taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS
20

met de hele methode, maar het is wel een weg om er naar toe te groeien. We Moeten onszelf als leraar toestaan, dat, we het niet plotseling allemaal anders kunnen doen. Maar als het alleen maar wordt: "Ik doe een paar spelletjes, zodat jullie weer een uur rustig kunnen zitten", dan zitter we er volkomen naast. Daarom heb ik het ook als leerlingenboek gemaakt en niet als lerarenboek. In een leerlingenboek kunnen leerlingen zelf zien wat ze leuk vinden en wat niet. De lessen zijn ongeveer een vierde van de totale hoeveelheid activiteiten die de kinderen moeten doen. Er zit veel huiswerk bij, dat. ze samen moeten gaan doen, samen hoorspelen maken, samen gedichten schrijven, samen gedichten opzoeken, samen naar de bibliotheek gaan en dat soort dingen moeten allemaal buiten de school. Het gaat er hoofdzakelijk om ze te motiveren op die drie niveau's te leren. En weer mijn ervaringen: zowel op HAVO's als op Pedagogische Academies, maar ook op de MAVO's verzetten de leerlingen enorme bergen werk. De hoeveelheid werkstukken die ik naar aanleiding van deze manier van werken gekregen heb, rees de pan uit en er was geen leerling die er niet aan meedeed. Ze deden het allemaal op verschillende manieren, de •ene had drie blaadjes en de andere twintig, maar ze- hadden hun manier om ermee om te gaan en zich uit te drukken.

En hoe gaat het in de examenklassen?

Ja, examenklassen. Er staan analyses in van Reve bijvoorbeeld, erg fascinerend wat die jongen gemaakt heeft en dat was het eindexamenniveau HAVO. Het is een kwestie van structureren van tijd, van oefenen en het is niet zo dat we maar wat aan rommelen. Het is werkelijk structureren: "We doen dit tien minuten en dan gaan we verder en dat gaat". Doordat we in de klas veel beleven en doen, is bijna iedereen gemotiveerd om na schooltijd naar de bibliotheek te gaan en die boeken waar we het over gehad hebben op te zoeken en er iets uit te lezen en dat te analyseren. In de methode staan analyses van Mulisch die we met de klas gezamenlijk gemaakt hebben, waaraan de leerlingen veel vrije tijd besteed hebben. Ja, dat is het centrale: dat de leerlingen de motivatie in zichzelf vinden en niet dat ze iets doen, omdat wij het zo belangrijk vinden. Dan werken ze hard. En ze hebben er ook zin in en zijn lang niet zo vervelend. Gewoonlijk zijn ze dat wel als we ze allerlei dingen aanbieden, waarbij ze steeds moeten zoeken: "Wat wil hij nou eigenlijk?" Deze methode weert zich ook niet tegen het lezen van een vastgesteld aantal boeken. Het staat nergens beschreven, maar er zijn lerarensecties die dat vastleggen en dus moet het gebeuren op die school. Ondanks het speelse karakter is het niet zo dat deze methode niet effectiever is. De hoeveelheid werk en de hoeveelheid boeken die

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties