Onderwijstaal in Vlaanderen

 

Artikelen met betrekking tot het gebruik van taal in het Belgisch onderwijs

 

Bron: Wet houdende taalregeling in het onderwijs. 30-07-1963 - B.S.22-08-1963,  last revised on 01-09-2009. Art. 4, Art. 6.

 

Art.4

De onderwijstaal is het Nederlands in het Nederlandse taalgebied, het Frans in het Franse taalgebied en het Duits in het Duitse taalgebied, behoudens in de gevallen bepaald bij de artikelen 6 tot 8.

Art. 6

In de gemeenten opgesomd in artikel 3, mag het kleuter- en lager onderwijs aan de kinderen verstrekt worden in een andere landstaal, indien deze taal de moedertaal of gebruikelijke taal is van het kind en indien het gezinshoofd in een dezer gemeenten verblijft.

 

 

Bron: Wet houdende taalregeling in het onderwijs, 30-07-1963 - B.S.22-08-1963  

Art. 14

In de lagere scholen waar het onderwijs van de tweede taal wettelijk verplicht is, wordt dit onderwijs gegeven door een onderwijzer die het bewijs heeft geleverd van zijn grondige kennis van deze tweede taal en tenminste van zijn voldoende kennis van de onderwijstaal.

Art. 10

In de gemeenten opgesomd onder 1° van artikel 3, mogen in het secundair onderwijs, een aantal vakken onderricht worden in de tweede taal. Deze vakken, alsmede hun aantal, zullen voor elk van deze gemeenten door de Koning vastgesteld worden.

Art. 11

In de inrichtingen voor secundair onderwijs van het arrondissement Brussel-Hoofdstad waar een tweede taal voorkomt op het leerplan, is die tweede taal het Frans of het Nederlands.

Art. 13

Een onderwijsinrichting mag voor haar bestuurs-, onderwijzend of administratief personeel slechts personen aanwerven die het bewijs hebben geleverd van hun grondige kennis van de onderwijstaal van de inrichting of, in de tweetalige inrichtingen, van de afdeling waaraan zij verbonden zullen worden. Voor de leraars in andere levende talen dan de onderwijstaal, die in het bezit zijn van het vereiste diploma, volstaat het bewijs van een voldoende kennis

 

 

5 november 2012