Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2016

Tegen de vijftig theaterteksten zijn er ingestuurd voor deze editie van de Taalunie Toneelschrijfprijs. De jury heeft ze met veel interesse en plezier gelezen en besproken samen. Net als in eerdere jaren varieerde het van aanstormend tot gevestigd, geschreven voor jeugd of volwassenen, afkomstig uit alle contreien van Nederland en Vlaanderen; opnieuw een uitzonderlijk palet aan teksten en bemoedigend dat er zoveel, en zoveel moois geschreven wordt!

De inspirerende discussies die we de afgelopen periode gehad hebben, hebben unaniem geleid tot de drie volgende nominaties en tot de keuze voor de uiteindelijke laureaat.

Van harte stellen we hierbij de genomineerden voor.

Ik speel geen Medea van Magne van den Berg is uitgebracht door Rudolphi Producties uit Amsterdam. Een actrice besluit voor aanvang van de voorstelling op een dag de stekker eruit te trekken en terug naar huis te gaan. Niet vanwege het feit dat ze drie euro moest betalen voor een hele kleine koude bittere koffie, niet omdat de artiesteningang weer onvindbaar was: er is geen aanwijsbare reden, geen schuldige. Het is gewoon op. Ze gaat naar huis, op het bankje voor haar deur wachten op de invallende nacht, het koor achterlatend in het theater. In een ritmische taal, als eb en vloed, in steeds dezelfde subtiele bewoordingen maar toch steeds net een tikkeltje anders, omcirkelt het hoofdpersonage haar irrationele en plotselinge besluit om te stoppen. Het fascinerende en sterke aan de tekst is dat er nergens een anekdotisch of psychologisch houvast geboden wordt over hoe ze tot haar besluit gekomen is. Het is gewoon op. Ik  speel geen Medea is een mantra in precieze, poëtische maar glasheldere taal over diepmenselijke, ondoorgrondelijke zielenroerselen, over besluiten die ergens in de hersenpan worden genomen, maar niet in woorden te vatten zijn. Hoewel de tekst in eerste instantie over de theaterwereld lijkt te gaan, gaat deze uiteindelijk - zo wordt langzaamaan duidelijk - over een veel breder fenomeen, namelijk dat we allemaal ons leven vorm trachten te geven door het volgen van onze ambities, maar dat de eisen waaraan voldaan moet worden ons dreigen te fnuiken en ontmenselijken. De actrice neemt een sprong in het diepe, wat ze verder gaat doen is ook voor haar onbekend, en dit maakt haar daad moedig en haar worsteling herkenbaar en confronterend. Het is een theatraal gewaagde keus dat het koor achterblijft na het vertrek van de hoofdpersoon, haar gedrag becommentarieert en reflecteert op verleden en toekomst; een doeltreffend en prachtig middel om duidelijk te maken dat de wereld van het theater een metafoor is die ons helpt ‘de echte wereld’ of zo je wilt ‘de maatschappelijke realiteit’ in een ander daglicht te plaatsen. Ook sterk is de wijze waarop de klassieke tragedie Medea verwerkt is. De ware tragedie zit tegenwoordig niet in het gegeven dat wij bloedwraak plegen, maar in het feit dat wij allemaal uitgebluste, overwerkte werknemers dreigen te worden die op een dag beseffen dat de liefde, ook al weten wij niet waarom, over is. Dat wij dan alleen nog maar op een bankje willen zitten, een sigaretje willen roken en naar de ondergaande zon willen kijken. Ik speel geen Medea is een rijke en veelzijdige tekst die ook bij herlezing blijft overdonderen, een tekst die telkens nieuwe vragen oproept. Over de teloorgang van eigen engagement en geloof gaat het, over verlies van passie, over desillusie. Het stuk raakt, omdat het je meeneemt naar jezelf en naar wat je zelf verloren bent. En het verzoent je ook met het verlies als iets dat onderdeel is van het leven, en uiteindelijk ons als mens juist ook weer, of juist dan pas weer, laat groeien.

Een coming of age voor bejaarden is een tekst van de hand van Rik van den Bos voor zijn eigen gezelschap Berg&Bos. De tekst vertelt het ontroerende relaas van Daniël en Lisette, geliefden voor het leven. Lisette begint haar geheugen te verliezen en verkeert meer en meer in een schemertoestand. Tot het laatst blijft het stel zo goed en zo kwaad als mogelijk zoeken naar de essentie van hun leven en liefde samen. Wat begint als een dansles rumba wordt stapje voor stapje een reis door hun herinneringen, waarbij de verwarring van Lisette prachtig theatraal wordt verbeeld door een tweede stel, ‘Meisje’ en ‘Jongen’ genoemd, zijzelf op jonge leeftijd, aan het begin van hun levenslange romance. Knap zijn de tijden door elkaar gesneden en krijgen we via de geestige en sensitieve tekst een beeld van ouder wordende mensen die met steeds minder houvast samen overleven. Confronterend en emotionerend is het hoe de hoop en spanning bij de jonge geliefden over wat komen gaat, over het afscheid en verdriet van de ouderen heen schuift, er min of meer mee vervloeit; een mooie vondst om het leven in een notendop te vatten, liefdevol en triest als het is. Bijzonder aan deze tekst is het ‘lentando’; de prachtige eenvoud van de schijnbaar argeloze zinnetjes, die de dialogen een grote herkenbaarheid geven, waardoor je gaat beseffen dat achter het cliché dat we allemaal sterfelijk zijn, een even vredige als wrede tragiek schuilgaat. Rik van den Bos is er met Een coming of age voor bejaarden op onnavolgbare wijze in geslaagd om een ode aan de liefde in tijden van dementie te schrijven. Het gebeurt zelden dat je een stuk leest waar je het vanbinnen warm van krijgt. Een stuk dat niet ironisch is, niet cynisch, niet gemakzuchtig grappig, niet gezocht revolutionair, niet geforceerd breedsprakig. Een stuk dat er niet voor terugschrikt het sentiment aan te raken, zonder sentimenteel te worden. Het gaat niet over politiek, niet over grootse ideeën, maar over twee mensen die elkaar graag zien, en die niet los van elkaar de dood in willen. Het gaat over de eindigheid waar wij ooit allemaal mee geconfronteerd worden, over het vergeten dat op het einde van de rit op ons wacht. Een coming of age voor bejaarden ontroert, zo eenvoudig is het. Die warmte is iets dat je in een theatertekst zelden tegenkomt. Met A coming of age voor bejaarden tot slot verrast Rik van den Bos de jury door zijn veelzijdigheid. Zo overtuigde hij vorige editie met Leger en schreef hij dit seizoen onder andere ook, samen met co-auteur Don Duyns, het monumentale epos Van Waveren.

Akaaremoertoe Bahikoeroe (In het bos van Bahikoeroe) van Barbara Claes, een productie van Lucinda Ra en De Werf uit Brugge, is gepresenteerd op locatie in Zwankendamme, een klein dorp in West-Vlaanderen. Dit in uitbundig West-Vlaams dialect geschreven stuk (‘De onverklaarbare woordenlijst’ is bijgevoegd bij de tekstuitgave) heeft de vorm van een wandeling door de krochten van dit wat afgelegen dorp in een zo mogelijk nog afgelegener stuk België. De personages worden aangeduid met mythische namen als ‘de Bom van Hiroshima’, ‘het Neutrale Voetstuk’ en ‘de Kruipende man uit de put’. Onderwerp is een gruwelijk gezinsdrama, waarbij vijf kinderen het leven laten en de vader zich verhangt; een onthutsend gegeven. Akaaremoertoe Bahikoeroe toont een wereld van verliezers en uitgestotenen, van menselijke miserie, armoede en onrecht aan de zelfkant van de maatschappij. In een kafkaësk universum gevuld met bemoeizuchtige overheidsinstanties en het geprefabriceerde geluk van nieuwbouwwijken, werpt het stuk, op een niet-belerende manier en met groot mededogen voor de donkere kanten van het menselijk bestaan, essentiële vragen op over dromen, mislukking, onmacht en het onvermogen aan het eigen bestaan te ontsnappen. Barbara Claes creëert een volstrekt eigen universum, dat desalniettemin toch actueel is en graast en graaft in de rafelranden van onze maatschappij; plekken waar je liever je ogen voor sluit. Het laat je nadenken over arm en rijk, over de steeds grotere tweedeling hiertussen, over onze eigen vooroordelen, onze eigen vermeende superioriteit. Een wilde rit is het, een helletocht door de ongure hoekjes van ons brein en onze maatschappij. Hier is de hand voelbaar van een maker die helemaal los van het establishment en in grote artistieke vrijheid een lans breekt voor mensen die uit de welvaartstatistieken zijn gevallen. Akaaremoertoe Bahikoeroe is schrijnend en triest, maar tegelijk ook absurd en grappig. De poëzie is oorspronkelijk en vitaal, de tekst een wervelwind aan beelden en woorden die verwarren, ontroeren, doen lachen. Het is associatief en raak, woest en wreed. Het schrijfplezier spat er vanaf en voor een theatermaker is het een uitdagende tekst om in te mogen duiken, omdat er nog zoveel in te ontdekken valt.

Drie theaterteksten met elk heel eigen en lovenswaardige kwaliteiten, waarvan er uiteindelijk slechts een bekroond kan worden. Met groot genoegen maakt de jury de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2016 bekend:

Ik speel geen Medea, geschreven door Magne van den Berg

Jury Taalunie Toneelschrijfprijs 2016

Nico Boon (acteur, schrijver, theatermaker) Flip Filz (acteur, theaterdocent) Marije Gubbels (regisseur, schrijver, theatermaker)

Steven Peters (secretaris)

1 september 2016