taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Poëzie en interkultureel onderwijs (Bartie Thijs)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Bartie Thijs

219

leerlingen nogal direct met etnische machtsverhoudingen; op zichzelf biedt dat aanknopingspunten voor intercultureel onderwijs, maar het gedicht is waarschijnlijk in de meeste gevallen niet geschikt om klassikaal behandeld te worden in een eerste oriënteren-fase van een lessenserie, waarin het aftasten van grenzen en het zoeken van veiligheid prioriteit hebben.

We gaan over naar Amsterdam Noord. Een 4HAVO-klas kreeg daar, op scholengemeenschap Damstede, zes lesuren rond Indonesische poëzie. Er zaten nauwelijks buitenlandse leerlingen in de klas. Om te beginnen enkele evaluerende opmerkingen van lërlingen:

"Van dit poezieproject heb ik vooral opgestoken dat Indonesie meer is dan een mooi vakantieland, het is ook een land vol ellende en armoede, met een grote tegenstelling tussen arm en rijk";

"Van dit poëzieprojectje heb ik vooral opgestoken dat er nog veel mensen in nood zijn, zelfs in landen waarvan je het niet verwacht. Ik dacht altijd dat Amnesty International een beetje overdreef, maar ik weet nu wel beter..." enz.

sta er vaak niet bij stil dat die landen geholpen zouden moeten worden, terwijl dat wel zou moeten".

Wel 40 procent van de leerlingen koos uit een breed scala gedichten precies die poëzie die over de oorlog over Oost Timor ging of over politieke gevangenen. De docente zei hierover: "Ja, dat past wel bij deze klas, veel kinderen met een harde opstelling, kijkend naar een harde wereld". Een in de docentenkamer meeluisterende collega reageerde: "Welnee, die leerlingen willen gewoon tragiek, sentiment, iets ergs". Hoe dan ook, de aandachtsvoor de 'mondiale component' van intercultureel onderwijs was opvallend. Opvallend was ook het geringe vermogen dat de leerlingen aan de dag legden om concreet te associeren. Bij de meeste gedichten en muziek kwamen globaal-clichématige associaties als: 'buikdansen

in een oosters paleis'. Met andere woorden: terwijl bij deze leerlingen de

motivatiebasis aanwezig leek om poëzie te gebruiken als bron 'om te leren over

onbekende dingen in de wereld', moest het concreet verkennen van eigen en andermans beelden stap voor stap geoefend worden.

Met Zuidafrikaanse gedichten gingen twee 4-Atheneumklassen op het college Hageveld in Heemstede aan de slag. Vooraf stelden de docent en ik een tweeledig doel voor de lessenserie vast: het ging om kennismaking met poëzie en poeziebegrippen; én om het nadenken over Zuidafrika en de relatie van Nederland hiermee. Close-readend keek de klas naar een gedicht van Breytenbach, dat ik u vanwege de lengte maar niet laat lezen. Een kleine indruk van de wijze van interpreteren wil ik u niet onthouden.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties