taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1

Het Schoolvak NEDERLANDS

14

Met de methode Literatuur Beleven (De Toorts) probeer ik leraren te helpen leerlingen op weg te zetten om eerst de totaliteit van een gedicht, een toneelstuk, een verhaal te laten ervaren om daarna met de cognitieve activiteit te beginnen. Ik probeer eerst het emotionele te ontwikkelen, Als er een emotionele band is met het kunstwerk, dan is er ook veel meer motivatie om dat. kunstwerk dieper te gaan beschouwen en te analyseren. Demotiverend werkt namelijk dat we in plaats van complexiteiten aan kinderen voortdurend kleine eenheden aanbieden. We brengen een deel van het verhaal, we vragen een zin uit het verhaal, we vragen een woord uit een zin. Dat werkt vreselijk demotiverend. Omdat we dan de samenhang van het verhaal verliezen. Als de leerlingen gevoel. Voor de samenhang hebben ontwikkeld, dan kunnen ze er ook plezier in hebben, om de afzonderlijke delen te ontwikkelen, te ontdekken en te kijken wat ze ermee kunnen doen.

Vervolgens gaat het om de vraag, hoe we bereiken dat de leerlingen die samenhang leuk vinden. Daartoe beginnen we steeds bij de leerling zelf en niet bij het kunstwerk. Het literatuuronderwijs zoals ik dat gekend, beleefd, gegeven en bij collega's steeds gezien heb, is dat we een bepaald boek of een bepaald gedicht hebben, dat we aanbieden en we vragen aan de leerlingen: wat vind je ervan, wat kun je erover zeggen? Dat kan op alle mogelijke manieren gebeuren, maar we beginnen nooit bij de leerling. Ik denk dat het belangrijk is als we de leerling willen motiveren, dat je begint met te waarderen wat zij hebben en wat zij kunnen. Daarvoor moeten we eerst contact met de leerlingen maken, en moeten we ontdekken wat ze leuk vinden. En dan denk ik dat het belangrijk is dat alle leraren Nederlands de psychologie van de puberteit nog eens door zouden werken om te kijken wat die kinderen eigenlijk bezig houdt om van daaruit te komen tot het kunstwerk. Eén van de belangrijkste aspecten in die puberteit is de ontwikkeling van de eigen identiteit. Ik begin dan niet met een boek aan te bieden waarin die identiteitsproblematiek naar voren komt, maar ik begin met de eigen identiteit. Bijvoorbeeld door de volgende opdracht: de leerlingen lopen rond in het lokaal, geven ieder die ze tegenkomen een hand en zeggen dan: ik ben (en dan vullen ze iets in, bijvoorbeeld:') mezelf, ik ben ik, ik ben een spiegel, ik ben jouw jas, ik ben mist, ik ben hoop. Zo vullen ze allerlei beelden in en krijgen daarna als opdracht een soort zelfportret te schrijven. Eén van mijn leerlingen schreef het volgende zelfportret.:

Ik ben een rustig kabbelende beek. Ik vind het prettig dat ik steeds andere omgevingen zie en met andere wanden kennismaak. Met dingen die in mij meegaan,

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties