taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Drama in het moedertaalonderwijs: een verheldering vanuit de geschiedenis (Jacques de Vroomen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Jacques de Vroomen 249

Vóór de stichting van de HBS in 1863 was de belangrijkste vorm van voortgezet onderwijs de Latijnse School. Op dit schooltype ging bijna alle aandacht naar de studie van de klassieke talen: Latijn en Grieks. •Een lesuur Nederlands bestond niet. Om te begrijpen dat Nederlandse leerlingen dagelijks met Latijn en in het geheel niet met hun moedertaal werden geconfronteerd, is het nodig stil te staan bij de herkomst van de leerlingen. De Latijnse School recruteerde haar leerlingen vrijwel uitsluitend uit de toplaag van de samenleving. Dit was tot het midden van de 19e eeuw de aristocratie. Het onderwijs op de Latijnse School correleerde, althans in theorie, met de visie van de aristocratie op mens en samenleving. Voor de aristocratie was de samenleving in wezen goed. Men had een statische levensopvatting. Er waren rijken en er waren armen en zo was het altijd geweest en zo hoorde het ook. De wereld hoefde niet te veranderen, omdat ze in wezen goed in elkaar zat. Leren was voor deze stand het steeds dieper doorschouwen van een statische werkelijkheid. De beste methode voor dat 'doorschouwen' was de bestudering van de klassieke schrijvers. Literatuur was dan ook het centrale vak op de Latijnse School. En met het oog op die literatuur moest de grammatica ook grondig bestudeerd worden. Bovendien vond men scholing in grammatica belangrijk als scholing in logisch denken. Het moderne vooruitgangsgeloof is in wezen een burgerlijke visie die het resultaat is van een geleidelijke 19e eeuwse ontwikkeling, een ontwikkeling die de aristocratie afwees.

De oprichting van de HBS in 1863 kan gezien worden als een overwinning van de burgerij op de aristocratie. De burgerij was anders dan de adel geen grootgrondbezitter. Men had alle belang bij handel en bedrijf, die op hun beurt steunden op de techniek. Zo ontstond het moderne (technische) vooruitgangsgeloof, met een schooltype waarin gewoon de moedertaal in plaats van het wereldvreemde Latijn werd onderwezen. De vulling van moedertaalonderwijs met grammatica en literatuur was in wezen een compromis. Taalbeheersingsonderwijs moest op oude, aristocratische literair-grammaticale traditie veroverd worden. Het werd een lange strijd, die in feite nog altijd woedt. In de geschiedenis van de HBS, die loopt tot 1968, toen dit schooltype werd opgeheven, zien we bijvoorbeeld hoe in de jaren '30 strijd geleverd moest worden om het vakonderdeel 'handelscorrespondentie' ingevoerd te krijgen. Hoevelen van u hebben, als ze terugdenken aan het vak Nederlands in hun middelbare schooljaren niet de herinnering aan een vak, waar over boeken werd gesproken, waar je moest ontleden en spellen en allerlei stijloefeningen maken. In wezen allemaal

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties