taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Interne differentiatie met name voor Nederlands, en de publicaties van het WRR (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Helge Bonset
33

teen maar weer te verdelen over LBO-MAVO/HAVO/VWO De uitwegen zijn al in het systeem aangebracht. Als het onderwijsbeleid er tenslotte weinig of geen. geld voor over blijkt te hebben om álle leerlingen echt op minstens C-niveau te brengen (en in ieder geval van. het huidige beleid valt niets beters te verwachten), dan is de uitweg aanwezig in de vorm van het bestempelen van een grote hoeveelheid leerlingen tot soort 1). En als het beleid de hoeveelheid leerlingen op D-niveau (soort 4) klein wil houden in verband met de arbeidsmarkt, biedt het systeem daartoe alle mogelijkheden die er nu ook al zijn. Welke merites deze voorstellen ook mogen hebben, met basisvorming in de zin van gelijke .onderwijsresultaten voor alle leerlingen hebben ze niets van doen.

Een tweede argument voor de stelling dat de WRR feitelijk tingelijke onderwijsresultaten nastreeft, is de wijze waarop ze omspringt met het begrip eindtermen. Bij een streven naar gelijke onderwijsresultaten van alle leerlingen passen centrale, voor alle leerlingen gelijke eindtermen, zou ik zeggen. Daar gaat ook de WRR zelf van uit als ze verschillende malen stelt dat het gemeenschappelijk curriculum en de centrale eindtermen kernpunten zijn om de eenheid te bewaren in de basisvorming (p.216, 224). Maar elders (p.129) lezen we dat de Raad voor het vak Nederlands voorstelt "differentiatie in eindtermen, met uiteraard per niveau behoud van de hiervoor omschreven inhouden". En meer in het algemeen stelt de Raad "De Raad is van mening dat het vastleggen van eindtermen waaraan in principe elke leerling moet voldoen, de beste garanties biedt dat iedereen ook inderdaad de beoogde basisvorming krijgt. (...) Voor vrijwel alle vakken

is echter differentiatie in eindtermen noodzakelijk om alle leerlingen leertaken te kunnen geven die voor hen haalbaar zijn, maar die tevens voldoende uitdaging bieden. Gezocht moet worden naar eindtermen die een zo groot mogelijke gemeenschappelijke inhoud hebben, maar die verschillen in diepgang. In die opgave -een eenheid in verscheidenheid vinden die aan ieders mogelijkheden recht doet en die niemand essentiële elementen onthoudt - schuilt een van de grote uitdagingen van de basisvorming. Gezien de grote verschillen die er mede door milieueffecten (met name op taalvaardigheid) en de resultaten van de basisschool (rekenen) tussen leerlingen zijn, zal het ook voor bepaalde vakken nodig blijven leerlingen naar vorderingen in groepen in te delen" (p.150). Kortom: we zijn in principe (!) voor gelijke onderwijsresultaten voor alle leerlingen, maar in de praktijk streven we liever ongelijke na.

Ik wil mijn betoog tot slot voor u samenvatten in drie conclusies.

1 Bij discussies over ID en heterogeniteit moet worden nagegaan welke interpre-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties