Bedrijfsleven België

 

Artikelen met betrekking tot het taalgebruik in het Belgische bedrijfsleven

 

Bron: Taalwet Bestuurszaken K.B. 18-07-1966 – B.S. 02-08-1966. Art. 1-70

 Artikel 1: Dit decreet is van toepassing op de natuurlijke personen en rechtspersonen die een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied hebben. Het regelt het taalgebruik van de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen.

Artikel 2: De te gebruiken taal voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, is het Nederlands.

 

Bron: Decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen. Art. 1-2. Taalwet Bedrijfszaken

1.Het homogeen Nederlandse taalgebied In het homogeen Nederlandse taalgebied geldt de taalwetgeving op het bedrijfsleven voor alle bedrijven en werkgevers, of ze nu een commerciële activiteit uitoefenen of niet. Zo goed als elke bedrijfsactiviteit en elke vorm van tewerkstelling zijn dus onderworpen aan de taalregels.

Basisbeginsel. Ondernemingen in het homogeen Nederlandse taalgebied moeten het Nederlands gebruiken voor alle schriftelijke en mondelinge communicatie met hun werknemers en voor al hun officiële documenten. (…)

2. Brussel In Brussel geldt de taalwetgeving op het bedrijfsleven alleen voor bedrijven en personen die een handelsactiviteit uitoefenen. Anders dan in het homogeen Nederlandse taalgebied vallen bijvoorbeeld scholen of vakbonden niet onder de taalwetgeving in het bedrijfsleven omdat het geen commerciële bedrijven zijn.

Basisbeginsel. Voor de Brusselse exploitatiezetels van commerciële bedrijven gelden drie vuistregels.

  • Schriftelijke communicatie met het personeel moet naargelang de taal van de werknemer in het Nederlands of in het Frans gebeuren. Tweetalige loonfiches zijn dus onwettig.
  • Voor officiële documenten die niet bedoeld zijn voor de werknemer, zoals statuten, verplichte delen van facturen of jaarverslagen, mag het bedrijf kiezen tussen Nederlands en Frans. Die documenten mogen ook in beide talen opgesteld zijn. Een Brusselse onderneming mag dus een tweetalige factuur versturen naar een klant uit Gent.
  • Voor mondelinge communicatie met het personeel bestaan er geen regels.

(…) De faciliteitengemeenten Net als in Brussel zijn in de faciliteitengemeenten alleen commerciële bedrijven onderworpen aan de taalwetgeving in het bedrijfsleven. Anders dan in het homogeen Nederlandse taalgebied vallen bijvoorbeeld scholen of vakbonden niet onder de taalwetgeving in het bedrijfsleven omdat het geen commerciële bedrijven zijn. Basisbeginsel. Voor de exploitatiezetels van commerciële bedrijven in de faciliteitengemeenten gelden drie vuistregels.

  •  Schriftelijke communicatie met het personeel gebeurt in beginsel in het Nederlands. Net als in Brussel mag de werkgever eventueel een vertaling bij de originele documenten voegen als dat kan verantwoord worden aan de hand van de personeelssamenstelling.
  •  Officiële documenten die niet bedoeld zijn voor de werknemer, zoals statuten, de verplichte delen van facturen of jaarverslagen, moeten in het Nederlands.
  • Voor mondelinge communicatie met het personeel bestaan er geen regels

 

5 november 2012