taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Thijs Besems
13

geheugen trainen. Als dat samengaat met de denkontwikkeling dan is het leerproces waarin denken en handelen tegelijkertijd plaatsvinden, invloedrijker 'dan een gedeeld leerproces. Als •dit proces ook nog met emoties verbonden is (die uitgesproken mogen worden), dan is het leerproces nog totaler. Maar daar ligt weer een probleem: in het onderwijs stikt het van de emoties, maar die . moeten de leraren en de leerlingen allemaal maar buiten school zien kwijt te raken, dat is zelden iets dat communicatief is. Als de leerlingen ze uit mogen spreken en er wat mee mogen doen, dan gaan die emoties ook leven voor ze en dan worden ze gekoppeld aan die twee andere aspecten: aan het denken en aan het handelen.

De bedoeling van het Gestalt-onderwijs is, dat we-proberen op deze drie niveau's tegelijk te werken; ook in het literatuuronderwijs: doen, denken, voelen. Het zal door het voorafgaande duidelijk zijn, dat doen ruimer opgevat moet worden dan de schrijfactiviteit tijdens de lessen: hoe meer lichaamsdelen bij de activiteiten verbonden zijn, hoe meer het lichamelijk geheugen zich ontwikkelt. Dat heeft tot gevolg dat de ervaringen, dus het leerproces, duurzamer zijn.

Als wezenlijk voor het literatuuronderwijs beschouw ik vervolgens het ontwikkelen van inlevingsvermogen, het kunnen inleven in anderen. Dat staat tegenover in wat in het gangbare literatuuronderwijs hoofdzakelijk de boventoon voert: het analytisch vermogen. Voordat je iets uit elkaar kunt halen, is het belangrijk dat je het totaal hebt. Dat je je daarin verplaatst hebt en ook ontdekt hebt wat je doet.

In het Gestaltonderwijs kennen we een aantal regels. Een belangrijke regel is die van het Figur-Grund-principe: als we een totaal waarnemen, kunnen we daarna ook delen eruit waarnemen. We nemen eerst een bos waar en daarna kunnen we enkele bomen daar in zien. Als we eerst alleen de bomen willen zien, kunnen we zelden nog tot een gevoel van een bos komen. Alle bomen bij elkaar opgeteld is nog geen bos.

In het literatuuronderwijs wordt dikwijls niet de gestalt, niet de achtergrond als totaliteit aangeboden, maar wordt direct met figuren begonnen. Er wordt weinig aandacht besteed aan de totaliteit van het kunstwerk, bijvoorbeeld: de totaliteit van een gedicht en de aandacht wordt te snel gericht op de afzonderlijke onderdelen ervan, sneller dan de emoties van de kinderen gewoonlijk kunnen gaan. Het analyseren begint, voordat de kinderen de stemming van het geheel gevoeld hebben.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties