taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Interne differentiatie met name voor Nederlands, en de publicaties van het WRR (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Belge Bonset
31

een breed heterogene brugklas voor een gemiddeld bekwaam leraar Nederlands in het regulier voortgezet onderwijs zonder meer realiseerbaar is.De leraar in mijn case-study differentieert naar niveau bij grammatica (via het BHV-model). en naar belangstelling bij de meeste overige vakonderdelen. Hij is grotendeels tevreden over zijn lessen, hij voelt zich niet overbelast, de orde in de klas is goed, de leerlingen voelen zich prettig bij de lessen van de leraar. De leraar streeft voor een belangrijk deel communicatief taalonderwijs daadwerke lijk na in de praktijk en de leerlingen steken daar bepaald het een en ander •van op. En voor de goede orde: naar deze leraar heb ik niet eerst jaren hoeven zoeken. Hij is geen wondermens, hij geeft een normaal aantal lesuren, hij heeft geen uitzonderlijke opleiding genoten, hij is gewoon een goede leraar, zoals er wel meer zijn. Natuurlijk is zijn lespraktijk niet volmaakt en ervaart hij deze ook niet als zodanig. Het voornaamste knelpunt dat de leraar in mijn casestudy ervaart, is de vroegtijdige selectie en de effecten daarvan op zijn lesgeven. De case-school heeft een eenjarige brugperiode; met Pasen moeten de voorlopige bevorderingsadviezen voor wat betreft LBO,MAVO,HAVO of VWO al op .tafel liggen. De leraar werkt in een schoolsysteem dat ingericht is volgens de.   interpretatie van gelijke kansen en als voorstander van selectievrij onderwijs ervaart hij dat als drukkend, als 'een voortdurende bron van tegenspraak tussen wat hij doet en wat hij eigenlijk zou willen. Maar, evenals zijn leerlingen, houdt hij daar het leven bij en veel meer dan dat.

We gaan terug naar de drie interpretaties van gelijke kansen die De Koning onderscheidt. U zou mij nu het volgende kunnen tegenwerpen: goed,- ID in de he- terogene klas voor Nederlands is dus kennelijk in de praktijk realiseerbaar als een leraar differentieert volgens het BHV-model of het projektmodel: naar niveau of naar belangstelling. Maar dat is ID binnen een systeem dat mikt op ongelijke onderwijsresultaten; het is ID die past bij interpretaties 1 en 2 van gelijke kansen. En de WRR staat toch een onderwijssysteem voor dat mikt op ge- lijke onderwijsresultaten en dus op ID die past bij interpretatie 3 van ge-• lijke kansen? En dáármee hebben leraren Nederlands toch inderdaad geen ervaring opgedaan in hun lespraktijk, met in een LBO- tot en met VWO-klas-alle leerlingen op eenzelfde eindniveau brengen via aangepaste leertijd en aan hun leerstijl aangepaste instructie? Dat leraren in het vigerende onderwijs in staat zijn ID in de heterogene klas te realiseren voor Nederlands bewijst toch geenszins dat ze dat ook zouden kunnen in het onderwijs dat de WRR voorstelt? Een systeem van basisvorming, promotion de tous, "gemeenschappelijk onderwijs,

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties