taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Radio en televisie in de lessen Nederlands (Sjef Klinkenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Sjef Klinkenberg
119

zoveel als: leren televisie kijken hoort bij de doelstellingen van het vak Nederlands. Rond 1975 verschijnen er talloze publicaties waarin hetzelfde met dezelfde of andere woorden wordt beweerd. Tussen haakjes: je kunt dit een nieuwe revolutie of een accentverschuiving noemen, dat hangt af van je per perspectief. Als je redeneert dat het beeld binnen het voor de rest verbaal-talige moedertaalonderwijs wordt gebracht, lijkt me dat revolutionair: moeder-taalleraren, je kunt het lezen tot op de dag van vandaag, zijn niet opgevoed en opgeleid voor de omgang met beelden! Wanneer je redeneert dat de opvatting van Renders (radio in de huiskamer: dus luisteren leren) wordt opgepakt en dat het beeld eraan wordt oegevoegd, valt dat plausibel te maken. In de.manier waarop leren televisie kijken in de doelstelling van moedertaalonderwijs bereikt dient te worden, bestaan accentverschillen. Je zou kunnen spreken van twee richtingen: de maatschappij-kritische en de semiotische.

Aanhangers van de maatschappij-kritische richting zeggen ongeveer: leerlingen moeten leren op een kritische manier met informatie om te gaan. Kritisch televisie kijken behoort daartoe. Leerlingen moeten op de hoogte raken van de maatschappelijke krachten die invloed uitoefenen op de media. Men spreekt wel van de bewustzijnsindustrie. De kans bestaat dat reclame en journaal leerlingen manipuleren. Leerlingen dienen te weten wat reclamemakers willen en op welke manier zij hun doelen proberen te bereiken. Ze moeten weten dat en op welke manier journalisten subjectieve keuzes maken en deze keuzes presenteren als het 'objectieve' NOS-journaal.

De semiologen redeneren ongeveer als volgt: in de alledaagse informatiestroom zijn taal en beeld dikwijls samen informatiedragers. Het beeld van een televisie-tekst is vaak niet te interpreteren zonder de taal en de taal niet zonder het beeld. Moedertaalonderwijs dient zich bezig te houden met meer tekensystemen dan alleen het verbale. Onze alledaagse informatiestroom bestaat uit referentiële en fictionele informatie.

Ik zei dat het ging om accentverschillen. Ter verduidelijking enkele voorbeelden. Griffioen 1975 legt het accent op manipulatie en media-industrie, maar vindt ook dat er aandacht besteed moet worden aan de verhaalopbouw van een detective of aan de inhoud of de presentatie van een quiz en andere familieprogramma's. Berenschot en anderen pleiten voor bestudering van de manier waarop die boodschappen worden overgebracht en van de eigenschappen van die boodschappen, maar verwaarlozen ook de media-industrie niet 11. Lubbers 1975 wenst aandacht te besteden aan zowel de maatschappelijke als de semiotische

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties