen om die verder te ondersteunen. Meer inzicht in de taalkeuzes van mensen kan de overheden ook handvatten bieden voor nieuw beleid op belangrijke maatschappelijke terreinen als onderwijs, arbeid, welzijn en participatie.

20 juni 2017