taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Thijs Besems
17

het voor hen ook moeilijk om daarna hun mening nog te veranderen. Ik had tijden dat steevast tien van de dertig er geen zin in hadden en zeiden: "Thijs, laat - maar zitten, joh". Goed, ik met hen praten, waarom het toch zo leuk is om,-het te spelen. Zij zeiden: "Ik kan toch ook schrijven, waarom moet ik dan spelen?" Nou, praten, praten en na een half uur waren ze overtuigd. Maar in dat. half uur hadden die andere twintig zich stierlijk zitten te vervelen en zeiden: "Laat nou maar zitten, voor ons hoeft het niet meer". Dat heb ik keer op keer gedaan, totdat ik op een dag ontdekte: "Wat ben ik eigenlijk aan. het doen? Toen besloot ik: degenen die niet mee willen spelen, zal ik niet meer overtuigen". Ik nodigde ze uit en dat is eigenlijk het belangrijkste van de Gestaltspedagogiek: het is een uitnodiging.. Iedere keer zeg je weer: "Dit doen we", dan doen er vijf niet mee. De anderen doen het. En in die tussentijd praat ik met die vijf, die niet meedoen, zonder dat de anderen het merken en vraag waar zij zin in hebben, wat zij leuk vinden. Soms willen ze liever een boek gaan lezen, dan zeg ik: "Nou, lees dat verhaal dan even, misschien heb je dan een ingang waarom ik het wil doen". Soms zeggen ze: "Nou, als jij meedoet, dan durf ik het ook wel". Erg belangrijk is dat we zelf meedoen. Het is namelijk moeilijk voor leerlingen om dit soort van gekke dingen te doen, handen te geven en dingen te zeggen, als je zelf aan de kant blijft staan kijken. Het motiveert meer als de leraar zelf meedoet. Niet om te laten zien: "Kijk, zo doe ik het", Maar om te motiveren: ik probeer het, probeer jij het. ook. Maar er zullen er altijd zijn die er in het begin veel moeite mee hebben. Daarbij is het belangrijk dat je probeert verschillende dingen aan te bieden. Meestal begin ik een les (als ingang om hun emotionele draad te vinden) met een bewegingsspel, of ik laat ze een tekening maken of ik laat ze iets lezen; dan hebben ze drie verschillende mogelijkheden om een ingang te vinden.

Mijn ervaring is, dat het tekenen dat we aan het, begin gedaan hebben, dat daar iedereen aan meedoet. Ik heb de lastigste klassen gehad, niet alleen in Nederland, maar ook in Berlijn hebben ze me naar de moeilijkste klassen • gestuurd die ze konden vinden; klassen waarvan ze zeiden: "Daar is niets mee te beginnen", en al die jongens deden het. Het is het punt dat er niet eindeloos over gepraat wordt of het nou wel of niet belangrijk is. Ik zei gewoon: "Wil je dit even doen?" Het gaat vooral niet om de prestatie. Dat is een moeilijk ding: kinderen denken, dat zodra ze •iets moeten delen het een prestatie moet zijn en dat het goed moet zijn. Het is belangrijk dat we dat

er uit halen. Het gaat er gewoon om je uit te drukken en dat is natuurlijk een grote moeilijkheid, omdat we een samenleving hebben waar het zich uitdrukken

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties