taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

 

27 .september

1 9 8 6

een

CONFERENTIE
verslag

 

—van

Het Schoolvak

NEDERLANDS

54

OVER ALFABETISERINGS

en Claessen

kursussen en het voortgezet

onderwijs : schijnbare uitersten

raken elkaar

Inleiding

Leerkrachten Nederlands weten weinig over het alfabetiseringswerk aan Nederlandstalige volwassenen. Daar moet verandering in komen. Beide vormen van onderwijs richten zich immers op onderricht in de moedertaal. Maar er is nog een andere reden om het reguliere onderwijs op de hoogte te stellen van het gebeuren in en rond de zogenaamde lees- en schrijfgroepen: de meeste analfabeten hebben een zeer lange lagere schooltijd achter de rug (7 á 9 jaar), en soms ook nog enkele jaren vervolgonderwijs. De jongere cursisten zaten bijna allemaal hun leerplicht uit. De laatste tijd komen veel nog leerplichtige jongeren vragen om eenplaats in een lees- en schrijfgroep. Als we naast deze sombere gegevens ook nog het hoge aantal cursisten in ogenschouw nemen (in het cursusjaar 84-85 24.027 mensen), wordt duidelijk dat er een wrang verband bestaat tussen het reguliere (taal)onderwijs en het alfabetiseringswerk: laatstgenoemde vangt de afvallers op van eerstgenoemde, 66k van het voortgezet onderwijs. Dat is nodig, maar beslist niet wenselijk. Lezen en schrijven zijn basisvaardigheden en moeten op de basisschool geleerd worden. Kennelijk lukt het deze school nipt alle kinderen te 'letteren' Wat is er aan de hand met het reguliere onderwijs?

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties