taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » alfabetisering »

Leeswijzer

Leeswijzer Alfabetisering NT2 in Nederland en Vlaanderen

Inhoudsopgave

Korte toelichting

Deel I: Begrippenlijst

Deel II: alfabetisering NT2

Deel III: Inburgering in Nederland en Vlaanderen


Korte toelichting

Opzet en doel
De Nederlandse Taalunie stimuleert samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op alle terreinen die te maken hebben met onderwijs in en van het Nederlands. Soms wordt die samenwerking bemoeilijkt door de verschillen in bijvoorbeeld regelgeving, institutionele inbedding of terminologie in doelomschrijvingen. Daarom is in opdracht van de Nederlandse Taalunie deze Leeswijzer Alfabetisering gemaakt, een handzaam overzicht van wat is wat en wie is wie als het gaat om alfabetisering NT2 in Nederland en Vlaanderen.

De auteurs zijn Willemijn Stockmann (ROC Midden Brabant) en Jeanne Kurvers (Babylon, Universiteit van Tilburg) voor Nederland en Hilde Vanderheyden en Lieve Van Hoetegem voor Vlaanderen.

Het Nederlandse luik van de tekst is laatst geactualiseerd in mei 2010 op aanwijzingen van Willemijn Stockmann (ROC Midden-Brabant). Het Vlaamse luik van de tekst is laatst geactualiseerd in juni 2011 door Shalini Roppe en An Cloet (Vlaams Ondersteuningscentrum Volwassenenonderwijs - Vocvo).

 

Afbakening
Alfa NT2
De leeswijzer beperkt zich tot alfabetisering in het Nederlands als tweede taal (alfa NT2). Er wordt dus niet specifiek ingegaan op alfabetisering in het Nederlands als moedertaal (Alfa NT1) en, behalve een korte plaatsbepaling, ook niet op NT2 in het algemeen.

Onderdelen van de leeswijzer
Alfabetisering NT2 richt zich voor een niet onbelangrijk deel op inburgeraars en in Vlaanderen en Nederland verschillen de wet- en regelgeving daarover. In de leeswijzer wordt daarom een tweedeling gemaakt tussen alfabetisering (deel 2) en inburgering (deel 3). Om overlap te vermijden - sommige aspecten zijn op beide plaatsen relevant - wordt af en toe verwezen naar het andere deel. Om de lectuur te vergemakkelijken is in deel 1 een korte begrippenlijst opgenomen.

Inburgering in Nederland
Opmerking: In Nederland hebben zich een aantal belangrijke veranderingen voorgedaan in de overgang van de oude WIN uit 1998 (Wet Inburgering Nieuwkomers) naar de nieuwe WIB (Wet Inburgering Buitenland) en de WI (Wet Inburgering). Beide zijn sinds 2007 van kracht. Tussen 2007 en 2010 hebben verschillende aanpassingen plaatsgevonden. In deze leeswijzer wordt steeds de meest recente situatie beschreven.

Inburgering in Vlaanderen
Op 7 mei 2007 is de nieuwe Opvangwet in werking getreden; op 1 juni 2007 de nieuwe Vreemdelingenwet. De gewijzigde federale wetgeving heeft een impact op het Vlaamse inburgeringsbeleid. Daartoe is op 1 februari 2008 een wijziging van het Inburgeringsdecreet voorgesteld waarin de regelgeving rond inburgering beter wordt afgestemd op de gewijzigde federale Vreemdelingenwet en Opvangwet. De invulling van dat nieuwe decreet werd in uitvoeringsbesluiten beschreven. Voor zover bekend, wordt er in deze leeswijzer naar verwezen.

In maart 2011 heeft de minister van Bestuurszaken, Binnenlands bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand een voorstel gelanceerd om de inburgerings- en integratiesector te hervormen. De Huizen van het Nederlands (HvN) worden in deze hervorming gefusioneerd met de inburgerings- en integratiesector. Het voorstel tot hervorming wordt op dit moment besproken door alle betrokken partners.



DEEL 1: BEGRIPPENLIJST


Wet- en regelgeving onderwijs

Vlaanderen Nederland

Opmerking: de wetgeving van de Vlaamse overheid wordt vastgelegd in decreten.

  • Decreet houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen (12 juli 1990)
    » Lees het decreet

  • Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs (2 maart 1999)
    » Lees het decreet

  • Decreet betreffende de Huizen van het Nederlands (7 mei 2004)
    » Lees het decreet

  • Het Vlaams Parlement keurde het nieuwe decreet betreffende het Volwassenenonderwijs goed op 6 juni 2007. De Vlaamse Regering bekrachtigde het op 15 juni 2007.
    » Lees het decreet

  • Besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2006 betreffende de uitvoering van het Vlaamse inburgeringsbeleid gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 19 december 2008
    » Lees het besluit>

  • Besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2006 betreffende de uitvoering van eht Vlaamse inburgeringsbeleid
    » Lees het besluit

 

 

  • Wet Educatie en Beroep - WEB (1996): regelt het volwassenenonderwijs (met uitzondering van het hoger onderwijs) en het beroepsonderwijs op secundair niveau. In deze wet wordt ook het recht op alfabetiseringsonderwijs geregeld, en worden de gemeenten verantwoordelijk gehouden voor het aanbod.
    » Lees de wettekst


Wet- en regelgeving inburgering

Vlaanderen Nederland

 

 

  • WIB
    Wet Inburgering Buitenland (2005): bepaalt wat specifieke groepen nieuwkomers moeten weten en kunnen om een voorlopige vergunning tot verblijf te krijgen

  • WI
    Wet Inburgering (2007): bepaalt wat inburgeraars (zie deel III) moeten weten en kunnen om een permanente verblijfsvergunning te krijgen.
    » Lees de wettekst

  • Vreemdelingenwet (2000)
    » Lees de wettekst
    In 2005 is vanwege de WIB een nieuw artikel toegevoegd aan de Vreemdelingenwet, daarin wordt vastgesteld dat specifieke groepen nieuwkomers Nederland pas binnen mogen als ze het Inburgeringsexamen in het buitenland gehaald hebben.(zie ook deel III: Inburgering)


Overheidsorganen, instellingen en koepelorganisaties

Vlaanderen Nederland

 

 

 

  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW)
    » Naar de website

  • Ministerie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM):
    daaronder ressorteert het integratiebeleid, onder meer inburgering
    » Naar de website

  • Gemeentes:
    verantwoordelijk voor aanbod aan educatie en inburgeringsprogramma's aan analfabeten en specifieke groepen inburgeraars

  • ROC:
    Regionaal Opleidingen Centrum (volwassenenonderwijs en beroepsonderwijs op mbo-niveau) Bij het volwassenenonderwijs kopen de gemeenten over het algemeen de alfabetiseringstrajecten in.

  • CINOP:
    Centrum voor Innovatie en Opleidingen: koepelorganisatie voor VE en beroepsonderwijs: ontwikkelt onder meer inburgeringsexamens in het buitenland, Raamwerk NT2
    » Naar de website

  • CITO:
    Centraal Instituut voor toetsontwikkeling: betrokken bij de ontwikkeling van (onderdelen van) Staatsexamens NT2, Raamwerk NT2, Portfolio, inburgeringsexamens Nederland, Raamwerk Alfabetisering NT2
    » Naar de website

  • Bureau ICE:
    Bureau voor Interculturele Evaluatie: ontwikkelt ondermeer (delen van) Staatsexamens NT2, Raamwerk NT2, inburgeringsexamens Nederland en assessmentprocedures.
    » Naar de website

  • Re-integratie-bureaus:
    Particuliere bureaus die (vaak in opdracht van gemeenten) zorg dragen voor de begeleiding en eventuele bijscholing van werkzoekenden met het doel ze door te laten stromen naar werk. Een aantal re-integratiebedrijven bieden NT2-onderwijs aan via hun taalscholen.

  • ITTA:
    Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen. Gericht op de integratie van anderstaligen in de samenleving.

  • Stichting Lezen en schrijven:
    Deze stichting houdt zich bezig met laaggeletterde volwassenen in Nederland.

  • DUO-IB-Groep:
    De Informatie Beheer Groep (DUO-IB-Groep) voert in opdracht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een aantal onderwijswetten en - regelingen uit. De kerntaken van de DUO-IB-Groep zijn financiering, informatiebeheer en het organiseren van examens.
    » Naar de website

  • Bureau Nieuwkomers:
    gemeentelijk bureau dat intake, opvang en in sommige gemeenten ook onderwijs organiseert voor nieuwkomers.

  • Sociale dienst:
    Gemeentelijke organisatie die  belast is met de uitvoering van de wet Werk en Bijstand (WWB) Zij hebben tot taak reïntegratie te bewerkstelligen en bijstandsuitkeringen te verzorgen.



Documenten

Vlaanderen Nederland

 

  • Leerplan Alfa NT2 (2009)
    Dit leerplan werd goedgekeurd door de inspectie basiseducatie in juni 2009.
    » Meer info

  • ERK (Europees Referentiekader):
    Europees raamwerk waarin taalniveaus beschreven zijn.
    » Meer info

  • Opleidingsprofiel:
    Het modulaire opleidingsprofiel NT2 Alfa Richtgraad 1 bestaat uit een structuurschema dat de onderlinge samenhang en de duur van de modules per opleiding vastlegt. De doelen worden per module aangevuld met ondersteunende kennis, strategieën, sleutelcompetenties en attitudes. De vier vaardigheden en de technische schriftelijke vaardigheden zijn erin opgenomen.
    » Lees de volledige tekst

    Richtgraad 1 is de niveau-aanduiding die uitgesplitst wordt in twee trajecten:
    1. Richtgraad 1.1 (tot cefr-niveau A1) is in september 2005 ingevoerd.
    2. Richtgraad 1.2 (tot cefr-niveau A2) is in september 2007 ingevoerd.

  • Het modulaire opleidingsprofiel Latijns schrift bestaat uit een structuurschema en een opsomming van doelen in modules. Het gaat enkel over de technische schriftelijke vaardigheden en is niet aan een bepaalde taal gebonden.
    » Lees de volledige tekst

 

  • Cefr/ERK (Common European Framework of Languages/Europees Referentiekader):
    Europees raamwerk waarin taalniveaus beschreven zijn.
    » Meer info

  • Raamwerk NT2:
    Een op het cefr/ERK gebaseerd raamwerk bewerkt als instrument voor het NT2 onderwijs. De niveaus A1 tot C1 zijn doorgevoerd in wet en regelgeving en als document bij communicatie over niveaus.
    » Lees de volledige tekst

  • Raamwerk Alfabetisering NT2:
    Een raamwerk waarin zowel technisch als functioneel schriftelijke vaardigheden van het alfabetiseringsproces zijn beschreven tot Breakthrough (= A1 van het cefr)
    » Meer info

  • Portfolio Alfabetisering NT2:
    Een portfolio voor alfabetiseringscursisten gebaseerd op het Raamwerk Alfabetisering NT2
    » Meer info



Examens/toetsen

Vlaanderen Nederland

 

Er zijn geen opgelegde examens of toetsen. Enkel bij de intake (zie Intake) worden door de overheid afspraken opgelegd. Wel dient van cursisten nu aangetoond te worden dat ze basiscompetenties bezitten, voordat ze (deel)certificaten kunnen behalen die hen toelaten om naar een hoger niveau over te gaan.

 

 



Termen/jargon

Vlaanderen Nederland

  • Semi-alfabeten:
    benaming voor volwassen die al wel technisch kunnen lezen maar onvoldoende toegerust zijn om functionele lees- en schrijftaken in hun context zelfstandig uit te voeren.

  • Anders-alfabeten:
    mensen die een ander schrift dan het Latijnse schrift beheersen.
  • Educatieve medewerker: lesgever in basiseducatie

  • Cursist:
    volwassen deelnemer aan een opleiding in de basiseducatie

  • Basiscompetenties:
    na te streven competenties in opleidingen voor basiseducatie (CBE)
    (deze vervangen de voorheen gehanteerde 'ontwikkelingsdoelen')

  • Basiscompetenties:
    doelen in opleidingen voor volwassenenonderwijs (CVO)

  • MO:
    Maatschappij Oriëntatie: een onderdeel van het inburgeringstraject dat een eerste aanzet biedt tot zelfstandig functioneren in de maatschappij

  • Koepelcontexten:
    contexten voor taaltaken binnen het maatschappelijk-persoonlijk domein (gebaseerd op de voorloper van het cefr: Threshold)

  • Semi-alfabeten:
    benaming voor volwassen die al wel technisch kunnen lezen maar onvoldoende toegerust zijn om functionele lees- en schrijftaken in hun context zelfstandig uit te voeren.

  • Anders-alfabeten:
    mensen die een ander schrift dan het Latijnse schrift beheersen.
  • Deelnemer:
    cursist in de BVE-sector (Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie)

  • KNS:
    Kennis van de Nederlandse samenleving (voorheen MO, maatschappij-Oriëntatie)

  • Doelperspectieven:
    Het doel van de opleiding voor de deelnemer.
    1. OGO (opvoeding, gezondheid en onderwijs)
    2. werk
    3. maatschappelijke participatie (in ontwikkeling)
    4. zelfstandig ondernemerschap (in ontwikkeling)

DEEL II: ALFABETISERING NT2

Situering in wet- en regelgeving

Vlaanderen Nederland

Alfabetiseringsonderwijs NT2 valt in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder de verantwoordelijkheid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Alfabetiseringsonderwijs ressorteert onder het volwassenenonderwijs en heeft een plaats in de algemene opleidingenstructuur van het Vlaamse onderwijs. Het wordt aangeboden door de centra voor basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen en door de centra voor volwassenenonderwijs voor alle andere cursisten.

Aanbod
De Vlaamse onderwijsoverheid heeft de opleidingen samen met de aanbieders ontwikkeld en wettelijk vastgelegd. De modulaire opleidingsprofielen beschrijven de opbouw en de doelen voor alle reguliere taalopleidingen voor volwassenen.

In het kader van de inburgering is het aanbod beperkt tot niveau A1 van het Gemeenschappelijke Europees Referentiekader. Er wordt verder geen onderscheid gemaakt tussen inburgeraars en andere cursisten.

Verplichting
Er is geen resultaatsverbintenis in het Vlaamse inburgeringsbeleid, ook niet voor alfa-cursisten; wel zijn de na te streven ontwikkelingsdoelen in het opleidingsprofiel vervangen door te behalen basiscompetenties, zodat er sprake is van een meer resultaatsgerichte benadering (zie ook deel III: Inburgering).

Financiering
Het alfabetiseringsonderwijs wordt voor alle cursisten gefinancierd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

De aanbieders moeten de modulaire opleidingsprofielen en daarvan afgeleide leerplannen gebruiken om hun regulier aanbod uit te werken. De financiering en de erkende certificering zijn daarvan afhankelijk.

Contractonderwijs op maat voor derden is mogelijk maar krijgt geen erkende certificering als de modulaire structuur niet gevolgd wordt.

Door een recente wijziging in de regelgeving kunnen de aanbieders wijzigingsvoorstellen voor de opleidingsprofielen indienen.

Alfabetiseringsonderwijs NT2 kan in Nederland onder twee verschillende wet- en regelgevingen vallen: de Wet Inburgering (WI) en de Wet Educatie en Beroep (WEB) (zie ook Deel I: begrippenlijst).

Verplichting
De WEB definieert geen eindtermen waaraan alfabetiseringsonderwijs zou moeten voldoen, maar alfabetiseringscursisten NT2 vallen ook onder de wet inburgering, die hen verplicht tot het behalen van het inburgeringsexamen. Volgens deze wet moeten nieuwkomers mondeling en schriftelijk niveau A2 van het Europees Referentiekader halen om een permanente verblijfsvergunning te krijgen.

Voor oudkomers die nog verplicht moeten inburgeren geldt de eis van A2 voor mondeling, en A1 voor schriftelijke vaardigheden Nederlands.

Financiering
Het alfabetiseringsonderwijs NT2 wordt gefinancierd via de educatiemiddelen van het ministerie van onderwijs of kan via WI-trajecten door de gemeenten ingekocht worden.

 



Situering in het NT2-onderwijslandschap

Vlaanderen Nederland

Centra voor basiseducatie (CBE)
Enkel de centra voor basiseducatie bieden analfabeten een geïntegreerde opleiding NT2 met alfabetisering aan.

Semi-alfabeten en andersalfabeten
Laaggeschoolde andersalfabeten en semi-alfabeten zitten vaak samen in groepen met analfabeten. Afhankelijk van hun mogelijkheden kunnen ze vanuit die groepen heel snel doorstromen naar NT2-groepen.

Binnen die groepen kunnen ook stagneerders zitten die niet verder komen en bij wie veel aandacht besteed wordt aan strategieën om zo veel mogelijk functionele vaardigheden te verwerven.

Centra voor volwassenenonderwijs
Geschoolde andersalfabeten kunnen in de centra voor volwassenenonderwijs een korte technische opleiding Latijns schrift volgen. Deze wordt niet aangeboden in de basiseducatie.

 

Regionale Opleidingencentra (ROC's)
De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) wordt uitgevoerd door de ROC's. Deze verzorgen dus het alfabetiseringsonderwijs dat met WEB-middelen gefinancierd wordt.

Semi-alfabeten
Voor semi-alfabeten zijn er in het NT2-onderwijs geen aparte cursussen. Doorgaans komen zij in alfabetiseringscursussen terecht in Alfa C (zie verder).

Binnen deze groep kunnen ook stagneerders zitten die niet verder komen en bij wie veel aandacht besteed wordt aan strategieën om zoveel mogelijk functionele vaardigheden te verwerven.

Andersalfabeten
op sommige plaatsen wordt een aparte (snel-)cursus voor hen aangeboden, maar meestal zitten andersalfabeten in groepen met analfabeten. Ze kunnen in principe snel doorstromen naar reguliere NT2-groepen.

Re-integratiebedrijven
Wanneer analfabete werkzoekenden door de sociale dienst zijn doorverwezen naar een re-integratiebedrijf, kunnen deze zelf, of door het inhuren van docenten, particuliere instituten of ROC's alfabetiseringsonderwijs ter hand nemen. Reïntegratiebedrijven verzorgen ook cursussen voor hoog- of laagopgeleide werkzoekenden.

Particuliere instellingen
Diverse particuliere scholingsinstituten bieden op de vrije markt inburgeringstrajecten aan.

Nieuwkomersbureaus
Gemeenten kunnen zelf via hun Nieuwkomersbureaus ook onderwijs aanbieden.



Doelen: situering in het cefr

Vlaanderen Nederland

De publicatie Volwassenenonderwijs Opleidingsprofielen moderne talen. Voorbeeldmateriaal bij de specifieke eindtermen (2001) van de Vlaamse onderwijsoverheid vormt de basis voor alle NT2-opleidingen.

De Opleidingsprofielen zijn gestoeld op de communicatieve aanpak en de niveau-indeling van het Europese Referentiekader (cefr). Ze bestrijken de niveaus A1 tot en met C1 van het cefr.

De geïntegreerde opleiding NT2 met alfabetisering die Basiseducatie (zie boven) biedt aan laaggeletterde en ongeletterde volwassenen, valt uiteen in twee trajecten:

  1. Het basisniveau of Breakthrough (= A1 van het cefr)
    dit wordt aangegeven als Richtgraad 1 - 1.1

  2. het overlevingsniveau of Waystage (= A2 van het cefr)
    dit wordt aangegeven als Richgraad 1 - 1.2.

Door taalverwerving te koppelen aan alfabetisering kan de moeilijkheidsgraad hoger zijn dan voor andere NT2-cursisten.

Referentiekaders voor NT2
In 2002 verschenen twee uitgaven die tot doel hadden het cefr/ERK om te werken tot een instrument voor het NT2-onderwijs: het Raamwerk NT2 en het portfolio NT2. Het Raamwerk NT2 bestrijkt, voor gealfabetiseerden, de niveaus A1 tot en met C1 van het ERK.

Referentiekaders voor alfa
Inmiddels is ook het Raamwerk Alfabetisering NT2 en het Portfolio Alfabetisering NT2 verschenen (2005). Daarmee kan het alfabetiseringsonderwijs NT2 aansluiten bij de andere NT2-trajecten. Dit raamwerk kent dezelfde opbouw als die van het ERK.

Status
Het Raamwerk Alfabetisering NT2 is geen overheidsdocument met een wettelijk vastgelegde status. Het is door en voor het veld ontwikkeld ten behoeve van transparantie bij te behalen doelen en het afsluiten van contracten met afnemers van het onderwijs.

Het is uitgegeven door Citogroep en onderwijsinstellingen zijn vrij er al dan niet gebruik van te maken. Inmiddels is het gangbaar in het veld en in de communicatie met de overheid.



Doelen: opbouw kadertekst

Vlaanderen Nederland

Nadruk op functionaliteit
De doelen uit het opleidingsprofiel NT2 alfabetisering zijn gericht op functionaliteit. De vaardigheid om te communiceren staat centraal. De technische component is hiertoe een middel, geen doel op zich. Tegelijk zijn het technisch lezen en schrijven uiteraard een noodzakelijke voorwaarde om een aantal functionele lees- en schrijftaken te kunnen uitvoeren.

Geen standaardtraject
Aan de geïntegreerde NT2-alfabetiseringsopleiding ligt de gedachte ten grondslag dat niet elke cursist een standaardtraject hoeft te doorlopen. Naargelang de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cursist, kan die meer of minder werken aan zijn mondelinge of schriftelijke vaardigheden. Niet elke cursist zal even ver raken in de beheersing van de schriftelijke vaardigheden.

Beschrijving van de doelen
Alle vaardigheidsdoelen - ook de schriftelijke vaardigheden - zijn beschreven aan de hand van bouwstenen zoals taaltaak, publiek, tekstkenmerken, context en verwerkingsniveau. Ze geven de docent een helder beeld van wat een cursist moet kunnen doen met taal. Kenniselementen zoals woordenschat en grammatica, leer- en communicatiestrategieën en de sleutelcompetenties (zoals eigen leren en presteren verbeteren, omgaan met numerieke gegevens), ondersteunen het alfabetiserings- en het NT2-proces.

Technische component in aparte module
De technische component (de eigenlijke verwerving van de klank-letterkoppeling) is in beide niveaus (R1 -1.1 en R1- 1.2) beschreven in afzonderlijke modules.

De opleiding voorziet daardoor in de mogelijkheid om cursisten die de klank-letterkoppeling niet onder de knie hebben, toch het niveau R1- 1.2 voor de mondelinge vaardigheden te laten behalen. Aangezien ze de totale opleiding niet hebben gevolgd, leidt die route niet naar het certificaat NT2 Alfa R1.

 

Het Raamwerk Alfabetisering NT2 is een beschrijving van de schriftelijke vaardigheden (lezen en schrijven) bij cursisten in een alfabetiseringproces.

Het raamwerk kent twee onderdelen:

  1. beschrijving van de technische vaardigheden
  2. beschrijving van de functionele vaardigheden

Beide kennen drie niveaus: Alfa A, B en C. Voor de technische vaardigheden betekent dat:

  1. Na A beheerst men het alfabetisch principe.
  2. Na B kan men effectiever lezen en schrijven doordat clusters en morfemen als geheel gelezen en geschreven kunnen worden.
  3. Na C (vergelijkbaar met A1 van het cefr) is het lezen en schrijven zodanig geautomatiseerd dat het in de verdere loopbaan geen stagnaties meer veroorzaakt.

Verhouding technische - functionele vaardigheden
Het Raamwerk is een leidraad voor docenten om de ontwikkeling te monitoren. De technische vaardigheden zijn een middel om functioneel te lezen en schrijven. De vaardigheid om schriftelijke taal functioneel te gebruiken staat uiteindelijk centraal.

Technische en functionele vaardigheden worden naast elkaar aangeboden. Technische vaardigheden krijgen gedurende het hele alfabetiseringsonderwijs aandacht.

Portfolio alfabetisering NT2
Het raamwerk functionele vaardigheden is in het portfolio voor cursisten vertaald om het onderwijsproces te sturen. De subvaardigheden zijn gelijk aan die van het Raamwerk NT2

Voor de vaardigheid lezen zijn dat:

  1. Correspondentie lezen,
  2. Oriënterend / zoekend lezen
  3. Lezen om informatie op te doen
  4. Instructies lezen

Voor de vaardigheid schrijven zijn dat:

  1. Correspondentie
  2.  Aantekeningen, berichten, formulieren
  3. Vrij schrijven

Onderverdeling van de subvaardigheden
Bij 'doelen' is de verdere onderverdeling van de verschillende subvaardigheden beschreven.

Globale kenmerken van Alfa A, B en C zijn beschreven op de volgende onderdelen: Complexiteit woorden, Zelfstandigheid, Vloeiendheid, Tekstkenmerken.

Aan de hand van de volgende subvaardigheden worden de niveaus omschreven: Letters/klanken, Woorden,  Zinnen, Tekst, Leestempo / Vloeiendheid en Principes van geletterdheid (dit is kennis van het feit dat geschreven taal een neerslag is van gesproken taal, van de relatie tussen beeld en informatie en de herkenning van tekstsoorten).



Intake

Vlaanderen Nederland

Huizen van het Nederlands
De verantwoordelijkheid voor de intake ligt bij de Huizen van het Nederlands. De verschillende actoren zijn verplicht om over de procedure afspraken te maken per Huis van het Nederlands. De intake zelf kan zowel in het Huis als in een CBE of CVO plaatsvinden, naargelang de plaatselijke afspraken.

Het intakegesprek
Er wordt een profiel opgesteld aan de hand van het aantal jaren scholing, de talenkennis en het leerdoel. Analfabeten worden doorverwezen naar de basiseducatie. Er is geen specifieke procedure voor analfabeten, anders- of semi-alfabeten.

Meten van NT2-niveau
Het NT2-niveau wordt alleen getoetst aan de hand van afgesproken instrumenten. Zo werden een Instaptoets 1.2 en Instaptoets 2.1 ontwikkeld door het Centrum voor Taal en Onderwijs, KULeuven. Ook andere instrumenten zijn mogelijk.

Meten van alfabetiseringsgraad
De alfabetiseringsgraad van personen die geen acht jaar scholing hebben, wordt bij het intakegesprek vastgesteld met een lees- en schrijftestje. Wie daarvoor slaagt, moet ook de 'Covaartest' afleggen (zie hieronder).

Meten van cognitieve vaardigheden
De cognitieve vaardigheden worden alleen getoetst  aan de hand van een door de overheid opgelegde instrument, de Covaartest (ontwikkeld door het Centrum voor Schoolpsychologie van de KULeuven).

Naargelang het resultaat en het scholingsniveau wordt de anderstalige doorverwezen naar basiseducatie of naar een centrum voor volwassenenonderwijs.

Onderwijskundige intake
Op de onderwijsinstelling waar het traject wordt uitgevoerd, vindt een onderwijskundige intake plaats. De onderwijsinstellingen kunnen de manier van intake kiezen.

In samenwerking met de deelnemer wordt het startniveau en een gewenst eindniveau vastgesteld. Daarvoor wordt vaak een test afgenomen die de volgende onderdelen kan bevatten: visueel en auditief dictee, klank- en beeldherkenning, schrijfmotoriek en het lezen van een kleine tekst.

Ook de eventuele specifieke leerwensen komen in een gesprek ter sprake.

De intake vindt op verschillende plaatsen plaats, afhankelijk van de wet waaronder iemand valt met wie het intakegesprek zal plaatsvinden.

Gemeentes
Gemeentes zijn, in het geval van inburgering, verantwoordelijk voor het eerste contact en voeren zelf de eerste intake uit (achtergrondgegevens, talenkennis, ervaringen en leerwensen) of besteden die uit.

Onderwijsinstellingen
Op de onderwijsinstelling waar het traject uitgevoerd gaat worden, vindt een onderwijskundige intake plaats. De onderwijsinstellingen zijn vrij de manier van intake te kiezen.

Ze zullen samen met de deelnemer een startniveau en gewenst eindniveau vaststellen. Naast gegevens uit de gesprekken worden bij analfabeten vaak de volgende onderwerpen nagegaan: visueel  en auditief dictee, klank en beeld herkenning, schrijf-motoriek, het lezen van een kleine tekst en het achterhalen van specifieke leerwensen.

Ook wordt gebruik gemaakt van de volgende instrumenten:

  • Intaketoets Alfabetisering NT2 (van Bureau ICE):
    toetsing van kennis van belang voor plaatsing in het alfabetiseringsonderwijs NT2

  • Lezen over grenzen heen (Partners voor Training en Innovatie):
    een leestoets in 25 talen; hulpmiddel om te bepalen of een cursist gealfabetiseerd is in de eigen taal.

Wanneer in de intake geen duidelijk niveau van alfabetisering is bepaald, zal dat nog bepaald worden wanneer de cursist al in een groep zit, door middel van een verlengde intake.



Niveau-indeling en duur

Vlaanderen Nederland

De opleiding NT2 Alfabetisering in de basiseducatie valt uiteen in twee trajecten:

  1. Richtgraad 1.1 (niveau A1 ERK)
    bestaat uit 10 opeenvolgende modules van telkens 60 lestijden van 50 minuten; dus in totaal 600 lestijden


  2. Richtgraad 1.2 (niveau A2 ERK)
    bestaat uit 6 modules (eventueel aangevuld met een zevende) van telkens 60 lestijden van 50 minuten, dus in totaal 360 (of 420) lestijden..

De totale duur van de opleiding is dus 960 of 1020 lestijden.


Opleiding Latijns schrift
De opleiding NT2 Alfabetisering voor andersalfabeten in de Centra voor Volwassenenonderwijs bestaat uit een opleiding Latijns schrift van 40 uur.

In het Raamwerk Alfabetisering NT2 wordt onderscheid gemaakt naar drie niveaus (zie ook boven):

  • Alfa A
  • Alfa B
  • Alfa C (= niveau A1 cefr)

In Nederland eindigt het alfabetiseringsonderwijs NT2 als niveau A1 van het Europese referentiekader (cefr) behaald is.

Duur van het alfabetiseringstraject
De duur van de trajecten wordt in Nederland niet vastgelegd. Gemeenten maken daarover doorgaans wel afspraken bij het bepalen van de contracten met de deelnemers.

Opleiding Latijns schrift
In Nederland bestaat geen aparte opleiding Latijns schrift voor andersalfabeten, als is er wel lesmateriaal ontwikkeld.





Evaluatie en toetsing

Vlaanderen Nederland

Er wordt bij evaluatie geen onderscheid gemaakt tussen inburgeraars en andere cursisten. Op dit moment is er geen resultaatsverbintenis in het Vlaamse inburgeringsbeleid.

Geen standaardtoetsen
Standaardtoetsen worden niet gebruikt. De educatieve medewerkers worden geacht om de vorderingen van de cursisten te meten, hun visie daarover neer te schrijven, over de testresultaten met de cursisten te communiceren en die op verzoek aan de inspectie voor te leggen.

De lesgevers maken zelf testen, zowel instaptoetsen als vorderingstoetsen. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op vormen van permanente evaluatie waarbij observatie in de klas of checklists de meest gebruikte zijn.

Portfolio
Gebruik van het portfolio heeft nog geen algemene ingang gevonden.

In principe moet aan het einde het examen worden afgelegd (zie Deel III: Inburgering).

Portfolio
Tijdens het alfabetiseringsproces kan het portfolio dienen om bewijzen te verzamelen voor behaalde niveaus.

De portfoliomethodiek is verbonden aan de toepassing van het Raamwerk Alfabetisering NT2 (onderdeel functionele vaardigheden) via het Portfolio Alfabetisering NT2, beide uitgegeven bij Citogroep (zie hoger).

De monitoring van de technische vaardigheden kan door middel van het rapportageformulier technische vaardigheden van het Portfolio Alfabetisering NT2.



Mondelinge vaardigheden

Vlaanderen Nederland

De opleiding NT2 alfabetisering is een opleiding waarbij NT2 (dus ook mondelinge vaardigheden) en alfabetisering samen worden aangeboden.

 

Voor mondelinge vaardigheden wordt het Raamwerk NT2 gebruikt, er zijn dus geen aparte doelen voor mondelinge vaardigheden opgenomen in het Raamwerk Alfabetisering NT2.

Checklist
Wel is de checklist uit het Raamwerk NT2 aangepast voor analfabeten. De checklist is ook voorzien van voorbeelden en een audio-cd met gespreksvoorbeelden op niveau A1.

Vanaf het begin wordt in alfabetiseringsonderwijs evenredige aandacht besteed aan mondelinge en schriftelijke vaardigheden.



Perspectief en uitstroom

Vlaanderen Nederland

Inspelen op noden en behoeften
Doorheen de opleiding NT2 Alfa Richtgraad 1 krijgt de cursist een taalaanbod uit 12 koepelcontexten binnen het maatschappelijk-persoonlijke domein.

De centra voor basiseducatie kunnen deze koepelcontexten vrij verdelen over verschillende 'modules'. Op die manier kunnen de centra inspelen op de noden en behoeften van de doelgroepen.

Uitstroom-niveau
Analfabeten stromen uit nadat ze het niveau NT2 Richtgraad 1.2 (A2) hebben bereikt.

Doorstroom naar volwassenenonderwijs
De opleiding NT2 Alfa R1 van de basiseducatie is officieel gelijkwaardig met de opleiding NT2 R1 in een centrum voor volwassenenonderwijs.

In de praktijk zijn er echter nauwelijks cursisten die na de opleiding NT2 Alfa R1 van de basiseducatie een vervolgopleiding starten in een Centrum voor Volwassenenonderwijs. Analfabete cursisten werken de alfabetiseringsopleiding zelden af en beschikken meestal niet over voldoende metacognitieve kennis.

Educatief perspectief
Na het bereiken van niveau Alfa C (zie hoger) kan een cursist doorstromen naar het reguliere NT2-onderwijs op weg naar niveau A2 van het Europees referentiekader, noodzakelijk voor het halen van de inburgeringsexamens.

Doelperspectief
De functionele taalvaardigheid is toegespitst op het perspectief van de leerder. Het inburgeringsexamen ook.

De voorbeelden in de checklist van het Portfolio Alfabetisering NT2 zijn voor de onderdelen Alfa A en B opgedeeld in de richting Werk en de richting OGO (opvoeding, gezondheid en onderwijs), net zoals het inburgeringsexamen. (Alfa A kent geen onderscheid in perspectieven.)



Methodieken en materialen

Vlaanderen Nederland

De centra voor basiseducatie zijn vrij in de keuze van hun methodiek. Combinaties van een structuurmethode en van een globaalmethode zijn het meest gebruikelijk. Naast eigen gemaakt materiaal wordt er veel gebruikgemaakt van diverse (vaak Nederlandse) methodes zoals:

Voor schriftelijke vaardigheden:

  • 7/43 of 7/43 extra (NCB)
  • Alfa (Malmberg)
  • Alfaflex (ROC ter AA)
  • Breekijzer (ThiemeMeulenhoff)
  • Beter Lezen (Coutinho)

Voor mondelinge vaardigheden:

  • Spreek Actief (ID College)
  • Alfalfa (CED-groep)
  • Taalriedels  (Wolters-Noordhof)
  • Riedel en Ritme.Vlaamse Taalriedels (Acco)
  • Van Start (Mondriaan)
  • En Nu Verder (Mondriaan)
  • Fatima Tas  (Coutinho).

Buitenschoolse opdrachten en taalstages worden eveneens aangeboden.

.

 

Vrije keuze
De ROC's en andere instellingen zijn vrij de methodiek van hun keuze te hanteren. Combinaties van een structuurmethode en van een globaalmethode zijn gebruikelijk. Naast eigengemaakt materiaal wordt ook het volgende materiaal veel gebruikt: 

voor schriftelijke vaardigheden:

  • 7/43 of 7/43 extra  (NCB)
  • Alfa (Malmberg)
  • Alfaflex (ROC ter AA)
  • Breekijzer (ThiemeMeulenhoff)
  • Hollands Spoor (ROC Zadkine)
  • Beter Lezen (Coutinho)

Voor mondelinge vaardigheden:

  • Spreek Actief (ID College)
  • Alfalfa (CED-groep)
  • Een Zekere Woordenschat
  • De Kop erop  (NCB)
  • Taalriedels  (Wolters-Noordhof)
  • Van Start (Mondriaan)
  • En Nu Verder (Mondriaan)
  • Fatima Tas  (Coutinho)
  • Het Begin (Mondriaan)
  • Klank en Toon (Nijgh Versluys)
  • Spraakmakers  (ThiemeMeulenhoff),

Vaak worden ook combinaties van de verschillende methodes gebruikt. Ook kunnen de competentiegerichte opleidingen waarin alfabetiseringstrajecten zijn opgenomen nog bepalend zijn voor diverse materialen.

Bij veel ROC's worden in het alfabetiseringsonderwijs diverse vormen van leren in de praktijk gehanteerd (taalstage, buitenschoolse opdrachten...).

DEEL III: INBURGERING IN NEDERLAND EN VLAANDEREN

De Leeswijzer handelt niet specifiek over inburgering. Toch kan het onderwerp inburgering moeilijk vermeden worden in een publicatie over het alfabetiseringsonderwijs NT2. Bovendien zijn er grote verschillen tussen Nederland en Vlaanderen met betrekking tot inburgering. Daarom is hieronder een vergelijkend schema opgenomen.

Wettelijk kader inburgering

Vlaanderen

Nederland

Bevoegdheid Vlaamse overheid
Inburgering is in België een gefederaliseerde bevoegdheid en valt dus onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid.

In de huidige Vlaamse regering valt het inburgeringsbeleid onder de Vlaamse minister van Bestuurzaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en de Vlaamse Rand.

Decreet inburgering
Het decreet van 28 februari 2003 vormt de basis voor het huidige Vlaamse inburgeringsbeleid.
Gewijzigd bij decreet van 14 juli 2006. Gewijzigd bij decreet van 1 februari 2008

Zowat alle allochtonen die in Vlaanderen of in Brussel ingeschreven zijn in het Rijksregister (bevolkingsregister, wachtregister of vreemdelingenregister) hebben recht op een inburgeringstraject:

  • Alle vreemdelingen met verblijfsrecht in België, behalve asielzoekers van wie de asielprocedure nog geen vier maanden loopt en mensen die hier met een tijdelijk doel verblijven
  • Belgen di in het buitenland geboren zijn en van wie minstens één ouder ook in het buitenland geboren iss
Wie één keer ingeschreven is in ht Rijksregister blijft recht hebben op een traject zonder eindtermijn.

Behoren niet tot de doelgroep van inburgerin, omdat ze niet ingeschreven worden in het Rijksregister:
  • toeristen;
  • diplomaten
  • vreemdelingen zonder wettig verblijf of met alleen een aankomstverklaring

Verplichting
Sommige imburgeraars moeten zich binnen de drie maanden aanmelden en het vormingsprogramma van het primaire inburgeringstraject volgen.

Zijn verplicht:

  1. vreemde nieuwkomers die voor het eerst ingeschreven zijn in het Rijksregister met een verblijfsdocument dat langer dan drie maanden geldig is en die een van de volgende verblijfsstatuten hebben:
    • gezinsherenigers van buiten de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen) of Zwitserland. Voorwaarde is dat het gaat om een gezinshereniging:
      • met een Belg die geen gebruik maakt van het vrij verkeer in de EU, EER en Zwitserland
      • met iemand die geen onderdaan is van de EU, EER of Zwitserland (tenzij de persoon een arbeidsmigrant is, vrijgesteld van de inburgeringsplicht
    • erkende vluchtelingen;
    • mensen met het statuut van subsidiaire bescherming;
    • slachtoffers van mensenhandel;
    • geregulariseerden of mensen met een discretionaire verblijfsvergunning.
  2. asielzoekers van wie de asielprocedure langer dan vier maanden duurt (zij zijn verplicht om een cursus maatschappelijke oriëntatie te volgen);
  3. Belgische nieuwkomers die in het buitenland Belg geworden zijn en die voor het eerst naar België komen als ze ouder zijn dan 17 en nog geen twaalf opeenvolgende maanden ingeschreven zijn in het Rijksregister;
  4. minderjarige anderstalige nieuwkomers die 18 jaar worden en die nog geen 12 opeenvolgende maanden ingeschreven zijn in het Rijksregister en een verblijfsdocument hebben van meer dan drie maanden;
  5. bedieneraars van erkende erediensten.

Naast de verplichte inburgeraars, krijgen ook sommige groepen die niet verplicht zijn voorrang:
    1. gezinsherenigers onder de 65 jaar van buiten de EU, die zich in Vlaanderen vestigen via gezinshereniging met iemand uit de EU, EER of Zwitserland;
    2. oudkomers onder de 65 jaar met OCMW-steun of met een werkloosheids- of wachtuitkering die meer dan 12 maanden ingeschreven zijn in het Rijksregister;
    3. huurders of kandidaat-huurders van een sociale woning in Vlaanderen;
    4. ouders of voogden van een schoolgaand of leerplichtig kind.

    Vrijstelling
    Sommige mensen die behoren tot één van de hierboven vermelde groepen worden vrijgesteld van de verplichting:

    1. mensen met een verblijfstitel van niet meer dan drie maanden;
    2. 65-plussers (behalve bedienaars van erediensten;
    3. -18-jarigen;
    4. onderdanen van de EU, de EER of Zwitserland en hun gezinsleden;
    5. onderdanen van de EU, de EER of Zwitserland die 'langdurig ingezetene' zijn in een EU-lidstaat en die daar al aan integratievoorwaarden voldaan hebben, moeten alleen nog een cursus Nederlands volgen;
    6. mensen met een getuigschrift van het Belgisch of Nederlands onderwijs of van een volledig jaar onthaalonderwijs;
    7. ernstig zieken of mensen met een handicap;
    8. mensen die het attest van inburgering al behaald hebben;
    9. arbeidsmigranten (en hun gezinsleden) met een arbeidskaart B of met een beroepskaart of die daarvan vrijgesteld zijn.

    Sancties
    Sinds 1 maart 2009 kan een administratieve geldboete opgelegd worden aan inburgeraars in Vlaanderen (niet in het Brussels Gewest):

    1. Wie zich niet aan de verplichting om in te burgeren houdt, kan een administratieve geldboete krijgen. Die boete ontslaat de betrokkene niet van de verplichting om in te burgeren. Bij elke nieuwe inbreuk lopen de kosten op van € 50 tot € 5000.
    2. Er geldt ook een boete van € 150 voor wie vrijwillig een inburgeringscontract ondertekent en de vormingscursus dan onrechtmatig vroegtijdig beëindigt.
    De boetes gelden niet voor wie al een inburgeringscontract heeft van voor 1 maart 2009.

    De boetes gelden ook niet als de inburgering is opgelegd door het OCMW of door VDAB.

Op 15 maart 2006 trad de Wet Inburgering Buitenland (WIB) in werking.

Volgens die wet mogen nieuwkomers die vrijwillig naar Nederland komen zich pas vestigen in Nederland als ze geslaagd zijn voor het inburgeringsexamen buitenland (mondeling Nederlands en Kennis van de Nederlandse Samenleving). Het examen wordt in het land van herkomst afgenomen.

In 2007 is de Wet Inburgering (WI) in werking getreden. In 2007 en in 2008 werden enkele wijzigingen doorgevoerd (Deltaplan Inburgering).

Volgens die wet zijn bepaalde groepen nieuwkomers en oudkomers verplicht in te burgeren. Aan die plicht is voldaan wanneer het inburgeringsexamen met succes is afgelegd of andere in de wet genoemde diploma's behaald zijn.

De wet geldt voor nieuwkomers en oudkomers die niet aan de inburgeringseisen voldoen van 16 tot 65 jaar.

De inburgeringsplicht geldt niet voor wie bewijs kan overleggen dat het wettelijk vereiste niveau al op een andere manier is behaald. Ontheffingen kunnen verleend worden voor wie blijvend niet in staat is het examen af te leggen. Hetzelfde kan gelden voor wie aantoonbaar inspanningen heeft verricht het examen te halen maar daarin niet is geslaagd.

Eigen verantwoordelijkheid
In principe is de inburgeringsplichtige zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering. Vanaf het moment dat de inburgeringsplicht is vastgesteld heeft de inburgeringsplichtige maximaal 3,5 jaar de gelegenheid het examen te halen.

Rol van de gemeentes
De gemeentes krijgen een belangrijke rol in de uitvoering: zij verstrekken informatie en advies, beoordelen wie via de gemeente een inburgeringsaanbod ontvangt, verlenen ontheffingen en beslissen over sancties en kopen trajecten in.



Inburgeringsexamens

Vlaanderen Nederland

Er is geen inburgeringsexamen.

Wie een inburgeringscontract ondertekent, gaat het engagement aan om regelmatig het vormingsprogramma te volgen. Dat wil zeggen dat de inburgeraar tijdens elk onderdeel van het vormingsprogramma minstens 80% van alle cursussen moet bijwonen. Bij het afronden van het inburgeringstraject ontvangt hij dan een attest van inburgering. Inburgeraars die een attest van inburgering hebben, kunnen rechtstreeks instappen in het secundaire inburgeringstraject.

In Nederland bestaan twee inburgeringsexamens: het inburgeringsexamen dat in het buitenland wordt afgelegd, en het examen dat in Nederland zelf wordt afgelegd.

In het buitenland
Het Inburgeringsexamen Buitenland bestaat uit twee delen:

  1. In deel 1 wordt de Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) getoetst.
    De toets Kennis van de Nederlandse Samenleving bestaat uit dertig vragen bij een boek met foto’s die behoren bij de videofilm Naar Nederland. Het examen dient te worden afgelegd bij de Nederlandse ambassade of Consulaat-Generaal in het buitenland.

  2. In deel 2 wordt de Kennis van de Nederlandse taal getoetst.
    Hiervoor wordt de Toets Gesproken Nederlands gebruikt; die bestaat uit vijf soorten opgaven (waaronder zinsrepetitie, twee-keuze vragen, en synoniemen).

In Nederland
Het inburgeringsexamen in Nederland bestaat uit een centraal deel en een praktijkdeel.

Het centraal deel van het examen bestaat uit drie examenonderdelen:

  1. het elektronisch praktijkexamen (mondeling en schriftelijk naar keuze een van de profielen, bijv. OGO)
  2. de Toets Gesproken Nederlands
  3. het examen Kennis van de Nederlandse Samenleving.

Aanbieders
Het centrale deel van het inburgeringsexamen wordt administratief verzorgd door de DUO-IB-groep (DUO = Dienst Uitvoering Onderwijs) in Groningen.

Het praktijkexamen bestaat uit het opgebouwde portfoliodossier en/of door gecertificeerde toetsafnemers af te nemen panelgesprek of assessments.



Resultaatsverplichting van de inburgeraar

Vlaanderen Nederland

Voorlopig is er geen resultaatsverplichting in Vlaanderen.

Het is alleen verplicht om regelmatig deel te nemen aan het inburgeringssprogramma. Het nieuwe decreet voorziet in de mogelijkheid om inburgeraars te verplichten bepaalde doelstellingen te behalen.

Door het aparte statuut van Brussel-Hoofdstad zijn de inwoners er in tegenstelling tot Vlaanderen ook niet verplicht deel te nemen aan het inburgeringsprogramma.

 

De volgende resultaatsverplichtingen gelden in Nederland:

Voor het Inburgeringsexamen buitenland:

  • Mondeling Nederlands: niveau A1- (min) van het cefr
  • Kennis van de Nederlandse Samenleving: 70% van de examenvragen vragen goed

Taalniveaus voor het Inburgeringsexamen Nederland:

  • Vereist niveau voor nieuwkomers:
    • Mondelinge vaardigheden A2
    • Schriftelijke vaardigheden A2
  • Vereist niveau voor oudkomers:
    • Mondeling niveau A2
    • Schriftelijk niveau A1

Inburgeraars die zich niet houden aan de wettelijke eisen lopen het risico op sancties en boetes, door de gemeentes te bepalen.



Inburgeringsprocedure

Vlaanderen Nederland

Rol van de gemeenten
De gemeenten hebben een belangrijke informerings- en doorverwijzingstaak. Ze verwijzen de inburgeraar door naar een van de acht onthaalbureaus waar hij zich - als hij ertoe verplicht is -  binnen drie maanden moet aanmelden voor zijn inburgeringstraject. Anderhalf jaar na de start ervan, moet het traject afgerond zijn.

Onderdelen van de procedure
De procedure bevat twee delen, een vormingsprogramma en individuele trajectbegeleiding.

Het vormingsprogramma kan bestaan uit drie onderdelen:

  1. Maatschappij Oriëntatie
    aangeboden door het onthaalbureau in een contacttaal

  2. loopbaanoriëntatie
    verzorgd door de VDAB

  3. intake, testing en oriëntering naar het meest gepaste NT2-aanbod
    wordt momenteel gecoördineerd door de Huizen van het Nederlands (zie eerder)

In het buitenland
In zijn eigen land moet de potentiële nieuwkomer zichzelf voorbereiden op het Inburgeringsexamen Buitenland. Hij mag zelf weten hoe hij dit doet, de Nederlandse overheid biedt geen regels en cursussen.

De nieuwkomer kan het Inburgeringsexamen Buitenland afleggen bij de Nederlandse ambassade of Consulaat-Generaal. Wanneer de kandidaat voor beide onderdelen is geslaagd, wordt een 'voorlopige vergunning tot verblijf' afgegeven.

In Nederland
Eenmaal in Nederland meldt de nieuwkomer zich bij de gemeente. Die verstrek informatie, geeft advies en beoordeelt of de nieuwkomer via de gemeente een inburgeringsaanbod ontvangt.

Prioritaire groepen oudkomers (verzorgenden, uitkeringsgerechtigden, en geestelijke bedienaren), wordt via de gemeente een inburgeringsprogramma aangeboden.

Indien alfabetisering NT2 gefinancierd wordt met WEB middelen, worden analfabeten door de gemeenten naar de ROC's doorverwezen, in andere gevallen kunnen ook andere uitvoerders aangewezen worden.



Financiële aspecten

Vlaanderen Nederland

Huidige decreet
Voor de inburgeraar is het inburgeringstraject kosteloos, op een kleine som voor lesmaterialen na.

Nieuw decreet
Volgens het nieuwe decreet zullen rechthebbende inburgeraars in de toekomst moeten betalen voor het inburgeringstraject.

Verplichte inburgeraars zullen een waarborg moeten betalen die ze terugkrijgen als ze het traject afmaken.

Het traject blijft kosteloos voor nieuwkomers van wie het inkomen lager ligt dan of gelijk is aan het bestaansminimum en voor oudkomers die verplicht worden.

Financiering

  • Het aanbod Maatschappij Oriëntatie van de onthaalbureaus en de Huizen van het Nederlands wordt gefinancierd door het Vlaams Ministerie van Inburgering.

  • De NT2-aanbieders worden gefinancierd door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.

  • De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding Werk (VDAB) wordt gefinancierd door het Vlaams Ministerie van Werk.

 

Kosten van het inburgeringsexamen
Het inburgeringsexamen buitenland kost per examen &euro 350, door de inburgeraar zelf te betalen. Het oefenpakket kost € 63,90.

Kosten van het inburgeringsonderwijs
In Nederland moeten inburgeraars in principe zelf hun inburgeringsonderwijs kopen, al zijn daar uitzonderingen op (zie hierna). De overheid hecht aan het vrije markt-principe, inburgeraars kunnen dus zelf kiezen waar ze dat doen.

Lenen van de overheid
Inburgeraars kunnen geld lenen voor de aankoop van hun inburgeringsonderwijs als ze dat volgen bij instellingen met het keurmerk inburgering. Als binnen de wettelijke termijnen het vereiste niveau gehaald wordt, kunnen ze een deel van van het geleende geld (maximaal 70%) terugkrijgen.

De gemeente betaalt
Gemeenten kunnen wel bepalen dat zij voor een deel van de doelgroep het onderwijs inkopen.

Voor prioritaire groepen (verzorgenden, uitkeringsgerechtigden, en geestelijke bedienaren) moeten cursussen vanuit de gemeente betaald en ingekocht worden, voor andere groepen kunnen de gemeentes dat doen.

Er ontstaan dus twee deelmarkten:

  1. een institutioneel segment waarop gemeenten inburgeringscursussen inkopen (ROC's, Taalscholen, Re-integratiebureaus etc.);
  2. een consumentensegment waarop inburgeraars zelf een cursus kunnen inkopen als voorbereiding op het inburgeringsexamen.

Nog een voorziening voor het onderwijs Nederlands:

logo HSNHSN-conferentiebundels
De conferentiebundels van alle HSN-bundels online raadpleegbaar en doorzoekbaar.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties