|
|
|||||
|
Nu met vacatures voor hoogopgeleiden
|
|
||||
|
|
Uitgelicht: de oerbron van het NederlandsHalfwijf, herderse, klimofferWat: bijbelvertaling uit 1637 gedigitaliseerd voor onderzoek
In orthodox-protestantse kringen wordt hij nog steeds als de enige échte bijbel gezien en gelezen: de Statenvertaling. Nieuwere bijbelvertalingen, zoals de NBG-vertaling (1951) of de Groot Nieuws Bijbel (1996), zien orthodox-protes-tanten namelijk als mensenwerk. De zeventiende-eeuwse opstellers van de Statenvertaling zouden daarentegen door de Heilige Geest geïnspireerd zijn. Anders gezegd: God zelf heeft de Statenvertaling goedgekeurd. Daar dachten ze in de zeventiende eeuw precies hetzelfde over. Gezanten van de Staten-Generaal (de voorloper van de huidige Tweede Kamer) controleerden bij drukkerijen of iedere letter overeenkwam met de gesanctioneerde bijbelvertaling uit 1657, zegt freelance taalkundige Nicoline van der Sijs. ‘Er is destijds zestien jaar overlegd voordat een in 1657 vergeten woord in nieuwe drukken mocht worden toegevoegd.' Is de Statenvertaling voor orthodox-protestanten heilig, voor taalkundigen geldt eigenlijk hetzelfde, maar dan in andere zin. De zeventiende-eeuwse Statenvertalers worden wel gezien als belangrijke scheppers van de Nederlandse standaardtaal. In die tijd bestond er in de Lage Landen nog een potpourri van verschillende spellingen en grammaticale constructies. Ook het vocabulaire was van streek tot streek zeer verschillend. Een goed deel van de huidige spreekwoorden en zegswijzen zou ook zijn oorsprong vinden in de Statenvertaling. Toch was tot vorige week het belangrijkste boek van het Nederlands taalgebied niet digitaal beschikbaar voor systematisch wetenschappelijk onderzoek. De oorspronkelijke tekst van de Statenvertaling was weliswaar ingescand, maar tekstherkenningssoftware was niet in staat het te lezen. ‘Omdat de letters gotisch zijn en vaak half afgesleten', zegt Van der Sijs. ‘Het is door verschillende deskundigen geprobeerd, maar de herkenningssoftware interpreteerde vaak meer dan de helft van de letters verkeerd.' Er zat maar één ding op: de 2,6 miljoen woorden van de oude Statenvertaling letterlijk overtikken. In totaal honderd vrijwilligers hebben dat onder leiding van Van der Sijs een jaar lang gedaan. Het resultaat: een digitale Statenvertaling die onder meer via de website van het Nederlands Bijbelgenootschap (www.bijbelgenootschap.nl) voor iedereen toegankelijk is. Overigens hebben Van der Sijs cum suis vooralsnog alleen de allereerste versie van de Statenvertaling, de Ravensteyn-editie uit 1637, gedigitaliseerd. ‘Die blijkt behoorlijk sterk af te wijken van de door de Staten Generaal heilig verklaarde versie uit 1657', zegt de taalkundige. Wat kunnen wetenschappers nu wat ze voorheen niet konden? De Statenvertaling op woordniveau en grammaticaal vergelijken met andere geschreven bronnen uit die tijd: de werken van Vondel en P.C. Hooft bijvoorbeeld. ‘Volgens sommigen werd de taal van Statenbijbel al in 1637 door lezers ervaren als hoogdravend en heel merkwaardig: een allegaartje met veel neologismen uit het Hebreeuws en Grieks. Geen mens sprak volgens hen in die tijd zo', zegt Joop van der Horst, hoogleraar Nederlandse taalkunde in Leuven. Het plechtstatige ‘gij' uit de Statenbijbel en het verkleinachtervoegsel ‘-ke' (kindeke) bijvoorbeeld zouden destijds in de spreektaal al vervangen zijn door ‘jij' en ‘-tje'. Van der Horst zelf meent overigens dat je helemaal niet kunt zeggen dat de Statenvertaling afweek van de standaardtaal, simpelweg omdat die laatste er nog niet was. ‘Die is er voor een belangrijk deel juist gekomen door de Statenvertaling. De vertalers hebben spelling- en grammaticakeuzes gemaakt die daarna algemeen aanvaard werden.' In de allereerste editie van de Statenvertaling (de Ravensteyn-bijbel) is dat allegaartje van spellingvarianten nog steeds terug te vinden, ontdekten de taalkundigen in een eerste analyse van de nieuwe gedigitaliseerde versie: het woord ‘koninkrijk' wordt daar in het bijbelboek Genesis op ongeveer tien verschillende wijzen geschreven. Ze ontdekten tevens dat in de Ravensteyn-editie tal van woorden staan die in geen enkel woordenboek (ook niet in het immense Woordenboek der Nederlandsche Taal) beschreven staan, zoals brandvervig, herderse, opperdromer en klimoffer. Maar als in zwaar-protestante kerken die Statenvertaling nu nog altijd gebruikt wordt, dan zijn die woorden toch al lang bekend? ‘Welnee, de huidige versie van de Statenvertaling wijkt sterk af van de zeventiende-eeuwse', zegt Van der Sijs. ‘In de negentiende eeuw konden mensen de oorspronkelijke Statenvertaling nauwelijks nog lezen en is die behoorlijk aangepast. Wijf werd bijvoorbeeld vrouw.' Wetenschap
meer Wetenschap |
||||
|
|||||