Juryrapport Taalunie Toneelschrijfprijs 2008

Tegen de zestig teksten zijn er ingestuurd voor deze editie van de Taalunie Toneelschrijfprijs. Dit aantal ligt weliswaar onder het jaarlijkse gemiddelde, maar conclusies zijn hier niet aan te verbinden. Vooralsnog kunnen we niet anders dan het relatief lage aantal van dit jaar als een incident beschouwen. Zestig nieuwe toneelteksten in een klein taalgebied als het Nederlandse is overigens nog steeds een mooie oogst. 

Ook dit jaar is het palet aan inzendingen in vele opzichten breed. Teksten voor jeugdtheater en voor volwassenen, geschreven voor kleine of grote zalen of locaties, van klassiek opgebouwd tot gefragmenteerd, expliciet of nauwelijks geëngageerd, het is ook in deze editie weer allemaal vertegenwoordigd. De jury heeft de teksten met plezier gelezen en besproken. Na de eerste jurybijeenkomst lag er nog een flinke stapel teksten op tafel, die om de een of andere reden inspirerend en interessant genoeg waren om opnieuw tegen het licht te houden. Tijdens de volgende bijeenkomst waren er twee teksten die voortdurend terugkwamen in de discussie en die de overige teksten op afstand lieten. Om deze reden is besloten om slechts deze twee teksten te nomineren voor de Taalunie Toneelschrijfprijs 2008, waar in de afgelopen jaren de nominatie van drie tot vijf teksten gebruikelijk was.

Alvorens de laureaat van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2008 bekend te maken, willen we beide nominaties graag introduceren.

Auteur, acteur en vertaler Filip Vanluchene schreef Citytrip in opdracht van de Vlaamse gezelschappen De Tijd en theaterMalpertuis, groepen waar hij inmiddels een langjarige artistieke verbinding mee heeft. Een duizelingwekkende tekst is het, geschreven voor drie acteurs (aangeduid als acteur 1, 2 en 3) die samen de vele personages die het stuk rijk is vertolken en de vertelling voortstuwen.

Wanneer de eeuwenoude meidoornhaag tussen de gehuchten Alveringem en Wulveringem uit de grond gerukt is om ruim baan te maken, is het hek van de dam in deze West-Vlaamse dorpen. De vooruitgang neemt bezit van de gemeenschap. Iedereen hoopt hier een graantje van mee te pikken, hoewel niet altijd met evenveel succes. Niet alleen de haag is vernield, ook de tradities en structuren zijn ontworteld. Verwarring en stuurloosheid heersen, consumentisme, geldzucht, grootheidswaan en opportunisme steken de kop op. Aan de ene kant is er boer Gilbert Masselus, die meegetrokken wordt in de steeds verder globaliserende en uitdijende wereld, waarin geld en technologie heer en meester zijn. Naïef en standvastig als hij is, bekijkt hij deze nieuwe wereld met ongeloof en verwondering. Aan de andere kant zijn er de gladde, schlemielige ondernemers Roland Boeckaert en Reginald Soubry, die denken groot geld te gaan maken met een innovatieve vertaaltechnologie, waarmee alle taalbarrières in een klap geslecht worden. Dit tweetal vliegt de hele wereldbol over om hun product aan de man te brengen en laat zich ondertussen fêteren op sushi en erotische massage. Helaas vergalopperen ze zich jammerlijk en mislukt het project uiteindelijk door malversatie. Dan zijn er drie weduwes die met de peperdure aanschaf van Koninginnebrij hopen de eeuwige jeugd te verkrijgen en is er de jonge bankemployee Vanessa Keirsblick, die flink geld aan het stukslaan is en zichzelf een tripje naar New York cadeau doet. Het is maar een greep uit de personages die het stuk bevolken. In Citytrip is de wereld bijna letterlijk een dorp, afstand bestaat nauwelijks meer, alles hangt met alles samen. Het universum is een monsterachtig en onbeheersbaar geheel geworden, waarin de mensen verdwaald zijn, als kippen zonder kop rondrennen en van gekkigheid niet meer weten wat te doen. Hoewel de sfeer van het stuk ontegenzeggelijk Vlaams is, zoals ook kenmerkend voor eerder werk van Filip Vanluchene, overstijgt de tekst in thematiek alle grenzen en is hierin uiterst herkenbaar en tot de verbeelding sprekend. Het is een satirische schets van West-Vlaanderen, dat zeker, maar ook van de verwarrende tijd waarin we nu allemaal leven. De gebeurtenissen en situaties zijn vaak heel geestig, maar verhullen niet de zorg om en kritiek op de dolgedraaide tijd waarin we terechtgekomen zijn, de wereld van de commercie en het grote graaien, van hedonisme en maakbaarheid. Echter, ook de compassie en liefde van de schrijver voor zijn personages, voor de ploeterende mens die er het beste van probeert te maken, is altijd voelbaar.

Filip Vanluchene bedient zich ook in Citytrip van het voor hem zo typerende zelf geconstrueerde West-Vlaamse kunstdialect, doorspekt met allerlei modieus jargon uit andere talen, vooral het Engels. Gezegd moet worden dat zijn taal zich niet altijd even makkelijk laat doorgronden, vooral door mensen die het Vlaams niet machtig zijn, maar wel een uiterst kleurrijke poëzie in zich draagt en vaak ook humoristisch werkt. Citytrip is knap van structuur, complex en gedurfd. Vloeiend wisselen de acteurs van personage, zowel vertelling als spel lopen naadloos in elkaar over. Zonder twijfel is het een uitdaging voor regisseur en acteurs om hiermee aan de slag te mogen! De vaak associatieve, impressionistisch getinte scènes buitelen over elkaar heen en ondertussen stuitert het verhaal over de aardbol, zonder onhelder te worden.

In de laatste scène van het stuk wordt de haag op last van de rechter teruggeplaatst. Zou de rust toch nog weerkeren in Alveringem en Wulveringem? Je mag het hopen.

Schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck schreef de theatermonoloog Missie voor de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Het is inmiddels de derde monoloog die hij schreef over oude, blanke mannen in Afrika. Eerder schreef hij Die Siel van die Mier, onderscheiden met de Taalunie Toneelschrijfprijs 2004, en N. Het wekt bewondering hoe hij in zijn werk probeert het koloniale verleden en de complexe hedendaagse relatie tussen het Westen, en in het bijzonder België, en het Afrikaanse continent een persoonlijke stem te geven in het theater. Hij zoomt in op mensen van vlees en bloed, met hun individuele drijfveren en verhalen, dilemma's en tekortkomingen, en weet hiermee de (algemene) beeld- en gedachtevorming te nuanceren.

Voor Missie heeft David Van Reybrouck zich gebaseerd op de uitvoerige gesprekken die hij met een flink aantal missionarissen gevoerd heeft in België en Congo. Naar eigen zeggen beslaan deze getuigenissen tachtig procent van de uiteindelijke tekst. Uit al dit materiaal componeert de schrijver het relaas van Witte Pater Grégoire Vanneste, die inmiddels een kleine halve eeuw missiewerk verricht in Congo, de voormalige Belgische kolonie. In een verbrokkelde monoloog die van onderwerp naar onderwerp springt, zoals dat in iemands levensverhaal gaat, doet hij openhartig verslag van zijn leven, zijn roeping, zijn geloof en zijn vertrouwen in God, maar ook van zijn immer weer opborrelende twijfel. Over zijn bezoeken aan huis gaat het, waar hij zich verbaast over de Belgische politiek en over ieders vanzelfsprekende luxe en gemak, een wereld mijlenver verwijderd van de omstandigheden in Congo. Over zijn roeping tot priester en missionaris vertelt hij, vooraleerst en nog steeds ingegeven door de wens om de Afrikaanse mens te helpen. Liefdevol praat hij over zijn werk in Congo, dat veel ontberingen kent, maar ook veel hartverwarmende en intense momenten. Vol ironie spreekt hij over de steile opstelling van de kerk in Rome wat betreft condoomgebruik en celibaat. Zelf verkiest hij weliswaar een celibatair leven, maar een vrouw op z'n tijd een complimentje maken kan hij niet laten: "'t is toch niet omdat ge aan het regimen zijt dat ge niet een keer naar de menu moogt kijken, zeker. Onze zusters met hun rok tot over de knieën, da's toch al niet appetijtelijk." Kritisch is hij over ontwikkelingswerkers en journalisten die twee weken rondlopen in Congo en daarna denken alles begrepen te hebben. Hijzelf snapt na vijftig jaar almaar minder en minder hoe de vork in de steel steekt, met het onuitroeibare bijgeloof, vaak met gruwelijke gevolgen, met de uitzichtloze oorlogen die het land teisteren, tot op de dag vandaag. Ook hij heeft het geweld van dichtbij meegemaakt, de plunderingen, gruwelijke mishandelingen, mensonterende verkrachtingen en moordpartijen. Ook hij kent momenten van grote innerlijke vertwijfeling en wanhoop, maar hij sterkt zich telkens opnieuw in zijn keuze. "Gij hebt mij doen kiezen om te geven - en ik heb zoveel meer teruggekregen." Afrika is nog steeds zijn missie. Hij weet dat God er is.

Met Missie heeft David Van Reybrouck een aangrijpend en warmbloedig portret van een missionaris geschreven dat voorbijgaat aan de gangbare clichés. De monoloog is knap van structuur, evocatief en gelaagd, nu eens emotionerend, regelmatig ronduit gruwelijk in haar alle verbeelding tartende beschrijvingen, vaak ook humorvol en relativerend. Een tekst, kortom, die er toe doet en beklijft.

Dan is nu het moment aangebroken om de laureaat bekend te maken. Na grondige en intensieve discussie hebben we besloten de Taalunie Toneelschrijfprijs 2008 toe te kennen aan Citytrip, geschreven door Filip Vanluchene voor De Tijd en theaterMalpertuis.

De jury van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2008:

  • Carola Arons
  • Domien Van Der Meiren
  • Hanneke Reiziger
  • Steven Peters (secretaris)

Den Haag, 13 december 2007

30 november 2011