taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Thijs Besems
19

Maar in de les heb je toch aansluiting nodig?.

Maar ik denk dat je bij elk soort les die je verder klassikaal wilt geven zo'n kleine activiteit kunt vinden die bij elk onderwerp aansluit. Zo'n tien minuten is niet meer dan proberen een emotionele binding met het volgende lesuur te vinden.

Deelneemster: "Ik herinner me een van Diemer, dat was in mijn jonge jaren, die begon elke les met het voordragen van een gedicht. Dat sloot helemaal niet bij de les aan. De leerlingen hoefden er ook niets over te zeggen, ze konden het kopen voor een cent. Ze konden er een bundeltje van maken. Zijn motivatie was: Jullie worden overspoeld met muziek en nooit met gedichten en ik wil gewoon

in elke klas beginnen met het voorlezen van een gedicht. Voor die tijd gebeurt er niets anders, geen gevraag over huiswerk of wat dan ook. Ik denk dat je even hard zou kunne zeggen: "jongens, er zijn bepaalde aspecten van het onderwijs die later aan de orde komen; ik wil eens met jullie nagaan, hoe jullie dat vinden en ik ga in de komende lessen, één keer per week bij wijze van spreken, een .paar minuten iets anders doen".

Het wezenlijke van de methode is, dat het een leerlingenboek is. Dus de leerlingen hebben zelf een boek met alle activiteiten erin en kunnen dan ook kijken of ze aan zo'n activiteit mee willen doen en ze hoeven niet steeds te reageren op wat de docent(e) heeft gepland. Ze kunnen ook zelf kiezen welke activiteit ze willen gaan doen en welke niet.

Moetje kiezen voor het een of het ander of moet je consequent doorgaan? En vanuit jezelf de nodige motivatie meebrengen?

Je moet. je eigen ontwikkelingsproces ook accepteren, je kunt hier niet van vandaag op morgen volledig mee aan de slag gaan. Het is een groeiproces. Ergens moet je die vaardigheid vandaan halen, je zult met kleine stapjes moeten beginnen. .Er zijn sommige dingen die een hele les goed gaan, maar andere dingen die je ook moeilijk zult vinden. Je moet jezelf toestaan dat je uit een andere school komt en dat het moeilijk is om erin te komen. Mijn ervaring is, als je het open met leerlingen bespreekt: "Ik geef één les. in de drie weken op een andere manier en de andere twee weken werken we gewoon zoals we gewend zijn, dat de leerlingen dan erg goed. meedoen, vooral als je eerlijk zegt wat de motieven zijn en waar je mee bezig bent. Ik.heb op allerlei scholen gewerkt; ik heb nooit de moeilijkheden gehad dat de leerlingen niet mee wilden doen of dat ze die twee andere lessen niet accepteerden. Ze accepteerden dat' er twee lessen gewoon klassikaal, frontaal gewerkt werd, geen spelletjes, geen belevingen, niet optimaal in vergelijking.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties