Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2015

Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2015

In de voorbije seizoenen is het aantal inzendingen voor de Taalunie Toneelschrijfprijs beduidend lager geweest dan voorheen het geval: zowel in 2013 als 2014 waren er slechts 45 inzendingen. De jury is verheugd over het feit dat er voor de editie van 2015 bijna 70 teksten zijn ingestuurd, waarmee het aantal inzendingen weer terug op het voorheen gemiddelde niveau is. Onvoorspelbaar is wat de toekomst gaat brengen, maar de grote zorg dat door de bezuinigingen en de crisis de mogelijkheid om nieuw toneelwerk te presenteren verder zou terugvallen, is dit seizoen in ieder geval geen bewaarheid geworden. Alertheid blijft echter zeker geboden, want de sterren staan nog allesbehalve gunstig. Ook blijft het gissen naar de oorzaak van zowel de terugval in de afgelopen seizoenen als het herstel nu.

68 theaterteksten zijn er ingestuurd voor deze editie en de jury heeft ze gretig en met heel veel plezier gelezen. De inspirerende discussies die we de afgelopen weken gehad hebben, hebben unaniem geleid tot de drie volgende nominaties en tot de keuze voor de uiteindelijke laureaat.

Van harte stellen we hierbij de genomineerden voor.

Land van over zee. Een briefwisseling van Marjolein Bierens, geschreven in opdracht van Theaterproductiehuis Zeelandia, vertelt het ontroerende en schrijnende verhaal van een Zeeuwse moeder en haar twee naar Amerika geëmigreerde dochters. In 1933 vertrekken de zussen met hun kersverse echtgenoten per boot om een bestaan op te bouwen in de Nieuwe Wereld. De moeder, weduwe, blijft achter op de boerderij met haar geestelijk gehandicapte zoon. Haar dochters zal ze nooit meer terug zien, een van hen laat zelfs niets meer van zich horen. Mooi taai en traag verstrijkt de tijd in deze tekst, die een periode van ongeveer twintig jaar beslaat, tot na de fatale watersnoodramp van 1953, waarbij de achtergebleven zoon verzwolgen wordt door het water. De brieven, een mengeling van herinneringen, mijmeringen, trivialiteiten en verbluffend mooie poëtische observaties, dragen een aangrijpende eenzaamheid in zich. Zowel moeder als dochter berusten in het besef dat er geen andere toekomst is dan dit onherroepelijk en pijnlijk uit elkaar drijven, maar uit de brieven spreekt ook het immense verlangen naar contact, naar het delen van deze ooit zo verstrengelde levens. De eenvoud van de moeder is krachtig, oprecht en bijna zinnelijk in de emotionerende manier waarop ze haar leven via het landschap verbeeldt. Bij de dochter voel je eenzelfde diepe verbondenheid met de aarde, maar in haar brieven sijpelt de hoop door en worden de idealen van een nieuw bestaan, van een niet te stuiten vooruitgang voelbaar. Knap is de wijze waarop Marjolein Bierens er door haar uiterst beeldende en zintuiglijke manier van schrijven in slaagt de zo diverse werelden van Zeeland en Amerika tot leven te wekken. ‘En toen jullie uit het zicht waren verdwenen, slingerde de stilte zich als een kat rond mijn benen’, schrijft de moeder kort na het vertrek van haar dochters. Stilte is er veel in de tekst: het stille wachten op de brieven, het stille schrijven ervan, de stilte van het lege Zeeuwse land en uiteindelijk de stilte door het onvermogen van de moeder om de brieven nog te beantwoorden, nadat ze zelfs de uitnodiging om naar Amerika te komen heeft afgeslagen. ‘Mijn lieve kind, na deze brief zal ik geen antwoord meer geven. Mijn handen laten het niet meer toe. Weet niet precies wanneer en hoe dit is gebeurd. Mijn vingers hebben steeds meer moeite de tocht af te leggen over een wit vel papier. Mijn gedachten laten zich niet meer vangen.’ Land van over zee. Een briefwisseling is geschreven in een intense, bijna knoestige taal, licht en zwaar tegelijk, associatief en suggestief. De briefvorm verbeeldt perfect de groeiende kloof tussen de personages en het verglijden van de tijd; de tijdssprongen tussen de brieven zijn vaak groot, veel blijft ongezegd en speelt zich af tussen de regels, maar ook tussen de brieven. Zo blijkt er tussen twee brieven een kind geboren of is de zoon verdronken. Het is een tekst vol prachtig gebeeldhouwde zinnen die weken blijven nazinderen, een tekst die ook los van een enscenering literair bestaansrecht heeft, als brievenproza ‘pur sang’. Opmerkelijk is het hoe hedendaags en herkenbaar de tekst is, hoewel alweer even terug gesitueerd. De persoonlijke manier tot slot waarop universele thema’s als eenzaamheid, gemis, verlangen en weemoed worden aangesneden, laat je als lezer gevloerd, ontroerd, ontwapend en weerloos achter.

In Wachten en andere heldendaden (8+) van Freek Mariën, uitgebracht door De Nietjesfabriek & Ballet Dommage, staan 1,2,3,4 wachters voor een muur met een uitkijkpost. Wat achter de muur ligt, is Staatsgeheim en verboden gebied. De wachters functioneren strak binnen een systeem waarin alles een juiste orde en volgorde heeft. Ze kennen geen angst, scanderen de regels en wachten, waken, laden hun wapens, patrouilleren, eten en zwijgen. Wanneer er ook maar iets aan hun aandacht ontsnapt, is er algehele ontsteltenis. Als één van de vier ongezien verdwijnt, raakt het hele systeem ontregeld en blijkt het niet genoeg te zijn om alleen te vertrouwen op de regels van de logica en het waarneembare. Er ontstaat chaos en er komen aannames, emoties en meningen om de hoek kijken. Gehoorzaamheid en solidariteit worden zwaar op de proef gesteld, en van plichtsgetrouwe brave wachters worden zij steeds menselijker, kwetsbaarder en herkenbaarder. Het is ontroerend hoe de drie overgeblevenen worstelen met hun emoties en twijfels, zoeken naar nieuwe regels en in conflict komen met zichzelf en elkaar, omdat zij nu zelf beslissingen moeten nemen. Ze trachten verklaringen te vinden voor het onverklaarbare, en doorlopen daarbij het hele scala aan emoties, van onbegrip, teleurstelling en verdriet tot paniek en woede. Meer en meer ontstaat er in het verloop van het stuk een soort clownsact in taal, met een Beckettiaanse allure, overgeleverd als de personages zijn aan geheimzinnige existentiële krachten en wetten. In hun wil om te overleven manipuleren, dreigen en chanteren ze, maar tonen ook vergevingsgezindheid en vriendschap. Er ontluikt zelfs een verliefdheid. Freek Mariën slaagt erin om elk voorspelbaar verloop of een al te clichématige afloop te omzeilen. Wachten en andere heldendaden is een anarchistisch en provocatief stuk, onnavolgbaar in ontwikkeling, zo uitzonderlijk dat het eigenlijk met geen ander werk te vergelijken valt. Onderwerp en taalgebruik zijn verrassend, alsook de fascinerende notatie van regieaanwijzingen, en tekeningen over structuur en chaos. Het stuk beschrijft, mede door een uitgekiende typografie, zichzelf, in de zin dat de personages voortdurend uitleggen wat ze doen en zien. Ze trachten daarin met heel eigen jargon en met pseudo-militaire precisie een bepaald protocol te volgen, dat gaandeweg absurder, geestiger en wreder wordt. De situatie lijkt zo volmaakt aan haar eigen wetten te gehoorzamen dat het een haast gesloten en mythisch universum wordt. Maar er zijn wel degelijk grote dramatische wendingen; het is bijvoorbeeld niet zo gesloten dat een van de vier niet kan deserteren. Of is hij het slachtoffer van een ‘bezuiniging’? Wachten en andere heldendaden is een eigenzinnig, krankzinnig en zinnig stuk over macht, (vastgeroeste) patronen, regeltjes, verwachtingen, de angst om ergens niet bij te horen, de prijs van (on)gehoorzaamheid, de omgang met gemis en verlies, maar ook over zaken als politiek en besparingen. Oorspronkelijk geschreven voor een jong publiek is het ook voor volwassenen absoluut een uitdagende tekst. Het stuk is even filosofisch als concreet, nodigt uit tot vele lezingen waarin telkens nieuwe betekenisnuances zich ontplooien, is humorvol en ontroerend, en heeft een vorm die alleen wenst te gehoorzamen aan zijn eigen wetten en verder helemaal nergens aan, en dit laatste is een compliment.

Waar het vlakke land gaat plooien is de onovertroffen titel die Jibbe Willems gaf aan de tekst die hij afgelopen seizoen schreef voor Toneelgroep Maastricht. Hoofdpersoon in deze (muziek)theatrale roadmovie is een jong stel, woonachtig in Berlijn, zij afkomstig uit Belgisch Limburg, hij uit Heerlen in Nederlands Limburg. Op een laat uur krijgt hij bericht dat zijn moeder op sterven ligt. Door de nacht snellen ze over de Autobahn naar Heerlen, de stad waarnaar hij bezworen heeft nooit terug te keren. Zij is hoogzwanger. Gedwongen door de aanhoudende druk van het nog ongeboren kind op haar blaas, voert de reis van stop naar stop, van Raststätte naar Rastplatz, voor plaspauzes en koffiebreaks. Met een modern kibbelend optimisme, afgewisseld met geestige, speelse dialogen over zwangerschapskwalen en typisch vrouwelijk rijgedrag, scheuren de aanstaande ouders door Duitsland. Sluipend onder deze lichtheid dringt de smoezelige en treurige geschiedenis van de Limburgse Mijnstreek zich op, gekenmerkt door armoede en slechte leefomstandigheden, het duister en het stof van de mijnen, de onverzettelijke trots op de eigen geboortegrond en identiteit. In prachtige volle zinnen zijn de beweeglijke dialogen van het stel doorspekt met koorstukken over ‘ons Limburg’ en vertellingen van de moeder aan haar zoon over het mijnwerkersbestaan en haar leven met de vroeg overleden vader, die de zoon nooit gekend heeft. Aangemoedigd door zijn vriendin komt het echte verhaal uiteindelijk boven tafel. Zijn moeder heeft hem een romantische versie van zijn vader voorgespiegeld; zijn vader was geen Italiaanse mijnwerker, maar een als mijnwerker verklede carnavalsvierder, hijzelf het product van een aanranding. Bij aankomst in Heerlen sterft de moeder. Het gesprek tussen moeder en zoon zal, voor zover het ooit al heeft plaatsgevonden, niet kunnen worden voortgezet. Waar het vlakke land gaat plooien is een rake en sprankelende tekst, afwisselend en heel aansprekend, met een grote compassie voor de personages en een heel voelbare verbondenheid met de streek, met ‘ons Limburg’. Het is een stuk vol herkenbare clichés, die tegelijkertijd origineel, stijlvol en verfrissend is. De tekst is gevarieerd qua vorm: koorliederen, dialogen en monologen in verschillende registers tonen dat Jibbe Willems een erg breed palet aankan: pittige dialogen staan naast poëtische beschouwingen, ritmische liedteksten naast komische woordenwisselingen. Dit geeft de tekst ondanks de stevige thematiek voldoende humor en lucht. Ook toont de schrijver overtuigend aan over een groot taalbewustzijn te beschikken, wat bijvoorbeeld blijkt uit de dialogen die specifiek over taal gaan, zoals de grappige dialoog over de taalverschillen tussen Nederlanders en Vlamingen. Over de treurige geschiedenis van een moeder en een kind gaat het, over de pijn en het verdriet over wat gebeurd is en het niet kunnen toelaten hiervan, met alle trieste gevolgen van dien. Over de beladen Limburgse mijnbouwgeschiedenis, waarvoor in veel opzichten een fikse tol betaald is. De verstrengeling van het verlies van leven - de dood van de moeder en het onder ogen zien van de pijnlijke waarheid rond de vader - met de geboorte van nieuw leven, is heel ontroerend.  ‘Nog even blijven’, zegt de zoon in de laatste scene aan het bed van zijn overleden moeder. En zo is ook Waar het vlakke land gaat plooien een tekst waar je graag nog even bij blijft, om deze in volle lading tot je door te laten dringen.

Drie teksten met elk heel eigen, uitzonderlijke kwaliteiten, waarvan er uiteindelijk slechts een bekroond kan worden. Met groot genoegen maakt de jury de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2015 bekend:

Wachten en andere heldendaden, geschreven door Freek Mariën

Jury Taalunie Toneelschrijfprijs 2015 Silvia Andringa (regisseur) Flip Filz (acteur) Ruth Mariën (dramaturg)

Steven Peters (secretaris)  

7 september 2015