taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Interne differentiatie met name voor Nederlands, en de publicaties van het WRR (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Helge Bonset
29

scholen, als alle bureaucratische instellingen, zwaar op geschreven taal. Derhalve zullen deze leerlingen grondig getraind moeten worden in lezen en schrijven van referentiële teksten. Bovendien maakt het hoger onderwijs gebruik van hoorcolleges, misschien in de.toekomst steeds meer in verband met de bezuinigingen. Die vergen dat de student in staat moet zijn langere betogen te begrijpen" (p.22-23).

Op deze passage is mijns inziens één reactie mogelijk: de rapporteur is eenvoudigweg tégen basisvorming. Hij vindt het hoogst ongewenst dat álle leerlingen in het funderend onderwijs hetzelfde zouden leren. Dat is zijn goed recht en

hij is zeker de enige niet. Het maakt medewerking aan een rapport over Basisvorming in het onderwijs echter wel tot een merkwaardige zaak. Jansen vindt gelijke onderwijsresultaten voor alle leerlingen niet alleen ongewenst, hij vindt ze ook onmogelijk. "Verschillen in cognitief vermogen leiden ertoe, dát er grote verschillen tussen leerlingen bestaan, zowel in tempo van verwerving als in eindniveau dat gehaald wordt. Deze verschillen leiden ertoe, dat in de dagelijkse praktijk van de Nederlandse les behoorlijke verschillen bestaan tussen LBO-en VWO-leerlingen. In de derde klas van de LBO komen zaken aan de orde, waar een zesdeklassertje met VWO-vermogens zijn neus voor ophaalt. Ik pleit in ieder geval voor handhaving van externe differentiatie"(p.23). We herkennen hier het. resultaatgerichte denken over differentiatie, door Klukhuhn en Nelissen beschreven. Er wordt gezocht naar tekorten in potenties bij het kind (Jansen"verschilleh in cognitief vermogen"). Die worden beschreven als verschillen in resultaten op toetsen (Jansen:"eindniveau dat gehaald wordt"). En van die toetsresultaten wordt zonder meer aangenomen dat ze wijzen op wat een kind maximaal zal kunnen (Jansen: "in de dagelijkse praktijk van de Nederlandse les bestaan behoorlijke verschillen tussen LBO- en VWO-leerlingen"). Geen procesgerichte

differentiatie, die via analyse van leerprocessen bij de leerlingen en laten aansluiten van instructie op hun leerstijl, probeert verschillen te minimaliseren. Nee, Jansen "pleit in ieder geval voor handhaving van deze externe differentiatie".

In één opzicht is Jansen in de introductie van zijn docum'ent te bescheiden. In zijn denken over differentiatie vertegenwoordigt hij wel degelijk "een stroming in de onderwijswereld". Zelfs de dominante, die van de meritokratische interpretatie van gelijke kansen : voor gelijkbegaafden, wat 'begaafdheid' ook moge betekenen en hoe deze ook moge worden vastgesteld.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties