taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Gestaltepedagogische aspecten in het literatuuronderwijs (Thijs Besems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Thijs Besems
21

de leerlingen lezen, is minstens gelijk aan de hoeveelheid die ze lezen op de andere manier van literatuuronderwijs. Het grote verschil is, dat wij meer plezier hebben als onderwijsgevenden en dat de leerlingen ook veel meer plezier hebben. Ze zijn er intens mee bezig. Zij lezen drie boeken van Lampo, in plaats van één van Vestdijk,Mulisch en van Lampo,maar ze weten dan ook waar ze mee bezig geweest zijn en doen niet alleen dat wat ze wordt opgedragen. Veel analyses van VWO-leerlingen zijn cognitieve hoogstandjes, maar de relatie met hun eigen persoon is ver te zoeken.

Je biedt geen oudere literatuur aan. Is dat een bewuste keus?

Ik had een beok van 1880 tot heden geschreven. De Toorts vond het risico te groot om het hele boek uit te geven. We hebben toen besloten het deel recente literatuur uit te geven. Zou dat aanslaan, dan kan het boek van 1880 tot 1930 er alsnog komen. Wat ik eigenlijk nog veel boeiender vind, omdat de moeilijke tijd rond Gorter en de marxistische theorie voor de leraar nog veel moeilijker is om die aan de leerlingen aantrekkelijk en levendig aan te bieden. En dat is in het manuscript heel boeiend uitgewerkt. Maar ja, dat deel is er nog niet.

Geef je in Nederland ook cursussen? Wordt het al in de praktijk toegepast door de cursisten?

We geven cursussen. Mijn vrouw en ik leiden een instituut voor Gestaltpedagogiek. De cursussen duren twee jaar.

Moet je niet veel weten van Gestaltpedagogiek?

Ja, kijk, het is doelgericht. Het gaat fout als het zelf ontdekken en ervaren de doelgerichtheid verliezen. In het literatuuronderwijs gaat het niet om beleven op zich, maar steeds in relatie met het kunstwerk en het gaat fout als leraren zélf ontdekken zo interessant gaan vinden, dat ze het kunstwerk gaan vergeten; en dan een hele les aan de identiteit van kinderen gaan werken. Dat doe ik heel bewust niet. Het gaat tenslotte om onderwijs, met name literatuuronderwijs. De transfer van jezelf naar het kunstwerk moet door ons in de les gemaakt worden en niet door de leerlingen in hun vrije tijd. Maar als we die verbinding in het oog houden: in de les moet aandacht voor de leerlingen zijn, ook voor de leerstof, dan komt het goed. Er zit een schemaatje in de handleiding dat dat nog eens verduidelijkt. In de gangbare manier van lesgeven is de onderwijsgevende bezig met de leerstof en door middel van die leerstof ontmoet hij de leerling. Hij heeft steeds een stof die hij aanbiedt en daardoor ontstaat :ontact. In de Gestalt is wezenlijk, dat je eerst contact met de leerlingen hebt en dat je dan samen met de leerstof aan de gang gaat.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties