taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Radio en televisie in de lessen Nederlands (Sjef Klinkenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Sjef Klinkenberg

129

De keuze van docenten voor het ene of het andere argument kan begrepen worden als je rekening houdt met wat in een bepaalde tijd als 'geldige', als legitiem onderwijsdoel wordt beschouwd. Matthijssen 19 gaat ervan uit dat de maatschappelijke bovenlaag haar visie op het bestaan zal proberen algemeen ingang te doen vinden. Deze maatschappelijke elite slaagt daarin wanneer zij in staat is de maatschappelijke problemen.zo te formuleren dat deze problemen met haar kijk op de wereld opgelost kunnen worden.

Matthijssen schetst nu in zijn boek hoe in Nederland, Engeland, Duitsland en Frankrijk drie opeenvolgende visies op het bestaan (hij spreekt van bestaansvoorstelling of rationaliteit) dominant zijn geweest. Die dominante bestaansvisies leggen hun eisen op aan het onderwijs: de eisen die aan de leerlingen gesteld worden, moeten passen binnen die visie op het bestaan.

Tussen 1500 en 1800 is de werkelijkheidsvisie vooral godsdienstig-literair. De werkelijkheid wordt gezien als een ideële werkelijkheid. Aan die werkelijkheid worden absolute en universele eigenschappen toegedacht. Men maakt daarbij gebruik van ideale concepten als. 'waar', 'goed' en 'schoon'. De mens die volmaakt wil worden, streeft naar het ware, goede en schone. "De zedelijk hoogst ontwikkelde mensen zijn zij die het diepst zijn doorgedrongen in de klassieke literaire meesterwerken en die zich   de hoogste graad van scholing in reflectief denken hebben eigen gemaakt. Zij zijn daardoor tevens geroepen tot maatschappelijk leiderschap" (Matthijssen 1982, p.73).

Belangrijke leerinhouden in het onderwijs zijn de klassieke talen en wiskunde: geestelijke rijkdom van de literatuur en denktraining van grammatica en wiskunde. Door de opkomst van techniek, wetenschap en industrialisatie verandert de maatschappij. Er ontstaat een nieuwe kijk op de wereld. In de

19e eeuw wordt een technische zienswijze dominant. De wereld wordt ervaren als

een materiële werkelijkheid (in plaats van een ideële) die beheersbaar gemaakt

kan worden via techniek en wetenschap. 'Bruikbaarheid in het normale leven' is het centrale concept. Het gaat om uitvinden, toepassen, maken, beheersen. Die mensen worden als vooraanstaand beschouwd, die beschikken over praktische intelligentie, die hard werken; de eigen verdienste bepaalt de plaats in de maatschappij.

Techniek en wetenschap zijn de belangrijkste leveranciers van onderwijsinhouden. Literatuur en kunst komen pas op het tweede plan. Deze technische visie verdringt de literair-godsdienstige niet helemaal, deze laatste blijft als sterke onder- (tegen)stroom bestaan.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties