taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Haalt de Taaltuin de jaren negentig? (Paula Bosch & Alijn van Hoorn)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS

40

twee docenten zijn voor ongeveer hetzelfde aantal leerlingen. In de onderbouw kan zo'n taaltuin-blokuur weleens behoorlijk onrustig zijn, wat vooral jammer is omdat het soort opdrachten zo veel beter gemaakt zou worden in een rustige sfeer.

Terug naar de voorbeeldles. De inleiding daarvan duurde zo'n 20 minuten; er waren dus van de 100 minuten nog 80 minuten over. Daarvan werden er ongeveer

60 gewerkt in de taaltuin. Het duurt meestal even voordat iedereen een plaatsje

gevonden heeft en aan het werk is. De docenten lopen dan rond, proberen rust

te creëren en helpen leerlingen die niet op gang kunnen komen. Na een minuut

of 40-50 begonnen sommige leerlingen het werk af te krijgen en kwamen naar de docent om het te laten lezen. De docent beoordeelde, liet soms dingen veranderen of overdoen. Na 60 minuten, toen iedereen zo ongeveer klaar was, riep ik mijn :klas weer naar het instructie-lokaaltje terug, waar werd nabesproken en werk van de leerlingen werd voorgelezen tot de bel ging.

Zo ziet dus één blokuur eruit en al verschillen de opdrachten, deze opzet komt meestal terug. Het verhaal afschrijven is meestal huiswerk voor het volgende blokuur, waarna het wordt ingenomen en er een schriftelijk commentaar en heel soms een cijfer onderkomt.

Nog één opmerking over het werk in het blokuur dat ik beschreef: bijna alle kinderen kozen een opdracht waarbij ze gewoon lekker konden vertellen; in dit. geval was dit meestal het beschrijven van een lievelingsdier of het gedrag van een eigen huisdier, of deze twee gecombineerd. Leerlingen in de onderbouw hebben in onze ervaring een grote fantasie en ongeremde verhalen-schrijfdrang. Dat willen we met het onderwijs zoveel mogelijk de kans geven en zo weinig mogelijk afremmen door bijvoorbeeld teveel te hameren op grammatica of spelling. Niet dat, die bij zo'n verhaal schrijven niet aan de orde komen. Leerlingen die een verhaal aan het schrijven zijn, vragen je voortdurend hoe je dit of dat woord ook alweer schrijft en het is niet moeilijk om, nadat je iets van een geschreven verhaal hebt gezegd, ook.nog terloops even een foutje aan te wijzen. De leerling verbetert het en gaat snel weer verder met .zijn of haar verhaal.

Ik hoop dat ik nu een beetje een duidelijk beeld heb gegeven van hoe een blokuur in de taaltuin eruit ziet. Andere blokuren lijken er in .veel opzichten op. De vaardigheden die geoefend worden en de daarvoor gekozen werkvormen maken de grootste verschillen uit. Ik zal ze kort beschrijven van de andere blokuren in het programma dieren;

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties