taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het schoolvak

NEDERLANDS
16

Als er namelijk een emotionele draad is naar zo'n kunstwerk, dan is er ook de mogelijkheid te gaan analyseren: het psycho-analytisch analyseren van kunstwerken waar de identiteit een grote rol speelt of egocentrisch analyseren van kunstwerken met duidelijke verhaalstructuren. Mijn ervaring is, dat leerlingen dat met veel plezier doen als ze er eenmaal een binding mee hebben. Het probleem in het literatuuronderwijs is, dat wij leerlingen van alles voorschotelen en niet weten of het hen aanspreekt. Het zijn dingen die óns misschien aanspreken, maar we vragen ons .veel te weinig af of het hen interesseert. Als we beginnen bij wat hen aanspreekt, dan kunnen we zeggen: wat zijn je eigen belevenissen, wat ken je, wat weet je van jezelf, wat interesseert jou?

Een andere mogelijkheid is, wat we hiervoor met Lucebert gedaan hebben. We maken gemeenschappelijke ervaringen en kijken wat die bij ieder van de leerlingen oproepen. Dan zien we dat er veel verschillende interpretaties van het gedicht van Lucebert ontstaan. In de Gestalt is het niet nodig dat elke interpretatie ook nog verwoord wordt. Als we de tekeningen naast elkaar hangen, krijgen we ook een beeld van het schilderij dat Lucebert kennelijk hier in zijn gedicht beschreven heeft. Omgekeerd tekent Lucebert ook zelf weer bij zijn eigen gedichten. Het is dus van belang dat we literatuur niet alleen maar als een deel-activiteit zien, maar ook als een verbinding met alle mogelijke andere kunstvormen.

Dit is in hoofdlijnen de achtergrond van Gestalt-onderwijs. Omdat het moeilijk is deze vorm van onderwijs in een half uur te verklaren- normaal doen we dat in een cursus van drie dagen - lijkt het me prettig als u nu vragen stelt en ik aan de hand daarvan deelaspecten van het Gestalt-onderwijs toelicht.

Wat doe je als een aantal leerlingen niet mee wil doen?

Er zitten zoveel verschillende opdrachten in het boek, dat ze niet allemaal doorgewerkt kunnen worden. De activiteiten zijn zodanig, dat verschillende leerlingen hun eigen interesses erin kunnen vinden. Dus zo'n spel als: ik ben een huis, ik ben een vogel (je voorstellen), daar doen de meesten aan mee. Er zijn er drie of vier, die zeggen:"Je bekijkt het maar, dat zie ik niet zitten". Goed, dan zien ze het niet zitten en dan doen ze ook niet mee. Mijn ervaring is dat het dan moeilijk is als ze ontdekken dat die anderen er veel lol in hebben, om er dan alsnog in te komen en daar gaat het om de rol van de leraar! Ik vroeg nooit aan die vijfentwinitg anderen, waarom die wél wilden. Daarom kregen de negatieven eigenlijk meer aandacht dan de positieven en dat maakte

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties