Over breezersletjes en cartoonrellen
dinsdag 2 januari 2007 om 14:27
Een vrouw zegt gemiddeld 7000 woorden per dag. Een man 2000. Toch sta je er nauwelijks bij stil waar die al woorden vandaan komen en hoe je ze kent. Feit is dat ons taalgebruik sterk onderhevig is aan trends.
door Sarah van der Steege
Er ontstaan steeds meer nieuwe woorden en uitdrukkingen. En dus verandert het taalgebruik van Nederlanders steeds weer.
Eind vorig jaar bracht woordenboekengigant Van Dale een jaarboek op de markt met daarin alle nieuwe woorden voor 2007:
in totaal 3650. Voorbeelden hiervan zijn breezersletje, cartoonrel en sonjabakkeren.
In jongerenculturen speelt taal een grote rol. Groepen creëren hun eigen taaltje en verzinnen nieuwe woorden om zich te
onderscheiden van de massa en voor onderlinge herkenning.
Media
Toch spelen jongerenculturen niet de grootste rol in het ontwikkelen en verspreiden van nieuwe woorden en taaltrends.
Deze rol is weggelegd voor de media. "Nieuwe woorden ontstaan vaak bij prestigieuze groepen. Door de moderne media,
televisie, radio, internet en ook door soapseries, worden nieuwe trends snel verspreid", vertelt Pieter van der Plank,
socioloog en historicus.
Ook hoofdredacteur van de Dikke Van Dale Ton den Boon beaamt de invloed van de media op taalgebruik: "Op internet
bijvoorbeeld ontstaan veel nieuwe woorden die door massamedia worden overgenomen en zo bij de Nederlandse bevolking
terechtkomen. Zonder massamedia zouden er geen taaltrends zijn."
Een groot deel van de nieuwe woorden uit het jaarboek van Van Dale is dan ook afkomstig uit de media. "Veel belangrijke
gebeurtenissen en rampen brengen nieuwe woorden op. Zo had je in 2005 het tsunamislachtoffer en vorig jaar de
cartoonrel."
Bekend is dat veel woorden in de Nederlandse taal uit het Engels gehaald worden. Verloedering? Volgens Den Boon niet.
"In de Nederlandse taal zijn altijd al invloeden van buitenaf te vinden geweest. Als je een woordenboek van honderd
jaar geleden pakt, zie je daarin dat het Nederlands veel Franse invloeden had. Dat is veranderd, nu zijn het
voornamelijk Engelse woorden die in het Nederlands gebruikt worden. Een verslechtering wil ik het niet noemen."
Invloeden
Nieuw is het gebruik van niet-westerse woorden in het Nederlands, de opbrengst van onze multiculturele samenleving. De
Nederlandse taal kent steeds meer woorden die immigranten met zich mee hebben gebracht, zoals het islamitische halal en
sharia. Ook Japans doet zijn intrede: shiatsu, sudoku en tsunami.
De politiek draagt ook haar steentje bij. Den Boon: "Het tweede deel van 2006 stond in het teken van de verkiezingen.
Politici willen zich profileren en bedenken nieuwe woorden. Bijvoorbeeld de 'Bos-belasting', dat verwijst naar de
belastingveranderingen die Wouter Bos nastreeft. Ook de verkiezingen zelf leveren nieuwe woorden op, zoals
peilingendemocratie en personendemocratie, twee woorden die de politiek van nu typeren."
Maar hoe komt het nou dat iedereen nieuwe uitdrukkingen zo snel overneemt? Van der Plank: "Over het algemeen vinden
mensen dat nieuwe woorden en ander taalgebruik meer status hebben en dus meer prestige geven. Woorden worden dan ook
overgenomen van voorbeelden en rolmodellen, vaak soapsterren of tv-presentatoren." Een andere reden is dat mensen er
graag bij willen horen, ze willen zich identificeren met een bepaalde groep. "Het bewerkstelligt intimiteit tussen
degenen die bij elkaar willen horen, terwijl anderen juist op afstand worden gehouden."
Dit nooit meer! Woordenschat is aan ontwikkeling onderhevig. Woorden die in 2007
uit onze persoonlijke woordenlijst zouden moeten worden geschrapt:
Op z'n Jolings: Ik heb er de kracht niet meer voor
Dikke doei!
Op z'n Patrick Kickens: "Hoe is tieieieie?!"
Ik ga mijn mandje opzoeken
Praten vanuit 'mijn persoontje'
"Ik heb zoiets van..."
Toppie!
Hip en trendy
Kittig
Later!
Toedels!
Tot soa!
"Druk," als antwoord op de vraag hoe het met je gaat
Ik ga je zien!
Must-haves
Hot
Hallootjes!
Helaas pindakaas
We krabbelen!
Duh
Dope
Gozah!
Een zin eindigen met "weet je wel?" |