taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Haalt de Taaltuin de jaren negentig? (Paula Bosch & Alijn van Hoorn)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Paula Bosch en Alijn van Hoorn 43

een zekere moeilijkheidsgraad, maar door hun motivatie lezen ze en begrijpen ze. Na een paar weken lezen en verwerken zakt 'het enthousiasme wel een beetje. De vraagstelling komt terug, ditmaal uit eigen behoefte: 'Wat wil ik er eigenlijk mee?'. Pas dan realiseren zij zich het nut van die vraagstelling, 'die eerst werd geformuleerd 'omdat het moest'. Daarmee ben ik meteen op een punt gekomen van verschuiving van belangstelling naar belang, of liever gezegd een samenvloeien. Veel meer dan voorheen zetten we programma's op, die de uiterlijke vorm hebben van belangstelling (bijvoorbeeld dieren in de tweede laag), maar die inhoudelijk meer gericht zijn op nuttige, maatschappelijk nuttige en taal-nuttige zaken.

Ik keer terug naar het informatie-programma. Halverwege stel ik de vraag: wat heb je geleerd tot nu toe? Een vraag overigens, die zezelf zeer vaak stellen, hetgeen je telkens opnieuw dwingt uit te leggen waarom je iets doet. Dan is ook het moment gekomen om de school uit te gaan terwille van het onderzoek. Ze gaan contacten leggen met instanties, deskundigen, of ze gaan zelf iets bekijken of ervaren. In elk geval moeten ze een persoon-, die bij het onderwerp betrokken is, interviewen. Het interview is vaak heel verhelderend en geeft een aanzet tot de laatste impuls die nodig is om het programma af te ronden. Ze delen de informatie logisch in, maken een inhoudsopgave, schrijven een bronnenlijst en tenslotte hun eindconclusie. Tot zover de samenwerking, de schriftelijke verwerking van het materiaal.

Dan volgt een mondelinge presentatie, hetgeen betekent dat een groep gedurende een uur aan een andere groep leerlingen en aan mij moet presenteren. Dat houdt in: een inleiding geven over je onderwerp in begrijpelijke taal (geen vakjargon dat de anderen niet kennen) aan de andere leerlingen. Na de inleiding wordt er over het onderwerp gepraat aan de hand van stellingen en/of discussiepunten. Na afloop krijgen ze van mij een uitgebreide beoordeling over hun werkzaamheden, de map en de presentatie. Dit programma duurt 8 á 10 weken.

Wij pretenderen nog steeds de taalvaardigheid, het denk- en voorstellingsvermogen van leerlingen uit te breiden met behulp van deze en andere programma's. In het eindexamenjaar is dit een deel van het schoolonderzoek. In het voor laatste jaar dient het als leer- en oefenprogramma.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties