 |
|
P.C.Hooftprijs voor Maarten Biesheuvel
|
15-12-2006
De P.C.Hooftprijs 2007, bestemd voor de categorie proza, is toegekend aan J.M.A. Biesheuvel, zo heeft de Stichting P.C. Hooftprijs vandaag bekendgemaakt. Aan de prijs is een bedrag van 60.000 euro verbonden. De jury prijst Biesheuvels verhalen om de verbeeldingskracht, de absurdistische humor en de stilistische rijkdom. In de afgelopen decennia schreef hij meer dan een dozijn ‘prachtige verhalenbundels’. Dat de meeste daarvan dateren van de jaren ‘70 en ‘80 (de voorlaatste en laatste echt nieuwe bundels, Carpe diem en Het wonder, verschenen in 1989 en 1994) maakt deze late bekroning des te meer opmerkelijk.
Jacobus Martinus Arend Biesheuvel (roepnaam Maarten) is op 23 mei 1939 in Schiedam geboren. Hij groeit op in een gereformeerd milieu. Zijn moeder is een zus van de in gereformeerde kringen gerenommeerde schrijfster Jacoba M. Vreugdenhil. Als middelbare scholier maakt hij als ketelbink enkele zeereizen, een eerste keer in 1955 (hij is dan zestien jaar) op de tanker Esso Rotterdam, een jaar later op het stoomschip Haulerwijk. In verhalen in In de bovenkooi en Duizend vlinders heeft hij daarover geschreven. Alles bij elkaar heeft hij ongeveer anderhalf jaar gevaren, waarvan de langste tijd op de SS Rijndam, bij een maandenlange studie-cruise van zeshonderd christelijke jongeren uit de VS. Hoe het losgeslagen gedrag van deze ‘studenten’ hem ertoe zal inspireren de nieuwe verlosser van de mensheid te worden, heeft hij uitvoerig beschreven in verhalen in Slechte mensen en De verpletterende werkelijkheid.
Nadat hij in 1956 vanwege ‘eigenzinnig gedrag’ van het Groen van Prinstererlyceum is gestuurd, werkt hij enige tijd in de haven. De gymnasium alpha-opleiding voltooit hij aan het Stedelijk Gymnasium in Schiedam, waar hij Eva Gütlich leert kennen. Zij wordt zijn levensgezellin en zal zijn schrijverschap sterk stimuleren. Een persoonlijke selectie die zij uit zijn verhalen maakte, werd in 2003 als het monumentale Eva’s keus (meer dan 700 pagina's) uitgebracht. Dat ligt in 1960 nog ver in het verschiet. Biesheuvel mag dan na veertien maanden de dienstplicht voortijdig verlaten om te gaan studeren. Hij betrekt een kamer op het Rapenburg in Leiden.
Hij studeert er rechten, met als bijvakken Russische taal en Russisch recht. In zijn studentenjaren laat hij zich leiden door een sterk maatschappelijk idealisme. Hij wordt lid van een progressieve studentenvereniging, loopt mee in protestmarsen en schrijft geëngageerde artikelen in het Leids Universiteits Blad. Omdat de taak die hij op zich heeft genomen om het onrecht in de wereld te bestrijden te zwaar voor hem is, wordt hij in februari 1966 een eerste keer opgenomen in de psychiatrische inrichting Endegeest in Oegstgeest. In het verhaal ‘Paviljoen E’ in Slechte mensen vertelt hij daarover. In deze periode verliest hij bovendien de zekerheden die het geloof hem nog had geboden, zodat hij twee jaar lang in een geestelijk vacuüm belandt.
Eind jaren ‘60, begin jaren ‘70 werkt hij in bibliotheken en documentatiecentra in Delft en in Den Haag, onder meer als hoofd van de leeszaal in de bibliotheek van het Vredespaleis. In oktober 1972 verschijnt zijn eerste bundel, In de bovenkooi, een selectie uit de verhalen die hij in de tien jaar daarvoor had geschreven. Naast absurde, fantastische verhalen (zoals het bekende ‘Brommer op zee’) bevat de bundel veel autobiografische verhalen. Door de grilligheid van zijn fantasie, zijn humor, zijn ongeremd lange zinnen en de vele uitweidingen en afdwalingen in de verhalen die tot en met De Weg naar het Licht zijn werk blijven kenmerken, verwerft hij zich als schrijver meteen een eigen positie. Enkele weken na publicatie wordt de bundel bekroond met de Alice van Nahuysprijs voor het beste literaire debuut van de afgelopen twee jaar.
Voor Slechte mensen (1973), zijn tweede bundel, put hij eveneens uit de grote oogst aan verhalen uit de voorgaande jaren. Een nieuw element zijn pastiches op bekende schrijvers, zoals op Kreutzersonate van Tolstoi, een procédé dat men in latere bundels vaker zal aantreffen. Na het verschijnen van deze bundel zegt hij zijn baan op om zich geheel aan het schrijven te wijden. ‘Maar dat lukte niet. Ik was toen heel erg depressief en raar en moeilijk aanspreekbaar. Ik leefde helemaal in een eigen wereldje,’ vertelde hij mij ooit in een interview. In die tijd ontstaat Het nut van de wereld (1975). In de elf verhalen in deze bundel is de gemoedstoestand waarin ze tot stand zijn gekomen, sterk voelbaar. Op vijf na zijn ze nooit meer herdrukt.
Vanaf De Weg naar het Licht (1977) en De verpletterende werkelijkheid (1979) heeft hij tot eind jaren ‘80 zo ongeveer om het jaar een nieuwe bundel uitgebracht, een selectie uit de verhalen die hij eerder in kranten en tijdschriften had gepubliceerd. Hij bouwde daarin verder aan wat door
K.L. Poll zijn ‘eenmanswereld’ is genoemd. Zonder dat zijn humor en een flinke dosis relativeringsvermogen erbij waren ingeschoten, bleef de ‘verpletterende’ realiteit hem in de greep houden met een zelden aflatende intensiteit. Om te ontsnappen uit die existentiële wurggreep, sloeg hij niet zelden een extra luchtige toon aan.
Het verlangen van de mens weer toegang te krijgen tot het Paradijs en, daarmee samenhangend, de ervaring van de werkelijkheid als chaotisch, wordt door onder meer Anton Korteweg in Kritisch Literatuur Lexicon gezien als het centrale thema in de verhalen van Biesheuvel. Die heeft dat zelf heel fraai verbeeld in ‘Bewogenheid en Paradijs’ (opgenomen in De Bruid, 1982), een van zijn mooiste verhalen. Na vele jaren van stilte verscheen in 2002 Oude geschiedenis van Pa, die leefde als een dier want hij schaamde zich nergens voor en hij was erg practisch, dat naast een aantal oudere verhalen, zoals het beklemmende ‘Angst’ uit 1979 (over de ongerichte angstaanvallen die hem nu en dan teisteren), ook enkele nieuwe stukken bevat. Het leek het begin van een wederopstanding, maar helaas is het daarbij gebleven. Momenteel bereidt uitgeverij Van Oorschot de uitgave voor van het Verzameld werk dat alle bundels zal bevatten. Het zal in 2008 verschijnen.
De P.C. Hooftprijs wordt op 24 mei 2007 in het Letterkundig Museum in Den Haag aan Biesheuvel uitgereikt.
Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
|
| Gekoppelde auteur: J.M.A. Biesheuvel |
|
Terug naar het nieuwsoverzicht
|
|
 |
Versie: 3.0.0 |