taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Interne differentiatie met name voor Nederlands, en de publicaties van het WRR (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Helge Bonset
25

zelf voor de diverse typen van vervolgonderwijs, waarbij overigens de nodige. sturing plaats vindt in de vorm van 'begeleiding' bij het keuzeproces. De uitkomst is evenzeer een milieuspecifieke selectie als bij de meritokratische praktijk. De liberaal-humanistische ideologie negeert namelijk het bestaan van de maatschappelijke ongelijkheid die tot deze uitkomst leidt.

De derde interpretatie van gelijke kansen is gelijke kansen door gelijke onderwijsresultaten, de opvatting die vorm heeft gekregen in de socialistische eenheidsscholen in de Oost-Europese landen. Vertaald naar onze Nederlandse situa tie zou dit betekenen: gedifferentiëerd onderwijs met een gemeenschappelijk kwalificerende afsluiting, die alle leerlingen toegang geeft tot alle vormen van vervolgonderwijs. De differentiatie tijdens de onderwijsperiode is erop gericht alle leerlingen gemeenschappelijke leerprestaties te laten bereiken door middel van het varïeren van de leertijd, instructie, werkvormen, hulpmiddelen e.d. Alleen dit is differentiatie in het perspectief van acceptatie (van verschillen tussen leerlingen) in plaats van in dat van selectie en alleen deze interpretatie van gelijke kansen biedt werkelijk gelijke kansen aan leerlingen uit alle milieus, aldus De Koning.

Resumerend en verduidelijkend via wat trefwoorden:

  • Interpretaties 1 en 2 van gelijke kansen leveren beide ongelijke onderwijsresultaten op. In interpretatie 3 wordt doelbewust gemikt op gelijke onderwijsresultaten voor alle leerlingen.

  • Bij interpretatie 1 hoort selectie; bij 2 zelfselectie (en 'begeleiding' daarbij), bij 3 afwezigheid van selectie, althans in de eerste fase.

  • Bij interpretatie 1 past het best tempo- en niveaudifferentiatie (bv. de Eigen Tempo-werkwijze, het Basisstof-Herhalingsstof-Verrijkingsstof-model); bij 2 belangstellingsdifferentiatie (bv. het projekt-model). Bij 3 past het best didactische differentiatie, waarbij iedere leerling op zijn/haar eigen manier dezelfde doelen bereikt (bv. via extra leertijd en via instructie die aangepast is aan zijn/haar leerstijl). Ik ontleen wat ik nu zeg aan Pierik 1983.

Ik wil nu interpretatie 3 van gelijke kansen nog wat voor u uitwerken. U kunt zich namelijk aldus ingericht onderwijs waarschijnlijk moeilijk voorstellen, omdat het in ons land niet bestaat. Terwijl u onderwijs ingericht volgens interpretatie 1 waarschijnlijk wel herkent als de dominante praktijk in ons voortgezet onderwijs en onderwijs volgens interpretatie 2 als het

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties