taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het schoolvak

NEDERLANDS
18

niet bovenaan .de lijst staat van gewenste vaardigheden. En dat vraagt een gewenningstijd. Mijn ervaring is dat na ongeveer vijf of zes lessen op deze manier werken, iedereen wel meedoet. Het is wel verschillend, het ligt ook heel veel aan de collega's; ik heb een school gehad en daar wilde ik praten met de leerlingen en ze zeiden geen woord, ze deden hun mond niet open. Bij alle collega's in de school was het: mondje dicht houden en luisteren. Bij mij was dat plotseling anders: "Nou mag ik iets zeggen". Ze wisten helemaal niet wat ze moesten zeggen. Als ze het moeilijk vinden on te praten, dan zoek ik eerst. andere dingen waarmee ze zich ook uit kunnen drukken. Belangrijk is, dat ze niet overvraagd worden, dat je niet teveel van de leerlingen vraagt. Dat de stappen klein zijn. Het vraagt vooral enthousiasme van jezelf, je moet er zelf plezier in hebben.

Wat is de haalbaarheid voor het alledaagse onderwijs? Het is radicaal iets nieuws. Met kleine stapjes beginnen?

Ja, ik heb nu het meest radicale, ideale voorgesteld. Er is een handleiding bij de methode en daarin staat een hoofdstuk over de fasering hoe je ermee begint te werken. Er is een fasering in tijd: het is niet nodig een groepsactiviteit direct een heel lesuur te laten duren. Dus begin met één zo'n activiteit, tien minuten, probeer uit of het lukt en de andere vijfendertig minuten werk je gewoon zoals je het altijd gewend bent. Dat accepteren kinderen. Zo van, we doen tien minuten even iets anders en dan gaan we weer gewoon verder. Dan is er een fasering in grootte: je hoeft het niet direct met de hele klas te proberen. Er is gewoon klassikaal onderwijs en parallel mag in elke les een groep van vier op de Gestalt-manier aan een onderwerp werken. De ene les de

ene groep, de andere les de andere groep. Dan houd je voor jezelf een overzicht. Het grote probleem is namelijk dat leraren en leraressen Nederlands en ook die van andere vakken niet geleerd hebben hoe het ook anders kan. En dat is voor ons eigenlijk het grote probleem: ja, we willen het wel anders, maar hoe doen we dat? En als je dan alles gelijk overhoop gooit, dan wordt het een puinhoop en dan kun je het wel vergeten. Onze ervaring is, dat onderwijsgevenden er toch zo'n drie jaar lang mee bezig zijn totdat ze het een hele les lang kunnen doorvoeren. Je moet jezelf ook een stuk beschermen. Dus: fasering in grootte, fasering in tijd en fasering in werkzaamheden. Je hoeft niet meteen de meest moeilijke dingen te gaan doen. Doe eerst de simpele dingen. Zo'n activiteit bijvoorbeeld als van Lucebert, ik denk dat iedereen dat zou kunnen doen, in tien minuten.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties