Hoger onderwijs in Vlaanderen

 

Artikelen betreffende de taal van het hoger onderwijs

 

In juli 2012 heeft het Vlaams Parlement besloten tot wijzigingen in  de regelgeving met betrekking tot de onderwijstaal in hogescholen en universiteiten. Hieronder volgen de meest relevante artikelen.

 

Art. 51.

Artikel 91 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2004, 20 februari 2009 en 9 juli 2010, wordt vervangen door wat volgt:

“Art. 91.

§1. De onderwijstaal in de hogescholen en universiteiten is het Nederlands. In de initiële bachelor- en masteropleidingen kan evenwel een andere onderwijstaal dan het Nederlands worden gebruikt, conform de bepalingen in deze afdeling. Als een instel¬ling gebruik wil maken van die mogelijkheid, moeten de waarborgen inzake kwaliteit en democratisering, vermeld in artikel 91novies en artikel 91decies vervuld zijn voorafgaand aan de start van de opleiding.

§2. Een instelling kan in de volgende gevallen beslissen dat in initiële bachelor- en mas-teropleidingen voor opleidingsonderdelen een andere onderwijstaal dan het Nederlands wordt gebruikt: 1° de opleidingsonderdelen die een vreemde taal tot onderwerp hebben en die in die taal worden gedoceerd; 2° de opleidingsonderdelen die gedoceerd worden door anderstalige gastprofessoren; 3° de anderstalige opleidingsonderdelen die, op initiatief van de student en met instem¬ming van de instelling, worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs; 4° de opleidingsonderdelen waar uit de expliciet gemotiveerde beslissing de meerwaarde voor de studenten en het afnemende veld en de functionaliteit voor de opleiding blijkt.

§3. Een anderstalige initiële bacheloropleiding is een initiële bacheloropleiding waarvan de omvang van de opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, aangeboden in een an¬dere onderwijstaal dan het Nederlands in het modeltraject van die opleiding hoger is dan 18,33% van de totale omvang van de in die opleiding aangeboden opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, in het modeltraject. Een anderstalige initiële masteropleiding is een initiële masteropleiding waarvan de omvang van de opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, aangeboden in een an¬dere onderwijstaal dan het Nederlands in het modeltraject van die opleiding hoger is dan 50% van de totale omvang van de in die opleiding aangeboden opleidingsonderdelen, uit¬gedrukt in studiepunten, in het modeltraject.

§4. Voor de berekening van de grenzen, vermeld in paragraaf 3, worden de opleidingson-derdelen, vermeld in paragraaf 2, 1° en 3°, niet meegeteld.

§5. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt het onderwijs in de professioneel gerich¬te bacheloropleiding in de scheepswerktuigkunde en de academisch gerichte bachelor- en masteropleiding in de nautische wetenschappen in het Nederlands en het Frans gegeven.”.

Art. 52.

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt aan onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 50, een artikel 91bis toegevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 91bis.

§1. Een instelling kan enkel een anderstalige initiële bachelor- of masterop¬leiding aanbieden als het om opleidingsprogramma’s gaat die specifiek voor buitenlandse studenten zijn ontworpen of als de meerwaarde voor de studenten en het afnemende veld en de functionaliteit voor de opleiding op voldoende wijze aangetoond kunnen worden.

§2. De instelling kan een anderstalige initiële bachelor- of masteropleiding aanbieden op voorwaarde dat er in de Vlaamse Gemeenschap een equivalente initiële bachelor- of mas-teropleiding wordt aangeboden waarbij de student een opleidingstraject volledig in het Nederlands kan volgen. De opleidingsonderdelen, vermeld in artikel 91, §2, 1° en 3°, wor¬den hierbij buiten beschouwing gelaten. Behoudens in de gevallen dat er een vrijstelling van de equivalentievoorwaarde werd verleend, moeten de studenten op elk moment de garantie hebben dat er binnen de Vlaam¬se Gemeenschap een equivalente initiële bachelor- of masteropleiding wordt aangeboden. De instellingen kunnen de equivalente initiële bachelor- of masteropleiding aanbieden als een gezamenlijk georganiseerde opleiding. Alle opleidingsonderdelen van deze geza¬menlijk georganiseerde equivalente bachelor- of masteropleiding worden door de studen¬ten op één vestiging gevolgd. De voorwaarde vermeld in het derde lid is niet van toepassing op de volgende oplei¬dingen: 1° de equivalente opleiding master in de ingenieurswetenschappen: fotonica, gezamenlijk aangeboden door de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel; 2° de equivalente opleiding master in de geografie, gezamenlijk aangeboden door de Katholieke Universiteit Leuven en de Vrije Universiteit Brussel; 3° de gezamenlijk georganiseerde equivalente opleidingen die van de Erkenningscommis¬sie de toelating hebben gekregen om het volgen van de onderwijsactiviteiten te spreiden over meer dan één vestiging. De aanvragen tot afwijking worden door de Erkennings¬commissie behandeld overeenkomstig de procedure beschreven in artikel 91ter. De instelling kan in het kader van de procedure, vermeld in artikel 91quater, een vrij¬stelling van de equivalentievoorwaarde aanvragen.”.

 

Art. 56.

Aan titel I, hoofdstuk III, afdeling 9, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de de¬creten van 30 april 2004, 20 februari 2009 en 9 juli 2010, wordt een onderafdeling 3 toege¬voegd, die luidt als volgt:

“Onderafdeling 3. Het anderstalige aanbod in de Vlaamse Gemeenschap”.

 

Art. 57. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt aan onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 56, een artikel 91sexies toegevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 91sexies. §1. Anderstalige initiële bacheloropleidingen kunnen aangeboden worden binnen een maximumpercentage van 6%, berekend op alle initiële bacheloropleidingen, rekening houdend met de in dit artikel bepaalde voorschriften. Anderstalige initiële masteropleidingen kunnen aangeboden worden binnen een maxi-mumpercentage van 35%, berekend op alle initiële masteropleidingen, rekening houdend met de in dit artikel bepaalde voorschriften. Bij de bepaling van de breuk wordt geen rekening gehouden met de opleidingen, ver¬meld in artikel 91quinquies. Bij de bepaling van de breuk wordt voor een opleiding die door een instelling aangebo¬den wordt in verschillende vestigingen, het aantal vestigingen waar de opleiding aangebo¬den wordt, zowel geteld in de teller als in de noemer. Bij de bepaling van de noemer van de breuk worden gezamenlijk georganiseerde oplei¬dingen slechts eenmaal geteld. Bij de bepaling van de teller van de breuk wordt voor de anderstalige initiële bachelor-opleidingen rekening gehouden met: 1° de anderstalige initiële bacheloropleidingen, als vermeld in artikel 91, §3; 2° de in het academiejaar 2012-2013 aangeboden anderstalige bacheloropleidingen met taalequivalent, voor zover deze nog aangeboden worden in het desbetreffende acade¬miejaar; 3° de initiële bacheloropleidingen die overeenkomstig artikel 91septies beschouwd worden als een anderstalige initiële bacheloropleiding. Bij de bepaling van de teller van de breuk wordt voor de anderstalige initiële masterop¬leidingen rekening gehouden met: 1° de anderstalige initiële masteropleidingen, als vermeld in artikel 91, §3; 2° de in het academiejaar 2012-2013 aangeboden anderstalige masteropleidingen met taalequivalent, voor zover deze nog aangeboden worden in het desbetreffende acade¬miejaar; 3° de in het academiejaar 2012-2013 aangeboden anderstalige initiële masteropleidingen, als vermeld in paragraaf 2, voor zover deze nog aangeboden worden in het desbetref¬fende academiejaar; 4° de initiële masteropleidingen die overeenkomstig artikel 91septies beschouwd worden als een anderstalige initiële masteropleiding.

§2. De Vlaamse Regering bepaalt het percentage van de omvang aan opleidingsonder¬delen, uitgedrukt in studiepunten, aangeboden in een andere onderwijstaal dan het Ne¬derlands in de in het academiejaar 2012-2013 aangeboden initiële masteropleidingen als voorwaarde om als anderstalige initiële masteropleiding beschouwd te worden voor de toepassing van de bepaling van het maximumpercentage van 35%. Het vast te stellen per¬centage ligt tussen 50% en 66%.”.

Art. 58.

Aan titel I, hoofdstuk III, afdeling 9, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de de¬creten van 30 april 2004, 20 februari 2009 en 9 juli 2010, wordt een onderafdeling 4 toege¬voegd, die luidt als volgt:

“Onderafdeling 4. Monitoring van het anderstalige aanbod”.

 

 

 

 

5 november 2012