taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Haalt de Taaltuin de jaren negentig? (Paula Bosch & Alijn van Hoorn)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS

42

uitgebreid dossier samenstellen. Dit is een typische derde-klas-opdracht.

Hij bereidt voor op de mappen die leerlingen in de bovenbouw samenstellen over zelfgekozen thema's, maar er wordt nog uitgegaan van een, zelfbedacht, verhaal. De leerlingen leren beter samenwerken en leren hoe je een documentatie-map in elkaar kunt zetten.

Daarmee ben ik aangeland bij de programma's in de bovenbouw en daar gaat Paula nu nog iets meer over vertellen.

Bovenbouw-programma

Als voorbeeld zal ik het informatie-programma nemen, omdat dat ons kroonprogramma is geworden. We werken er al jaren mee; de methodes zijn verfijnd en de resultaten zijn zeer bevredigend te.noemen. Als uitgangspunt neem ik maar weer taal. In dit programma willen we bereiken dat de taalvaardigheid van leerlingen zich verder ontwikkelt, door ze te confronteren met taal van derden, door ze daarmee te laten werken, dit kritisch te verwerken, vast te stellen of het waar, logisch is. Een ander uitgangspunt is samenwerking. Je kan meer doen met elkaar, elkaars deskundigheid benutten, maar 66k rekening houden met elkaar. Je wordt direct geconfronteerd of jouw taligheid doelmatig is en je moet je eigen verwachtingen afstellen op anderen etc.

Werkwijze

Leerlingen moeten 2 á 3 medeleerlingen kiezen om mee te gaan werken in de taaltuin. Ze gaan bij elkaar zitten om te brainstormen en komen hopelijk met

een onderwerp aanzetten. Voorbeelden van onderwerpen, die dit jaar gekozen zijn: incest, Olympische Spelen, vechtsport, Zuid-Afrika, dromen. Nadat het onderwerp gekozen is (dat kan weleens lang duren), begint het eigenlijke werk. Want het gaat om de vraagstelling die ze formuleren over hun onderwerp. Bijvoorbeeld bij het onderwerp dromen de vraagstelling: welke betekenis hebben dromen voor mij? Het plan dat wordt opgesteld bestaat uit inventariseren welke literatuur erover geschreven is en bruikbaar is, welke artikelen in de school aanwezig zijn (in het schoolarchief) en de taakverdeling. Terloops stel ik hen voor elk blokuur te beginnen met een rondje dromen. Na een week blijken ze méér te dromen.

De leerlingen stimuleren, enthousiasmeren elkaar en lezen literatuur. Literatuur, die je normaal gesproken niet aan leerlingen zou aanbieden vanwege

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties