Taal- en spraaktechnologie

Nederlands in nieuwe technologieën en toepassingen

Sinds de opkomst van de computer staan de technologische ontwikkelingen niet stil. Computers spreken niet alleen programmeertalen meer, maar staan ook toe dat er in menselijke talen mee wordt gecommuniceerd. Dat biedt kansen op tal van nieuwe toepassingen. Voor de Taalunie is het van belang dat nieuwe technologieën en toepassingen ook in het Nederlands werken, zodat het Nederlands ook in de nieuwe digitale wereld zijn positie weet te behouden.

Taal- en spraaktechnologie (TST) is het algemene woord voor allerlei technieken waarmee de computer communiceert met zijn gebruiker door middel van menselijke taal. Spraakherkenning is een van die technieken: de computer kan opschrijven wat iemand zegt of gesproken instructies volgen. Spraaksynthese is het omgekeerde: de computer krijgt een geschreven tekst en produceert zelf hoorbare taal. Andere mogelijke toepassingen zijn spelling- en grammaticacontrole, spraak- en tekstanalyse, automatisch samenvatten en vertalen, sprekersherkenning en systemen om informatie terug te vinden in teksten en opnames.

Als we willen dat al deze technieken en toepassingen ook in het Nederlands werken, moeten ontwikkelaars over de nodige digitale bronnen en basismaterialen voor het Nederlands kunnen beschikken. Met het meerjarige onderzoeks- en stimuleringsprogramma STEVIN (“Spraak- en Taaltechnologische Essentiële Voorzieningen In het Nederlands”) hebben de Nederlandse en Vlaamse overheid ervoor gezorgd dat heel wat van deze bronnen en basismaterialen zijn ontwikkeld.

De resultaten van het STEVIN-programma en andere relevante digitale bronnen en basismaterialen voor het Nederlands worden door de TST-Centrale (Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie) beheerd, onderhouden en ter beschikking gesteld van onderzoekers, ontwikkelaars en ondernemers. Op dit moment fungeert de TST-Centrale nog als een aparte entiteit, maar de komende jaren zal ze verder in het Instituut voor de Nederlandse Taal worden geïntegreerd, zodat diverse bronnen en basismaterialen voor het Nederlands meer in samenhang kunnen worden beheerd, onderhouden en ter beschikking gesteld.

Omdat ontwikkelingen niet altijd spontaan ook in het Nederlands gebeuren, ondanks de beschikbaarheid van de nodige bronnen en basismaterialen, heeft het Comité van Ministers aan het Algemeen Secretariaat gevraagd te onderzoeken of er een nieuw meerjarig ontwikkelings- en stimuleringsprogramma kan worden opgezet om technieken en toepassingen ook in het Nederlands beschikbaar te laten komen. Het Comité van Ministers heeft gevraagd hierbij in eerste instantie uit te gaan van de maatschappelijke relevantie van technieken en toepassingen, bijvoorbeeld voor het onderwijs en de zorg.

Voor meer inspiratie over de maatschappelijke mogelijkheden met TST verwijzen we naar de verslagen van de vijf edities van Taal in Bedrijf, die de Taalunie de voorbije jaren als netwerkevenementen heeft georganiseerd om diverse partijen bij elkaar te brengen en met elkaar samen te laten werken.

6 juni 2017