Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2014

 

Voor deze editie van de Taalunie Toneelschrijfprijs zijn 45 teksten ingestuurd, precies evenveel als in 2013. De inzendingen getuigen over de hele linie van passie en vakmanschap, van liefde voor taal en vooral van liefde voor theater en voor de onnoemelijke mogelijkheden die dit medium biedt om onderwerpen en thema’s aan te snijden en uit te diepen, in alle verschijningsvormen denkbaar. De inhoudelijke kwaliteit en diversiteit is groot en de jury vindt het bemoedigend om te ervaren dat er, toch vaak tegen de verdrukking van de bezuinigingen van de afgelopen jaren in, zoveel teksten van hoge kwaliteit de weg naar het podium vinden. Wat hierbij in het oog springt, is het engagement waarvan veel inzendingen doordesemd zijn, engagement aangaande hetzij (economische en morele) crisis in het algemeen, hetzij crisis in de culturele sector.

Van harte stelt de jury de genomineerden voor de Taalunie Toneelschrijfprijs 2014 voor.

Met mijn vader in bed (wegens omstandigheden) van Magne van den Berg, uitgebracht door Toneelschuur Producties uit Haarlem, is een intiem en ontroerend juweel, opgebouwd uit (ultra)korte telefoongesprekjes tussen een vader en een dochter. Enkele maanden terug is de echtgenote respectievelijk moeder van de twee overleden (opmerkelijk genoeg een vrouw waar je vrijwel niets over aan de weet komt). Vader is opnieuw getrouwd en zijn kersverse echtgenote mest het ouderlijk huis flink uit, dit tot groot ongenoegen en verdriet van de dochter, die het oude vertrouwde koestert.

In alledaagse, summiere taal en vol bijna bezwerende herhalingen – kenmerkend voor het werk van de schrijfster – proberen de twee onbeholpen contact te krijgen met elkaar. Telkens opnieuw is ‘het weer’ onderwerp van gesprek, waarbij de gesteldheid hiervan een prachtige metafoor is voor de emotionele situatie van de personages. Zo overstromen in de stad waar de dochter woont op een gegeven moment de straten, net zoals de dochter (en de vader) verdrinken in golven van verdriet. Dochter: ‘We kunnen niks doen. We moeten wachten tot het ophoudt, maar het houdt niet op’. Het is een mooie omkering van de schrijfster om de oude, vrij traditionele Twentenaar die de vader is, te zetten tegenover zijn moderne grootsteedse dochter, terwijl niet hij, maar juist zij terugverlangt naar vroeger; heel ontroerend. De lading van de pijnlijke stiltes in de telefoongesprekken, de schrijnende nietszeggendheid van de woorden, terwijl er zo een immens verdriet in schuilt,  zijn van een grote emotionele impact en o zo herkenbaar. Uit alle (on)macht blijven vader en dochter praten, om de oorverdovende stilte te verdrijven en elkaar (terug) te vinden. Als ze uiteindelijk besluiten om samen te gaan huilen, geeft dat een gevoel van troost.

Magne van den Berg slaagt er knap in om met heel weinig heel veel te zeggen; over persoonlijke manieren van rouwen en verdringen, over loslaten versus krampachtig vasthouden, over behoefte aan geborgenheid en veiligheid, over angst voor versus zin in verandering, maar vooral over de urgente nood van deze twee mensen om elkaar te troosten, in het intense gemis van hun dierbare, en van elkaar. De impact van Met mijn vader in bed (wegens omstandigheden) is groot, de schijnbaar eenvoudige tekst treft vol doel, is knap geconstrueerd en heeft geen ingewikkelde plot nodig, want spreekt regelrecht tot het hart.

In Crashtest Ibsen II Volksvijand, uitgebracht door Noord Nederlands Toneel uit Groningen, zet schrijver Joachim Robbrecht Een vijand van het volk van de vermaarde Noorse schrijver Henrik Ibsen met verve naar zijn hand. Hij handhaaft het oorspronkelijke plot van een arts in een klein provincieplaatsje, die de klok luidt vanwege het feit dat de kwaliteit van het water in de kuurbaden niet deugt, en hierin gedwarsboomd wordt om commerciële belangen. Met een knappe ingreep voegt Joachim Robbrecht hier een nieuwe dimensie aan toe, waarmee hij de situatie en thematiek naar de huidige tijd overhevelt: de acteurs ‘spelen’ 1882, het jaar waarin Ibsen het origineel schreef, en doen min of meer - vaak met luid misbaar - wat Ibsen voorschrijft (het geestige ‘meta theatrale’ commentaar druipt er vanaf), maar er wordt ook gebruikgemaakt van sociale media als Facebook en Twitter, waardoor voortdurend geknipoogd wordt naar het heden. Vloeiend weet Joachim Robbrecht zo 132 jaar te overbruggen en haalt hij het origineel naar vandaag, wat een grote verdienste is en de absolute meerwaarde van deze verfrissende herwerking.

De thematiek is meer dan herkenbaar en maatschappelijk relevant: populisme, de macht van de media, opportunisme, veel van wat vandaag in het nieuws is, komt voorbij, vaak zelfs met gebruikmaking van hetzelfde holle hedendaagse jargon. Menselijke eigenschappen als geldingsdrang, (naïef) idealisme, ijdelheid en winstbejag passeren de revue en worden des te meer als universeel ervaren door het feit dat ze zowel in de oorspronkelijke context van 1882 als in de actuele theaterrealiteit opgeld doen in het stuk; er is niets veranderd.

De tekst is intellectueel uitdagend en heeft grote zeggingskracht, zonder een moraal door de strot te duwen. Scherp, spits van taal en met veel humor worden menselijke mechanismen aan het (theater)licht blootgesteld. Joachim Robbrecht heeft Crashtest Ibsen II Volksvijand zo aanstekelijk geschreven, dat je als dramaturg gelijk wilt onderzoeken hoe de tekst precies is geconstrueerd, je als regisseur meteen goesting krijgt om de verschillende lagen op de vloer te onderzoeken en je als speler nog dezelfde minuut de vloer op wilt met dit materiaal.

Dracula van Freek Vielen, uitgebracht door De Tijd uit Antwerpen, is een duizelingwekkende, thematisch veelgelaagde en veelvormige montage van teksten, niet bevolkt door concrete personages, maar door ‘Het hoofd van een man’, ‘Een beeld van een dochter’, ‘De nakende ochtend’, ‘Een droom van een vrouw’, ‘Het wakkere weten’ en ‘Het doodsverlangen’. Op het voorblad schrijft de auteur het volgende: ‘Het verhaal speelt zich af in die vijf minuten voor iemand wakker wordt uit een slechte slaap. Wat hij ziet en hoort in zijn droom hoeft niet waar te zijn, maar is desondanks pijnlijke realiteit’. Hoewel zich gaandeweg een plot aftekent, is dit niet de crux en kracht van de tekst. Dracula bestaat vooral uit bespiegelingen, ervaringen en gedachten van mensen die zich verloren voelen in een schemerige wereld waar liefde, verlies, vervreemding, ziekte en dood alomtegenwoordig zijn.

Dracula bevat prachtige, literair-poëtische teksten, soms licht, soms zwaar, met vaak een dwingend ritme en een subtiel binnenrijm. De evocatieve taal is gevuld met intertekstuele verwijzingen naar bijvoorbeeld de Bijbel, kookprogramma’s, mythen, moppen zelfs. De tekst komt tot je zoals visioenen tot je komen en is zo zwanger van betekenis dat je deze steeds opnieuw kunt en wilt ‘lezen’. Het is een intuïtieve tekst, zowel inhoudelijk als in de manier waarop de opeenvolgende fragmenten in elkaar overvloeien, nagalmen en terugkaatsen; vrij abstract en complex, niet eenvoudig te veroveren, maar van een ontegenzeggelijke kracht.

Als de puzzelstukjes in elkaar vallen, ontvouwt zich een lappendeken van betekenissen en zienswijzen, waarbij vrijwel geen onderwerp onaangeroerd blijft: het ontstaan van het universum, de goddelijke schepping, het gemis van een oude geliefde, verloren dromen, een moeder-dochterrelatie, burn-out, anorexia en dementie. Eenzaamheid, melancholie en vertwijfeling, maar ook het verlangen naar oprechte aandacht en schoonheid worden vanuit verschillende, vaak verfrissende perspectieven aangeraakt; het is nauwelijks voor te stellen dat iemand niet op z’n minst door een passage beroerd wordt.

Opvallend tot slot is dat de tekst wat vorm betreft niets afdwingt, zelfs niet tussen de regels door. De associatieve kwaliteit maakt dat de tekst lastig is voor te stellen op scene, maar dit opent juist ook weer vele mogelijkheden. Hiermee hangt de betekenis en impact sterk af van wie het ensceneert en wie het ‘ziet’. Met Dracula heeft Freek Vielen een tekst geschreven waar de liefde voor taal en de bezieling van afspat. De tekst biedt een immense uitdaging en een theatraal risico, wat bewonderd en aangemoedigd mag worden.

In de monoloog Vette Dinsdag, uitgebracht door Bellevue Lunchtheater uit Amsterdam, voert Peer Wittenbols chirurg Thomas Kleibeuker ten tonele, een arts van middelbare leeftijd, sinds jaar en dag getrouwd met Nicolien en trotse vader van de inmiddels volwassen Sophie. Hij heeft een blindedarmoperatie bij een zwangere vrouw verstierd, iets waar hij op pijnlijke wijze achter komt als ze met complicaties opnieuw bij hem op tafel ligt. Als moeder en ongeboren kind in coma dreigen te raken, vlucht hij het ziekenhuis uit en verliest zich in de drank. Het is Vastenavond, de dinsdag van Carnaval, ergens in Brabant of Limburg. Na de nodige consumpties genuttigd te hebben, trommelt hij zijn liederlijke collega Crusio op, verslaafd aan alles waar een mens verslaafd aan kan zijn, en samen beleven ze een doldwaas, krankzinnig dronkenmansavontuur, compleet met vernieling, bordeelbezoek, vechtpartij, politieachtervolging en diefstal.

Een stuk dat zo’n vaart heeft en waarbij je als lezer zo schaamteloos kunt lachen, is zeldzaam. Idiote carnavalskrakers, speels en vrij taalgebruik (rijm, onomatopeeën, neologismen, alles is mogelijk), over-the-top bezopen taal; het zit er allemaal in en toch is het volkomen helder. Gelukkig toont de tekst ook emotionele diepte, wat Vette Dinsdag uit de buurt van studentikoze joligheid houdt. Er zijn oprecht liefdevolle passages over de relatie van Thomas met zijn vrouw en zijn dochter, en de onderstroom van bewustzijn over zijn eigen angst, falen en wanhoop ligt mooi onder de scenes. Het is een uiterst grappige, maar ook ontroerende helletocht van een man die het niet kan verkroppen dat hij fouten maakt en zekerheden niet voor zeker kan nemen.

Vette Dinsdag is opgebouwd uit (soms extreem) korte hoofdstukjes, vanuit wisselend perspectief verteld, en dendert onontkoombaar voort, waarbij het contrast tussen het carnavaleske feestgedruis en de emoties van de hoofdpersoon heel schrijnend is. De tekst is slim geconstrueerd, de levendigheid en lichtheid overtuigen, de beschrijvingen van de personages en situaties zijn pakkend en sappig. Vette Dinsdag is zo goed geschreven dat je het personage scherp voor ogen ziet en een absolute uitdaging voor regisseur en acteur.

Vier teksten met ieder heel eigen, deels onvergelijkbare, maar telkens grote kwaliteiten, waarvan er uiteindelijk slechts een bekroond kan worden. Met groot genoegen maakt de jury de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2014 bekend:

Dracula, geschreven door Freek Vielen

Jury Taalunie Toneelschrijfprijs 2014: Silvia Andringa (regisseur) Bram Coopmans (acteur) Ruth Mariën (dramaturg)

Steven Peters (secretaris)  

29 november 2014