taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Interne differentiatie met name voor Nederlands, en de publicaties van het WRR (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS

30

Ook het WRR-rapport kiest voor externe differentiatie voor het vak Nederlands. Redenen: de grote verschillen tussen leerlingen op het gebied van de taalbeheersing, de grote verschillen in tempo van verwerving. Alleen is er nu nog wat onderwijskundige argumentatie aan toegevoegd: "Het is zeker niet te verwachten dat deze differentiatie gerealiseerd kan worden binnen een heterogene groep, waarin leerlingen van VWO- tot LBO-niveau bij elkaar zitten. Niet alleen de traditie van het categoriale stelsel en bijgevolg het ontbreken van docenten met ervaring in het hanteren van dergelijk groepen bemoeilijken dat. Ook in landen waar men allang het categoriale stelsel heeft vervangen en door één schooltype in de eerste fase van het voortgezet onderwijs, is externe differentiatie bij het moedertaalonderwijs eerder regel dan uitzondering".(p.119) Eenvoudig gezegd:het kan en gebeurt bij ons niet; het kan en gebeurt in andere landen ook niet, ID in een heterogene groep voor het moedertaalonderwijs. Met het andere landen-argument zijn we gauw klaar. Uit de literatuurstudie van Blom e.a.(1984) blijkt zonneklaar dat het moedertaalonderwijs in Zweden en Engeland in het geheel niet tot de vakken behoort waarbij extern gedifferentieerd wordt en in West Duitsland alleen in het 9e en 10e leerjaar. Externe differentiatie is in ieder geval in deze landen geen regel, maar hoge uitzondering en de bewering van de WRR is daardoor controleerbaar onjuist. Kan en gebeurt het bij ons, ID voor. Nederlands in de heterogene groep van bv. LBO tot en met VWO? De vakverenigingen stellen in hun al genoemde brief dat ze de argumentatie van de WRR tegen ID in de heterogene groep weinig overtuigend achten, omdat er wel degelijk docenten daarmee ervaring hebben opgedaan. Ik kan dat als onderzoeker onderschrijven. Niet alleen omdat ik diverse publicaties gelezen heb die duidelijk in die richting wijzen (en die Jansen en de WRR ook hadden kunnen lezen), maar vooral ook uit eigen empirisch onderzoek. Kategorische uitspraken als dat iets niet bestaat, niet mogelijk is, vallen reeds te bestrijden door het demonstreren van één geval waarin dat iets wel degelijk bestaat en mogelijk blijkt. Zo'n geval beschrijf ik in de case-study die ik heb uitgevoerd binnen het kader van mijn differentiatieonderzoek (zie ook Bonset e.a. 1985). Ik heb bij een leraar Nederlands in een heterogene brugklas (LBO tot en met VWO) in. het reguliere voortgezet onderwijs een groot aantal lessen geobserveerd, de leraar en de leerlingen geïnterviewd, leerlingen hun leereffecten wekelijks laten rapporteren, toetsresultaten geanalyseerd, rapportcijfers en overgangsbeslissingen geanalyseerd en nog veel meer. De conclusie die ik durf te trekken ( en ook zal trekken in mijn dissertatie) is dat ID in

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties