Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2012

Ruim vijftig teksten dingen er dit jaar mee naar de Taalunie Toneelschrijfprijs. Nieuwsgierig en met veel plezier heeft de jury de inzendingen gelezen en gewogen. De schakering is opnieuw zo rijk en bont als het theaterlandschap in het Nederlandse taalgebied. Over de hele linie mag opgemerkt worden dat het niveau van de inzendingen behoorlijk hoog is, uiteraard met uitschieters. Drie teksten zijn uiteindelijk met volle overtuiging genomineerd voor de prijs. Voor de bekendmaking van de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2012 lichten we graag de keuze voor deze teksten toe.

Ad de Bont schreef in opdracht van de Toneelmakerij de theatermarathon Mehmet de Veroveraar, door het gezelschap uitgebracht ter gelegenheid van zijn afscheid als artistiek leider. Het stuk vangt aan in 1432, ten tijde van het machtige Ottomaanse Rijk. Hoofdpersoon is de Turkse prins Mehmet II, die op zijn twaalfde sultan van het Rijk wordt, nadat zijn oudste halfbroer plotseling gestorven is en zijn tweede halfbroer vermoord. Een eigengereid joch is het, onbehouwen en hongerig naar macht, wreed, maar ook slim en leergierig. Hij voelt zich afgewezen door zijn vader, die liever een dochter had gehad en hem lange tijd negeert. Hij heeft zijn zinnen gezet op de verovering van het onneembaar geachte, christelijke Constantinopel. Grote tegenstrever van zijn Rijk is het Vaticaan, beducht voor de oprukkende moslims. De christenen willen koste wat kost voorkomen dat Constantinopel in handen van Mehmet valt, want hiermee staat de deur naar Rome wijd open. Mehmet de Veroveraar is gebaseerd op historische feiten en, net als de echte sultan, legt ook het personage Mehmet een voorliefde voor jongens aan de dag, iets wat oogluikend wordt toegestaan. Als op een dag Christiano verschijnt, de buitenechtelijke zoon van een kardinaal, die later Paus wordt, en even oud is als hij, raakt hij totaal geobsedeerd. Christiano, gelovig en rechtschapen, is door zijn vader gestuurd om te pleiten voor vrede. Een hechte en intense vriendschap bloeit op en ondanks alle verschillen proberen de twee jongens elkaar oprecht te verstaan.

Mehmet de Veroveraar is een gelaagd, rijk en verfijnd epos, bevolkt door een twintigtal personages, dat zonder uitzondering kleurrijk en rond is, van vlees en bloed. De tekst loopt soepel en is bijna achteloos trefzeker, het metrum wordt perfect beheerst. Het is tragisch en geestig, gruwelijk en teder tegelijk. Over vaders en zonen gaat het, over moeders, over tradities, macht, vriendschap en liefde, maar bovenal gaat het over respect en verdraagzaamheid. ‘Vertel mij het verhaal van de ander en ik weet wie ik ben’, is een terugkerende zin. Er bestaat uiteindelijk geen wij en geen zij en om dit te doorvoelen is het noodzakelijk open te staan voor het verhaal, de persoon, de overtuigingen, het geloof van de ander, tot op de dag van vandaag. Ad de Bont slaagt er met welhaast Shakespeareaanse allure in historische gegevens relevant te maken voor de tijd waarin we nu leven, een tijd waarin diversiteit zo’n belangrijk thema is. Perfect verbindt hij geschiedenis en actualiteit in deze monumentale onderneming, die even ambitieus als geslaagd is.

Voor De Kolonie MT schreef en speelde Peter De Graef  het voorbije seizoen de muziektheatermonoloog Stanley. Het is bijna niet doenlijk de tekst te vatten zonder uitgebreid te citeren, zo slim meandert hij, bijna tussen neus en lippen door, langs allerlei geestige, inspirerende, ontroerende en rake gedachten, observaties en overpeinzingen, om je uiteindelijk in een fuik te laten lopen. Wat begint als losse eindjes en flarden van anekdotes, sleurt je meedogenloos mee in een verhaal dat bij de strot grijpt. Van alles passeert de revue op deze tocht, over de verraderlijkheid van taal gaat het, over afspraken waar we ons wanhopig aan vastklampen, net als aan het concept ‘waarheid’. Als voorbeelden fungeren het woord ‘koekje’ en de abstractie ‘de kiezer’, die allebei ontelbare gedaanten hebben, maar als eenduidige, overzichtelijke zaken gepresenteerd worden. Over de volksaard van Vlaming en Waal gaat het, over de helaas nooit te stillen consumptieve zucht van de mens en over onze uitzichtloze jacht naar het ultieme geluk.

Aan het woord is de stamelende hoofdpersoon Stanley, die verhaalt van een liefdevolle, onbezorgde jeugd met zijn vader, moeder en broertje. Een gezin waarin aan gevoelens veel aandacht werd besteed. Inmiddels is hij volwassen en blijven plakken aan een vrouw die hij ooit heeft ontmoet in de bus, want waarom zou je weggaan? Toch wordt Stanley op een dag verliefd op een beeldschone Poolse vrouw, met wie hij een heimelijke verhouding krijgt. Stanley praat en filosofeert en dan ineens, uit het niets, is daar de mokerslag die Peter De Graef toedient, de grote ontboezeming. Als uitlaatklep voor hun agressie, die ze thuis niet kwijtraakten bij hun altijd rustige ouders, zijn Stanley en zijn broertje elkaar als kind gaan uitdagen en pijn doen. Op een dag is dit uit de hand gelopen en heeft Stanley zijn broer met een lamp geëlektrocuteerd in bad. Hij verdwijnt in een verbeteringsgesticht en als hij op zijn achttiende vrijkomt, zoekt hij contact met zijn ouders, die hij nooit meer gezien heeft sinds het ongeluk. Een sociaal werkster vertelt hem dat hij geadopteerd is en dat zijn (stief)ouders hem nooit meer willen zien.

Terug naar het toneelheden gaat het. Stanley kan na zijn affaire met de Poolse niet meer terug naar huis, belandt in een vrijwel leeg flatje en vindt ten slotte rust: ‘Dit is het! Dit is het! Wat er nu gebeurt. Op dit moment, op deze plek.’ Later vraagt hij aan het kind in hem, wat hem op dat moment gelukkig zou maken? De jonge Stanley kiest voor een vechtfilm met Steven Seagal, waarin overzichtelijk is wat goed is en kwaad. ‘Ik keek daarnaar door zijn ogen … Met een grote beker popcorn op mijne schoot en een fles Fanta. …’

Het begrip identiteit blijft een van de basisthema’s in het theater en niemand weet hier zo’n meesterlijke blik op te werpen als Peter De Graef. Met zijn zin voor details worden situaties onmiddellijk herkenbaar beschreven. Waar blijft hij het vandaan halen? Het is aangrijpend en invoelbaar hoe zijn Stanley uiteindelijk terechtkomt op de bodem van de wanhoop, tot de essentie komt en tot stilstand, levend in het moment, een terugkerend thema in zijn werk. Peter De Graef heeft met Stanley opnieuw een ijzersterke tekst geschreven, heel persoonlijk, na aan het hart en dicht op de huid.

KRENZ, de gedoodverfde opvolger is de titel van de monoloog die Willem de Wolf afgelopen seizoen schreef en speelde bij Cie. de KOE. In de tekst verknoopt hij zijn eigen communistische jeugd in de jaren zeventig met de geschiedenis van de Oost-Duitse Egon Krenz, die in 1972 door secretaris-generaal Erich Honecker van de Socialistische Eenheidspartij tot zijn plaatsvervanger, zijn troonopvolger en zijn veelbelovende zoon wordt benoemd. Pas na 17 jaar getrouw in de startblokken te hebben gestaan, wordt hij in 1989 partijleider. Lang duurt zijn leiderschap niet, want anderhalve maand later valt de Muur. Krenz wordt verantwoordelijk gehouden voor de misdaden van het DDR-regime en verdwijnt als een van de weinigen achter de tralies.

De ik-figuur - de schrijver zelf - is opgegroeid in een ‘protestants-stalinistische’ omgeving en krijgt het rode geloof met de paplepel ingegoten. De kiem hiervoor is gelegd in de jeugd van zijn vader, kind uit een arm gezin, dat zich diep gekrenkt en vernederd voelt als het op een zomerse dag op een terras te horen krijgt dat zijn aanwezigheid niet op prijs wordt gesteld. De rancune en wrok tegenover de bourgeoisie die dit veroorzaakte bij de vader, heeft hij weer overgedragen op de ik-figuur en zijn broer, die sindsdien als een man achter hem staan en ook het ware geloof aanhangen, in het geval van de ik-figuur op het dweperige af. Net zoals Krenz er alles aan deed de ideale zoon van Honecker te zijn, deed de ik-figuur er alles aan om erkenning te krijgen van zijn vader. Dit gaat zelfs zover dat hij als puber niet kiest voor een vakantie naar Lloret de Mar, maar afreist naar de Sovjet-Unie.

KRENZ, de gedoodverfde opvolger is een intieme en ontroerende vertelling, waarin Willem de Wolf een subjectief levensverhaal verbluffend mooi koppelt aan de wereldgeschiedenis. Het is een (zelf)analyse die de vorm van een egodocument ver overstijgt. Tot nadenken stemmend en verontrustend zijn de bespiegelingen van Krenz in de rechtszaal over de wijze waarop de communistische idealen volledig weggevaagd zijn en plaats hebben gemaakt voor een nihilistisch consumentisme en individualisme. Een grote hartenkreet is het met als kern het duivelse ‘wil-ik-ook!’-stemmetje in de mens.  KRENZ, de gedoodverfde opvolger is een uiterst relevant verhaal in een tijdsgewricht waarin de generatie die geboren is in en na 1989 (het jaar van de val van de Muur) nu stilaan zelf de touwtjes in handen krijgt in een wereld die nog maar één economisch systeem kent. Belangrijk om te beseffen dat er ooit een tweespalt was, zo groot als de wereld zelf. Echter, de monoloog is meer dan een interessante les in historisch bewustzijn. Het is ook het portret van een man die zijn leven lang wacht op iets dat nooit komen zal, en uiteindelijk ook nog moet boeten voor de fouten van zijn voorgangers.

Drie teksten met ieder een eigen en uitzonderlijke kwaliteit, waarvan er uiteindelijk slechts een bekroond kan worden. Met groot genoegen maakt de jury de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2012 bekend: Mehmet de Veroveraar, geschreven door Ad de Bont.

De genomineerden voor de Taalunie Toneelschrijfprijs 2012

Van links naar rechts: Judith Herzberg, Peter De Graef, Willem de Wolf, Oscar Kocken, Ad de Bont

Jury Taalunie Toneelschrijfprijs 2012:

  • José Kuijpers (actrice)
  • Joris van der Meer (dramaturg)
  • Jo Roets (artistiek leider en regisseur Laika)

Steven Peters (secretaris)

Den Haag, 19 november 2012

20 november 2012