taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Haalt de Taaltuin de jaren negentig? (Paula Bosch & Alijn van Hoorn)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS

38

Vanaf 1974 is de taaltuin in bedrijf. Een paar jaar later moest. men constateren dat veel niet liep zoals verwacht of gehoopt. Leerlingen waren niet de ideale leerlingen uit de modellen. Aanvankelijk bepaalden zij het onderwijs, ook 6f ze eraan deelnamen. Spoedig ontstond er een soort 'model.' voor een blokuur. Elke klas begint in een zithoek waar de les voorbespr.oken en uitgelegd wordt, daarna werken de klassen aan hun opdrachten, inmiddels duidelijk omlijnd en ook wel meer ingevuld door de docent, in de taaltuin

om de laatste 10 minuten weer in de zithoek terug te komen om de opdracht en het werk te .bespreken.

Programma in de onderbouw

Ik wil proberen in mijn deel van ons praatje met veel praktische voorbeelden een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van wat er nou precies in de taaltuin gebeurt. Ik geef dit jaar les in tweede en derde klassen en heb er daarom voor gekozen gewoon een stukje uit het programma voor de tweede klas te nemen, te weten de eerste vijf weken van dit schooljaar; aan de hand daarvan ga ik vertellen hoe ik in die klas werk. Daarnaast wil ik wat dingen zeggen over onze manier van werken in de onderbouw in het algemeen.

In de brugklas hebben leerlingen op het Snellius 4 uur Nederlands per week, vanaf de tweede klas zijn dat er drie. In de tweede klas betekent dat dat er twee uur per week aaneengesloten wordt gewerkt in de taaltuin en één uur om roostertechnische redenen elders in het gebouw, het zogenaamde losse uur. Het blokuur in de taaltuin is het belangrijkste, zo zien ook de leerlingen dat; het losse uur wordt vaak gebruikt om werk van het blokuur af te maken, verder om te lezen en om zogenaamd 'los' vaardigheden te oefenen als spelling en grammatica. In het blokuur wordt dus gewerkt in de taaltuin en op de taaltuin manier. Ook in de onderbouw is één van onze uitgangspunten dat we op een zo natuurlijk mogelijke manier met taal bezig willen zijn. Taal moet er logisch aan te pas komen. Dat doen we nog niet zoals in de bovenbouw (en dan leg ik de grens tussen de derde en de vierde klas) in de vorm van het werken in een groep aan een map over een zelfgekozen onderwerp, maar we doen wel dingen die daar langzaam op voorbereiden. Zo wordt er vanaf de brugklas gewerkt aan de samenwerkingszin en worden er langzaamaan meer keuzemogelijkheden aangeboden.

Het openingsprogramma in de tweede klas is al enkele jaren het programma dieren. Dat thema spreekt bijna alle kinderen erg aan. Het is het eerste lang-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties