Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2017

Voor deze editie van de Taalunie Toneelschrijfprijs zijn 37 teksten ingestuurd. Met veel plezier maakte de jury kennis met het aanbod van dit jaar, waaronder veel toneelstukken van hoge kwaliteit. Zij zijn de getuigen van een bloeiende, volwassen toneelschrijfcultuur. Boek- en filmbewerkingen werden, zoals het reglement voorschrijft, niet in de beoordeling meegenomen.

Het aanbod omvatte een verscheidenheid aan stijlen en vormen, met een paar opvallende parallellen. Zo las de jury veel beschouwingen, reflecties en ‘reconstructietoneel’: auteurs die gebeurtenissen of een persoonlijk parcours ontleedden en heropbouwden, vaak in de vorm van monologen. Ook historische figuren kregen zo een podium. Een andere parallel was een ‘zie de mens’-thematiek, uiteenlopend van klaagzang tot gortdroge, pikzwarte humor, van zeer actueel maatschappelijk betrokken werk tot gedachte-experimenten over sprookjesachtige, nieuwe manieren van samenleven. De taal varieerde van barok en virtuoos tot uitermate sober, en werd ingezet als poëtische bezwering van emoties zoals pijn, rouw, verlies en verdriet, maar ook als bindmiddel tussen verscheidene culturen. De jury verheugde zich over situatieoverstijgend toneel, dat de anekdote ver achter zich liet, over toneelstukken waar je op kon blijven projecteren en die zó van het papier af sprongen, en over teksten die, zoals in het repetitielokaal weleens gezegd wordt, ‘zichzelf lijken te spelen’.

De genomineerde teksten, fraai uitgegeven in boekjes van De Nieuwe Toneelbibliotheek, zijn een afspiegeling van deze rijke, hedendaagse toneelschrijfcultuur. Hun auteurs representeren de hedendaagse toneelschrijver die het ambacht vaak combineert met makerschap en ander literair werk. Een enkeling heeft een vaste verbintenis met een theatergezelschap.

Na een reeks geïnspireerde discussies stelt de jury vol overtuiging de genomineerden aan u voor van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2017: Find me a boring stone van Rik van den Bos, De schaar van de tsaar van Freek Mariën en De advocaat van Ilja Leonard Pfeijffer.

Find me a boring stone van Rik van den Bos was de eerste voorstelling die regisseur Erik Whien maakte bij Theater Rotterdam, het nieuwe stadstheater van Rotterdam. In zijn opdracht ontstond een gevoelige, muzikale en ontroerende tekst, aangevuld met liederen van Stan Vreeken. De monoloog spreekt van mens tot mens, en nestelt zich langzaam in je hoofd. Telkens opnieuw grijpt het je aan, telkens op een ander moment en altijd onverwacht, recht in het hart. Rik van den Bos laat na Een coming of age voor bejaarden, vorig jaar genomineerd voor de Taalunie Toneelschrijfprijs, een andere kant van zijn vakmanschap zien. Hij geeft een rouwende man het woord. Deze man is een ‘everyman’, over wie je zo goed als niets te weten komt. Hij spreekt ook niet over de rouw zelf, maar over een veelheid aan andere dingen: over mensen en situaties, over herinneringen, over natuur. Beetje bij beetje ervaar je dat de tekst vooral gaat over het efféct dat rouw op een mens kan hebben, over het verschrikkelijke gat dat de dood van een geliefde kan achterlaten. Van den Bos heeft een pen die in een paar woorden een mensenleven kan vatten. Find me a boring stone is een aaneenschakeling van briljante zinnen, miniatuurtjes die een blik bieden op de ontelbare variaties van het leven. De tekst lijkt een registratie van willekeurige gebeurtenissen in een willekeurige stad. Een lijst. Of een catalogus. Aan de hand van de verteller wandel je door de stad; af en toe werp je samen een vluchtige blik op het intieme leven van onbekende mensen. Maar de opsommingen in de tekst zijn geen gewone beschrijvingen; ze zijn een bezwering. De verteller baant zich, door de blik op de buitenwereld te richten, een weg uit de klauwen van het gemis. Het particuliere en alomvattende staan met elkaar in verband. Er zijn mensen die aan de eettafel zitten terwijl andere mensen sterven. De verkleining van de wereld die eigen is aan het leed – de navelstaarderij, het in zichzelf keren – wordt hier in het perspectief van een grotere werkelijkheid geplaatst, van de wereld, van het heelal. De verteller zoomt ook letterlijk uit. Hij kijkt op een caleidoscopische manier naar zichzelf en de wereld, stijgt boven zichzelf uit en beschouwt zijn plek: gezien vanuit het Melkwegstelsel, hoe belangrijk is dan zijn verdriet? Rouw is langdradig; wie een klassieke catharsis verwacht, komt bedrogen uit. Van den Bos laat ons ervaren dat rouwen een eenzame, ondramatische, taaie aangelegenheid is. Maar net die taaiheid is wat de tekst zo sterk maakt: rouwen is niet eenduidig, werkt niet naar een climax toe. Is er troost? Er is schoonheid, af en toe.

De schaar van de tsaar schreef Freek Mariën voor zijn eigen gezelschap Het Kwartier, in samenwerking met de fysieke spelers van Corpus Ca. Na Wachten en andere heldendaden, winnaar van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2015, is De schaar van de tsaar opnieuw een tekst om je vingers bij af te likken. In een dwingende, repetitieve aaneenschakeling van speelse scènes slaagt de auteur erin om grootse thema’s in hun brutale essentie bloot te leggen. Freek Mariën plaatst drie figuren in een ruimte. Afwisselend spelen zij de rol van ‘de papa’, ‘de mama’ en ‘het kind’. Ze volgen een geheel eigen logica waarmee ze alle drie vertrouwd blijken. Op het ritme van dag en nacht onderzoeken ze nieuwe objecten die hun wereld binnenkomen. Dan komt ‘de tsaar’ binnen, met andere regels en gewoontes. Alles moet opnieuw benoemd, uitgeoefend, verdedigd. Het is een bedrieglijk eenvoudige opzet die aan De schaar van de tsaar ten grondslag ligt, maar de consequenties benemen je de adem. Mariën ontvouwt voor je ogen het mechanisme van ‘het spel van het leven’ in al z’n betekenissen, met codes en al. Hij haalt het mechaniek uit elkaar en maakt deze als een magische Rubik’s Cube weer speelklaar. Aanvankelijk koddig en absurd, worden de belangen gaandeweg levensgroot en echt gevaarlijk. De schaar van de tsaar onttrekt zich aan de onderleeftijd van 6 jaar waarvoor hij geschreven is, en is ook een spiegel voor volwassenen. De tekst verwart, roept vragen op, geeft zin, doet lachen en dendert compromisloos op zijn doel af. Met een paar schijnbaar eenvoudige procedés roept Mariën een heel universum op, tegelijk concreet en surrealistisch, uitgebeend en uitbundig, vederlicht en beenhard. Ondanks hun formele aanduidingen zijn de personages identificeerbaar, aandoenlijk, begrijpelijk en ‘menselijk’. Prangende vragen blijven almaar in de lucht hangen. Zijn het kinderen die volwassenen spelen? Volwassenen die kinderen spelen? Spelen we allemaal een rol? Maar wat sluimert er achter dat drievoudig masker? Welke leegte houdt zich daar schuil? De ritmiek van de tekst raast als een partituur voort op het tempo van geweersalvo’s. De dialogen zuigen je in hoog tempo steeds verder mee in een wereld die beklemmend én permanent veranderlijk is. Geen woord staat er te veel, geen woord staat er te weinig. En toch kan een theatermaker met deze tekst vele kanten uit – een bijzondere kwaliteit. Op een kinderlijke, speelse manier toont De schaar van de tsaar de irrationaliteit die onder vastgeroeste gewoontes schuilt. Freek Mariën schraapt het laagje (zelfvoldane) beschaving weg dat wij allemaal dragen en toont de primaire angsten en verlangens die onze keuzes sturen. Wat begint als een kinderlogica wordt een grimmige grotezaalproductie voor volwassenen over territoriumdrift, dominantie, uitbuiting en macht; familie en identiteit.

De advocaat schreef Ilja Leonard Pfeijffer als huisschrijver van Toneelgroep Maastricht. Pfeijffer componeerde een loepzuivere en hilarische analyse van de steradvocatuur en van een maatschappij die een dergelijk, zeer bedenkelijk heldendom faciliteert. Hoofdpersoon is de beruchte advocaat en televisiepersoonlijkheid Bram Moszkowicz. We zien hem in de nadagen van zijn roem, te midden van zijn al even beruchte familieleden en personeel. Hij hoopt zijn carrière met een verrassende knal te kunnen beëindigen dankzij de grote strafzaak rond ‘De Neus’, en met behulp van de media. De advocaat heeft de allure van een repertoirestuk, geschreven voor het Nederlandse taalgebied maar ook daarbuiten, geschikt voor heropvoering en lezing. Pfeijffer neemt het Nederland van nu als onderwerp, een land in de war over de eigen identiteit, in de overgang van een schijnbaar gekend verleden naar een nog niet gekende toekomst. Maar de relevantie van dit stuk is niet beperkt tot Nederland. In de figuur van Bram Moszkowicz komt een aantal van de meest wansmakelijke kenmerken van de hedendaagse mens samen: aandachtsgeilheid, narcisme, morele onverschilligheid, pronklust en het gevoel boven de wet te staan. De auteur laat ons nadenken over de plek en het belang van waarheid en werkelijkheid in de wereld van het recht, en daarbuiten. De personages proberen continu hun leven te ensceneren. ‘Het bestaan is een schouwtoneel’, maar als jouw rol is vastgelegd, kun je dan nog aan de plot ontsnappen? Wat gebeurt er als je besluit niet meer met je eigen personage samen te vallen? De figuren zijn goed uitgewerkt en ontroerend, en hun taal is om van te snoepen. Het gevaar daarvan is soms een soort gladheid, maar daar gaat het stuk ook over. Juist de systematiek van de ‘verbloemende’ taal wordt blootgelegd. Soms zijn de dialogen zelfs zó grappig, dat je al bij lezing hardop lacht. En wat de personages niet in woorden gezegd krijgen – het onbewuste, het verlangen, de donkere kant van hun gedachtes –, besluiten ze te zingen. Al vinden ze dat zelf soms ook een goedkope noodgreep. De advocaat balanceert magistraal op het dunne koord tussen tragedie en komedie, realistisch drama en metabeschouwing, slapstick en ontroering. Voortdurend refereert het stuk aan zichzelf en zijn niet geringe ambitie: Pfeijffer meets Shakespeare meets Pirandello in het Nederland van de 21e eeuw. Desondanks is het geen ijdele tekst. De auteur toont zich zeer genereus, schrijft virtuoos en sleept de lezer pagina na pagina mee in zijn opzet. Net zoals dagelijks te ervaren is in de realiteit, blijkt het mogelijk om met goed gekozen performance- en taalstrategieën tegelijk alles én niets te bewijzen.

Drie teksten met elk heel eigen, uitzonderlijke kwaliteiten, waarvan er uiteindelijk slechts een bekroond kan worden. Met groot genoegen maakt de jury de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2017 bekend:

De advocaat, geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer.

Juryleden: Peter Anthonissen, Nico Boon, Nanette Edens. Voorzitter: Cecile Brommer

7 december 2017